Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
- [naam 1] , met parketnummer 03/122430-24 (hierna: [naam 1] );
- [naam 2] , met parketnummers 03-231949-24 en 03-153615-25 (hierna: [naam 2] );
- [naam 3] , met parketnummer 03/122416-24 (hierna: [naam 3] ).
2.De tenlastelegging
primair), dan wel dat hij, al dan niet samen met een ander, door zich valselijk voor te doen als medewerker van de politie die in opdracht van de bank iets kwam controleren, [slachtoffer] heeft opgelicht en zo sieraden en/of geld heeft verkregen (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
[slachtoffer]van
diefstal met geweldgepleegd op
19 januari 2024aan de [adres 2] te Panningen,
gemeente Peel en Maasen heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: [2]
medische informatievan
Forensische Geneeskunde GGD Limburg-Noordover het
letselonderzoekvan
[slachtoffer]op
19 november 2024vermeldt onder meer dat [slachtoffer] een zwelling op het achterhoofd had en een krasverwonding op de linkerarm. [3]
[verdachte]zei dat hij de vrouw omver moest beuken. [5]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
first offendergeldt daarbij als uitgangspunt een gevangenisstraf van drie jaren. Dat uitgangspunt onderstreept de ernst van het feit.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;