3.3Het oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
Vaststaat dat aangever [slachtoffer] in de nacht van 11 en 12 januari 2025 is mishandeld en daarbij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij vooral is mishandeld door medeverdachte [medeverdachte 1] , dat medeverdachte [medeverdachte 2] hem ook in zijn gezicht heeft geslagen en dat de verdachte hem heeft vastgehouden.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat de verdachte opzet had – ook niet in voorwaardelijke zin – op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangever. Reeds hierom kan de tenlastegelegde zware mishandeling niet bewezen worden verklaard, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Het proces-verbaal van aangifte d.d. 15 januari 2025 van [slachtoffer] , voor zover inhoudende:
Ik doe aangifte van poging moord en/of poging doodslag en/of zware mishandeling en/of openlijke geweldpleging tegen acht personen in totaal. Eén van deze personen is de broer van mijn verloofde, genaamd [medeverdachte 1] . De neef van [medeverdachte 1] was er ook bij, hij is genaamd [medeverdachte 2] . Ik weet dat er ook een ‘ [verdachte] ’ bij was en een jongen die ze ‘ [naam 1] ’ noemen. De andere vier jongens ken ik niet.
Afgelopen vrijdag 10 januari 2025 kreeg ik een Snapchat bericht van [medeverdachte 1] dat hij hulp nodig had. [medeverdachte 1] zei uiteindelijk dat hij zaterdag zou laten weten wanneer we erover zouden gaan praten. In de avond van 11 januari 2025 was ik thuis met mijn vader en moeder. Toen kreeg ik een bericht van [medeverdachte 1] dat hij wilde afspreken. Hij stuurde mij de locatie door. Ik moest naar Reuver rijden. De locatie betrof een donkere plek langs de snelweg. Het was op de Broekweg. Terwijl ik naar deze locatie reed was ik met [medeverdachte 1] aan het bellen via Snapchat. Tijdens het gesprek was [medeverdachte 1] heel normaal. Ik hoorde dat [medeverdachte 2] , de neef van [medeverdachte 1] , ook erbij was.
Ik kwam daar aan en zag zijn auto staan. Ik zag dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de auto zaten. [medeverdachte 1] achter het stuur en [medeverdachte 2] als bijrijder. Ik ging bij hun in de auto zitten, op de achterbank in het midden. [medeverdachte 1] vroeg om een aansteker en ik wist dat ik er eentje in mijn auto had liggen. Ik stapte weer uit en pakte een aansteker uit mijn auto. Ik ging weer in de auto zitten en gaf de aansteker aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] stak de joint niet aan, maar stapte uit en liep naar de bijrijderszijde. Mijn deur was op dat moment open en ik zag dat [medeverdachte 1] in de auto leunde en daarbij met zijn knieën tegen de achterbank steunde. [medeverdachte 1] keek mij recht in de ogen aan en ik hoorde dat hij zei: “Ik hoorde dat jij mijn zusje doet slaan.”. Ik vroeg aan hem: “Wat zeg jij allemaal? Dat klopt niet.”. Daarna zag en voelde ik dat [medeverdachte 1] mij met zijn rechtervuist met veel kracht sloeg en dat hij mij raakte tegen mij linkeroog. [medeverdachte 2] was uitgestapt en schold mij uit. Hij zei in het Arabisch tegen mij: “Hoerenzoon!”. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] trokken mij uit de auto.
Op het moment dat ik uit de auto getrokken werd zag ik dat er twee auto’s kwamen aanrijden, van allebei de kanten. Ik kon daardoor niet meer weg. Ik zag dat er in totaal 6 of 7 mannen uit de auto stapten. Uit een auto stapten 3 mannen. Uit de andere auto 3 of 4 mannen. Eén van de auto’s was een Renault. Dat is de auto die mij later achtervolgd heeft tot Venlo.
Toen ik uit de auto was, viel ik eerst bijna voorover. Toen pakte [medeverdachte 1] mij vast en trok mij naar de grond. [medeverdachte 1] bleef mij slaan tegen mijn hoofd en gezicht. Hij is niet gestopt met slaan. Hij sloeg continu met zijn vuisten. Toen ik op de grond lag heeft hij mij ook getrapt met zijn voeten. [medeverdachte 1] gaf mij ook kopstoten en knietjes. Hij heeft mij over het hele lichaam geraakt, maar bijna alle klappen, stoten en knietjes kwamen tegen mijn hoofd en gezicht. Ik zag, merkte en voelde dat er bloed uit mijn oren en gezicht kwam.
