Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair), dan wel deel uit heeft gemaakt van een groep die geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] (
subsidiair);
3.De beoordeling van het bewijs
feit 1 primairtenlastegelegde feit en heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangever [slachtoffer] geloofwaardig en betrouwbaar is en steun vindt in de verklaring van [aangeefster] , de bevindingen over de locatiegegevens van de telefoons en de verklaringen van verdachten, waarin zij zichzelf op de plaats delict plaatsen. De ter zitting afgelegde getuigenverklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] dienen ter zijde te worden geschoven. De afgelegen plek waar de verdachten [slachtoffer] naartoe hebben gelokt in combinatie met het – zonder dat [slachtoffer] daar aanleiding toe gaf – vrijwel direct gebezigde geweld én de gezamenlijke voortzetting van dat geweld tegen [slachtoffer] , maakt dat de voorbedachten rade bewezen kan worden. Het letsel dat [slachtoffer] heeft bekomen, is in de visie van het Openbaar Ministerie te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel gezien de combinatie van breuken en nu operatief ingrijpen noodzakelijk was om in ieder geval de verzakking van de oogspier te corrigeren om dubbelzien te herstellen en de genezingsduur meerdere weken was. [1]
feit 2tenlastegelegde feit en heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangeefster [aangeefster] consistent, concreet en gedetailleerd is en steun vindt in de verklaring van [slachtoffer] , de bevindingen over de telefoongegevens, de verklaringen van de verdachten, waarin zij in de kern de feitelijke gang van zaken bevestigen, en de verklaring van de taxichauffeur die [aangeefster] naar het ziekenhuis heeft gebracht. De aard en duur van het handelen van de verdachten leveren het wederrechtelijk beroven van de vrijheid van [aangeefster] op. [2] De verdachten hebben zich onmiskenbaar uiterst dwingend gedragen en hadden met hun handelen (tijdelijk) controle over het doen en laten van [aangeefster] . Dat de vrijheidsbeneming van relatief korte duur is geweest, doet hieraan niet af.
feit 1 primairvrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat enig objectief bewijs voor een aandeel van de verdachte in de mishandeling in het dossier ontbreekt. Het enige dat objectief kan worden vastgesteld is dat verdachte op de plaats delict gebracht kan worden vanuit de telecomgegevens en dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de zware mishandeling. De verklaring van aangever bij de rechter-commissaris over de ‘rol’ van verdachte wijkt bovendien af van zijn eerste verklaringen bij de politie. De verdediging acht deze verklaring daarom niet betrouwbaar. Het dossier bevat ook geen objectief bewijs ter ondersteuning van een voorbedachte rade vanuit de verdachten om het slachtoffer te mishandelen.
feit 1 subsidiairvrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat er sprake dient te zijn van een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld. De verdachte ontkent stellig enig aandeel bij de mishandeling. De getuigen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben verklaard dat de verdachte er pas bij is gekomen nadat de mishandeling al had plaatsgevonden en dat de verdachte eerder geen wetenschap c.q. iets gezien heeft van die mishandeling. Aangever [slachtoffer] heeft bovendien op geen enkel moment uit zichzelf aangegeven dat verdachte geweld heeft gebruikt, terwijl hij wel heeft verklaard over voor hem onbekenden die hem zouden hebben geslagen. Dat aangever [slachtoffer] later bij de rechter-commissaris desgevraagd heeft verklaard dat verdachte hem heeft vastgehouden is daarom treffend voor de onbetrouwbaarheid van die verklaring.
feit 2vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat in het dossier de verklaring van [aangeefster] als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt en er ook geen ander objectief bewijs voorhanden is dat het scenario van [aangeefster] ondersteunt. De verklaring van de verdachte en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] maken duidelijk dat de feiten anders hebben plaatsgevonden.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
feit 1 primairen
feit 2;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 16.773,89. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.773,89 materiële schade en
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 108 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;