ECLI:NL:RBLIM:2026:5345

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/03/350448 / HA ZA 26-106
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:228 BWArt. 6:230 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor oproeping in vrijwaring van makelaarsbedrijf in koopovereenkomst geschil

In deze civiele bodemzaak vordert eiser ontbinding of wijziging van een koopovereenkomst van een perceel met woning, alsmede betaling van diverse kosten. Gedaagde sub 1 verzoekt in een incident om toestemming om gedaagde sub 2, het makelaarsbedrijf, in vrijwaring op te roepen. Hij stelt dat het makelaarsbedrijf onjuiste informatie heeft verstrekt over de vergunningvrijheid van een aanbouw, waardoor het makelaarsbedrijf tekort is geschoten in zijn zorgplicht.

De rechtbank oordeelt dat het niet op voorhand kan worden uitgesloten dat gedaagde sub 1 regres kan nemen op het makelaarsbedrijf. Dit is voldoende voor toewijzing van het verzoek tot oproeping in vrijwaring. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

De rechtbank staat toe dat het makelaarsbedrijf door gedaagde sub 1 wordt gedagvaard en verwijst de zaak naar de rol voor verdere procedure. Verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door rechter Etman en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat gedaagde sub 1 gedaagde sub 2 in vrijwaring oproept en compenseert de proceskosten in het incident.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/350448 / HA ZA 26-106
Vonnis in incident (bij vervroeging) van 3 juni 2026
in de zaak van
[persoon A],
te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [persoon A] ,
advocaat: mr. R.H.J.G. Borger,
tegen

1.[persoon B] ,

te [plaats 1] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna: [persoon B] ,
advocaat: mr. G.E.R. Ummelen,
2.
[makelaarsbedrijf],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
hierna: [makelaarsbedrijf] ,
advocaat: mr. M.B. Esseling.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 11,
- de conclusie van antwoord van [persoon B] , tevens houdende incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring van [makelaarsbedrijf] ,
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
[persoon A] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,
de tussen hem en [persoon B] gesloten koopovereenkomst van 1 juli 2024 ter zake van het perceel grond met woning gelegen aan [adres 1] gedeeltelijk ontbindt, althans op de voet van artikel 6:228 BW Pro juncto artikel 6:230 BW Pro wijzigt tot opheffing van het nadeel;
[persoon B] en [makelaarsbedrijf] (hoofdelijk) veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [persoon A] te voldoen:
- € 44.523,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2026,
- € 811,99 aan taxatiekosten, en
- € 1.220,23 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3. [persoon B] en [makelaarsbedrijf] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien deze niet binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis zijn voldaan.
in het incident
2.2.
[persoon B] vordert dat het hem wordt toegestaan gedaagde sub 2 in de hoofdzaak, [makelaarsbedrijf] , in vrijwaring op te roepen. Hij stelt daartoe dat tussen hem en [makelaarsbedrijf] een overeenkomst tot dienstverlening is gesloten op grond waarvan [makelaarsbedrijf] onder meer heeft bemiddeld bij de verkoop en levering van de woning aan [adres 1] van [persoon B] aan [persoon A] . Volgens [persoon B] heeft [makelaarsbedrijf] in het kader van de uitvoering van die opdracht onjuiste informatie verstrekt door in de vragenlijst te vermelden dat de aanbouw van de woning vergunningsvrij was gerealiseerd. [makelaarsbedrijf] heeft daarom de voor hem geldende norm van een redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar overtreden en in strijd gehandeld met de op hem rustende zorgplicht. Gelet op deze tekortkoming is [makelaarsbedrijf] gehouden om [persoon B] te vrijwaren voor de gevolgen van het vonnis in de hoofdzaak, aldus [persoon B] .
2.3.
[persoon A] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
Gelet op de door [persoon B] aangevoerde gronden voor de oproeping in vrijwaring van [makelaarsbedrijf] , valt naar het oordeel van de rechtbank op voorhand niet uit te sluiten dat [persoon B] geheel of gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [makelaarsbedrijf] . Dat is voor toewijzing van het verzoek voldoende. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
3.2.
Omdat geen van partijen als in het ongelijk gesteld kan worden beschouwd, zullen de proceskosten in het incident tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat [makelaarsbedrijf] , gevestigd aan [adres 2] , door [persoon B] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van
woensdag 15 juli 2026om 10:00 uur,
4.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.3.
verstaat dat de zaak is verwezen naar de rol van
10 juni 2026voor conclusie van antwoord aan de zijde van [makelaarsbedrijf] ,
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.