[medeverdachte 2] heeft mij ook geslagen. Ik hoorde dat [medeverdachte 1] zei: “Hij is van mij”. Hij bedoelde daarmee dat [medeverdachte 1] mij alleen wilde slaan. Anderen mochten mij niet slaan. De andere mannen die later kwamen aanrijden hebben mij ook mishandeld. Ik heb meerdere klappen van verschillende mensen gevoeld. Ik weet 1000 procent zeker dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] mij geslagen hebben. Van de andere mannen weet ik niet meer wie mij precies geslagen heeft.
Wat ik in ieder geval heel overtuigend weet is dat [medeverdachte 1] degene was die mij het vaakste geslagen, geschopt en getrapt heeft. [medeverdachte 1] heeft mij non-stop geslagen. Hij ging aan een stuk door. [medeverdachte 2] heeft mij dus ook zeker geslagen, ook tegen mijn hoofd. Ik heb tussendoor gehoord dat iemand zei dat [medeverdachte 1] moet stoppen. Ik weet niet wie dit gezegd heeft. Mijn gezicht was helemaal opgezwollen. Mijn zicht was weg en af en toe wazig. Alle geluiden hoorde ik heel ver weg. Ik was helemaal van de wereld.
Daarna gingen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wegvluchten met de auto van [medeverdachte 1] . Toen bleef ik daar achter met de rest. Ik hoorde dat [verdachte] aan mij vroeg of ik mijn verloofde echt geslagen had. Ik heb gezegd dat dit niet zo was en dat ik haar nooit geslagen heb. [verdachte] zei tegen mij dat ik moest stoppen met liegen en dat hij alles al wist. Daarna is [verdachte] naar de andere jongens gelopen. Ik ben achteruit gereden en weggereden. Dat rijden ging heel moeilijk. Ik zag bijna niks.
Het proces verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] bij de rechter-commissaris, voor zover inhoudende:
Wat was de rol van [medeverdachte 2] ?
Hij heeft mij geslagen en hij heeft mij vastgegrepen, samen met [verdachte] . Ook de andere jongens hadden mij vast. [medeverdachte 1] bleef doorgaan met slaan. [medeverdachte 1] heeft het meeste gedaan. Ik kon wel voelen dat ik ook door anderen werd geslagen. Behalve [medeverdachte 2] en [verdachte] kende ik niemand van die groep. Ik kon ook bijna niks zien.
Zijn er anderen geweest die iets zeiden tegen jou?
[verdachte] zei dat ik een leugenaar was. Dat [naam 2] voor hem net een zusje was. Op het einde spuugde [medeverdachte 1] op mij. [medeverdachte 1] zei: je mag blij zijn dat ik geen mensen heb gestuurd uit Frankrijk om je dood te schieten. [medeverdachte 2] zei niks.
Kende u [verdachte] voorafgaand aan dit incident?
Nee. Mijn vrouw heeft wel over hem verteld. Ik heb een foto van hem gezien op Facebook. Ze zei: dat is de beste vriend van mijn broer. Ik wist dat al voor het incident. Ik herkende hem tijdens het incident. Ze riepen elkaar ook met namen. Er was niks te verbergen.
[medeverdachte 2] heeft u in het begin ook geslagen?
Ja. In het gezicht. 2 of 3 keer.
Waar was [medeverdachte 1] toen?
Ook naast hem. Ze stonden met z’n tweeën tegenover mij. Hij sloeg mij ook.
Je zei ook iets over het slaan van [verdachte] ?
[medeverdachte 2] sloeg mij in het begin. [verdachte] heeft mij vastgehouden, dat weet ik 100% zeker.
Of hij mij geslagen heeft, weet ik niet meer zeker.
De forensisch medische letselrapportage van [slachtoffer] , voor zover inhoudende:
Betrokkene: dhr. [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] .
