ECLI:NL:RBLIM:2026:5383

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11421143 CV EXPL 24-5931
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:204 lid 2 BWArt. 7:207 lid 1 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing huurprijsvermindering wegens schimmel en vocht in gehuurde woning

De huurder vorderde een huurprijsvermindering van 50% wegens vocht- en schimmelproblemen in de gehuurde woning. De rechtbank Limburg stelde een deskundige aan die onderzoek deed naar de oorzaak van de schimmel en de ventilatiemogelijkheden.

De deskundige concludeerde dat de gevel waterdicht is en dat de schimmel niet door vocht van buitenaf wordt veroorzaakt. Hoewel ventilatiemogelijkheden in bepaalde ruimtes onvoldoende zijn, is niet vastgesteld dat daar schimmel voorkomt. Ook de kruipruimte kan een negatieve invloed hebben, maar dit is niet bewezen. Daarnaast speelt de wijze van gebruik van de woning een rol.

Op basis van het deskundigenrapport oordeelt de rechtbank dat er geen gebrek aan het gehuurde is dat de schimmel veroorzaakt. Daarom wordt de huurprijsvermindering afgewezen. De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten, inclusief de kosten van de deskundige en wettelijke rente.

Uitkomst: De vordering tot huurprijsvermindering wegens schimmel en vocht wordt afgewezen omdat geen gebrek aan het gehuurde is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11421143 \ CV EXPL 24-5931
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van

1.[huurder 1],

te [plaats],
2.
[huurder 2],
te [plaats],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [huurders],
gemachtigde: mr. D.M. Gijzen,
tegen
STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Weller,
gemachtigde: mr. R.W. Janssen.

1.De procedure

1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 september 2025
- het deskundigenrapport van 26 februari 2026
- de conclusie na deskundigenbericht van [huurders]
- de conclusie na deskundigenbericht van Weller.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 17 september 2025 is de heer [deskundige] ([bedrijf], hierna: de deskundige) benoemd tot deskundige. Aan hem zijn de volgende vragen ter beantwoording voorgelegd:
Kunt u aangeven en onderbouwen of vocht van buitenaf de schimmelproblematiek in het gehuurde aan de [adres] veroorzaakt, en zo ja, welke maatregelen zijn dan nodig om deze klachten te verhelpen?
Kunt u aangeven en onderbouwen of de woning voldoende ventilatiemogelijkheden heeft die voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit, en zo nee, welke maatregelen moeten dan worden genomen om alsnog aan deze eisen te voldoen?
Kunt u onderzoeken of er een kruipruimte aanwezig is en of deze een negatieve invloed heeft op het vocht in de woning?
Geeft de onderhavige zaak u overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen?
2.2.
De deskundige heeft op 30 oktober 2025 het onderzoek uitgevoerd en op 26 februari 2026 het deskundigenrapport opgesteld.
De bevindingen van de deskundige
2.3.
De deskundige heeft - samengevat - geconcludeerd dat de gevel waterdicht is, zodat de schimmel niet veroorzaakt wordt door vocht van buitenaf. Ten aanzien van de ventilatie concludeert de deskundige dat in de woonkamer, keuken en slaapkamers voldoende ventilatiemogelijkheden aanwezig zijn voor luchtverversing. De ventilatiemogelijkheden voor de afvoer van verontreinigde lucht en vocht in de keuken, badkamer en toilet zijn onvoldoende. Verder kan volgens de deskundige enige negatieve invloed van de kruipruimte op de schimmelproblematiek niet worden uitgesloten. Tot slot concludeert de deskundige dat de mate waarin de klachten zich manifesteren niet uitsluitend te verklaren is op basis van geconstateerde tekortkomingen of verbeterpunten. De wijze van gebruik van de woning vraagt waarschijnlijk ook om aanpassingen.
De huurprijsvermindering wordt afgewezen
2.4.
[huurders] vordert een huurprijsvermindering van 50% omdat in het gehuurde sprake is van vocht en schimmel, en schilfers van het plafond op de badkamer.
2.5.
Om aanspraak te kunnen maken op een huurprijsvermindering moet er sprake zijn van een gebrek dat leidt tot vermindering van het huurgenot. [1] Deze derving van het huurgenot moet wel substantieel zijn. [2] De schilfers op het plafond van de badkamer zijn vervelend, maar leiden naar het oordeel van de kantonrechter niet tot een substantiële vermindering van het huurgenot. Vocht en schimmel zorgen wel voor een aanzienlijke vermindering van het huurgenot. Maar dat alleen is niet voldoende. Ook moet komen vast te staan dat het vocht en/of schimmel veroorzaakt wordt door een gebrek zoals bedoeld in artikel 7:204 lid 2 BW Pro. In het deskundigenrapport is wel schimmel geconstateerd, maar de oorzaak hiervan ligt niet aan vocht van buitenaf of onvoldoende ventilatiemogelijkheden.
De deskundige heeft weliswaar geconstateerd dat de ventilatiemogelijkheden in de keuken, badkamer en toilet onvoldoende zijn, maar uit de stellingen van [huurders] volgt niet dat zich in die ruimtes schimmelplekken voordoen.
De kruipruimte
kanermee te maken hebben, maar dit is niet vast komen te staan. Ook zal [huurders] de manier waarop hij de woning gebruikt, moeten aanpassen. De deskundige heeft [huurders] daartoe aanknopingspunten gegeven voor een goede ventilatie van het gehuurde.
2.6.
Op grond van het bovenstaande is uit het deskundigenrapport niet vast komen te staan dat de schimmel in het gehuurde het gevolg is van een gebrek aan het gehuurde. De door [huurders] gevorderde huurprijsvermindering zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
2.7.
[huurders] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van Weller worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,50
(2,5 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
651,00
2.8.
Omdat een bedrag van € 3.025,00 voor de kosten van de deskundige door de griffier uit de Rijkskas is betaald en voorlopig in debet is gesteld, zullen [huurders] hoofdelijk worden veroordeeld om dit bedrag aan de griffier te voldoen.
2.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.10.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [huurders] af,
3.2.
veroordeelt [huurders] hoofdelijk in de proceskosten van € 3.676,00, waarvan:
te voldoen aan de griffier € 3.025,00 aan in debet gestelde deskundigenkosten, nadat [huurders] daarvoor een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak heeft ontvangen, en te betalen binnen de daarvoor op de nota gestelde termijn,
te voldoen aan Weller € 651,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
veroordeelt [huurders] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten onder 3.2. onder b. indien deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.4.
verklaart de onderdelen 3.2. onder b en 3.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:207 lid 1 BW Pro.
2.Kamerstukken II 1999/2000, 26089, nr. 6, blz. 11.