Datum incident: 11 januari 2025
Datum onderzoek: 14 januari 2025.
Conclusie. Er is sprake van bloeduitstortingen van beide ogen, van het hoofd, het gelaat en de linker hand, van kras- en schaafverwondingen van de rechter borst en linker hand, een breuk van de oogkas aan de linkerzijde met een afwijkende stand van de oogbol waarvoor een operatie nodig was. Daarnaast is er sprake van een traumatische bloeding tussen de hersenvliezen waarbij betrokkene op moment van ontslag uit het ziekenhuis nog licht- en geluidschuwheid ervoer en er sprak was van cognitieve problemen waaronder verminderde mentale belastbaarheid.
Bewijsoverweging
Op grond van de bewijsmiddelen staat vast dat de aangever in de nacht tussen 11 en 12 januari 2025 is mishandeld en daarbij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Aangever [slachtoffer] heeft over [medeverdachte 1] verklaard dat hij hem het vaakst en non-stop heeft geslagen, over [medeverdachte 2] dat hij hem in het begin twee of drie keer in zijn gezicht heeft geslagen en dat er nog andere mannen bij betrokken waren, waarvan sommigen hem ook hebben geslagen. Aangever [slachtoffer] heeft ook verklaard dat de verdachte één van die andere aanwezige mannen was en hij weet zeker dat verdachte hem heeft vastgehouden.
Voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging is vereist dat er openlijk en met verenigde krachten geweld is gepleegd tegen personen of goederen. Enig resultaat is vereist. Niet is vereist dat de dader zelf geweld heeft gepleegd. Het gebruik van ‘in vereniging’ geeft aan de voldoende is dat wordt bewezen dat betrokkene opzet op het in vereniging plegen van openlijk geweld heeft gehad en daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd. In dit geval is de dader ook strafrechtelijk aansprakelijk voor het niet door hemzelf gepleegde, in de tenlastelegging vermelde, geweld.
Naast de verklaringen van de aangever en de letselrapportage zijn er geen objectieve bewijsmiddelen aanwezig, die het scenario van aangever (dat verdachte bij de geweldpleging betrokken was en hem in ieder geval heeft vastgehouden) dan wel het scenario van verdachte (dat hij er niet bij betrokken was) kunnen ondersteunen. De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is welke verklaring zij aannemelijk en betrouwbaar acht.
De rechtbank acht de verklaringen van aangever [slachtoffer] geloofwaardig en betrouwbaar, nu hij op essentiële onderdelen gedetailleerd, consistent en concreet heeft verklaard over hetgeen hem is overkomen. Hij is voornamelijk mishandeld door medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] heeft hem in zijn gezicht geslagen, er waren nog andere mannen bij betrokken, waarvan sommigen hem ook hebben geslagen. De verdachte was daar één van en heeft hem tijdens die mishandeling in ieder geval vastgehouden. De rechtbank ziet geen aanleiding om de verklaringen van aangever in twijfel te trekken en zal hier dan ook vanuit gaan bij de vaststelling van wat er die avond is gebeurd.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte daarmee een voldoende significante of wezenlijke bijdrage geleverd aan de openlijk geweld gepleegd tegen [slachtoffer] . De rechtbank acht dan ook het subsidiair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Vrijspraak
Aangeefster [aangeefster] heeft meerdere verklaringen afgelegd, namelijk op 13 en 14 januari 2025 bij de politie en op 6 november 2025 bij de rechter-commissaris.
De rechtbank stelt vast dat aangeefster sterk wisselende verklaringen omtrent het hele verloop heeft afgelegd. Met name ten aanzien van essentiële onderdelen lopen haar verklaringen uiteen: dat er wel of niet aan de deur van haar auto werd getrokken, op welk moment haar sleutels zijn afgepakt en door wie, of ze wel of niet bij haar keel is vastgepakt en door wie en hoe ze precies werd gedwongen om in de woning te blijven.
Gelet hierop acht de rechtbank de verklaring van aangeefster onvoldoende betrouwbaar om als uitgangspunt te dienen voor de vaststelling van de feiten. Nu dit de kern van het verwijt betreft kan de rechtbank niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen wat er zich heeft afgespeeld. Daarom acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan en zal de verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.