Uitspraak
RECHTBANK Limburg
[gedaagde],
1.De procedure
- het voor de mondelinge behandeling toegezonden verweer van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Rechtbank Limburg
Eiser is sinds ongeveer 24 jaar lid van de golfclub en werd per direct uit het lidmaatschap ontzet door het bestuur op 20 november 2024. Eiser stelde beroep in bij de Commissie van Beroep, die het besluit vernietigde en een schorsing oplegde. De rechtbank verklaarde later dat de Commissie van Beroep niet bevoegd was om sancties op te leggen, waardoor het besluit nietig werd verklaard.
Ondanks de lopende bodemprocedure heeft het bestuur op 21 november 2025 het lidmaatschap van eiser opnieuw met onmiddellijke ingang opgezegd. Eiser tekende beroep aan, maar de Commissie van Beroep trad unaniem af, waardoor de behandeling van het beroep werd opgeschort. Het nieuwe bestuur werd pas in mei 2026 gekozen, waarna de Commissie van Beroep haar werkzaamheden kon hervatten.
Eiser vorderde in kort geding vernietiging van het besluit en subsidiair schorsing van het besluit tot opzegging van het lidmaatschap. De voorzieningenrechter oordeelde dat vernietiging in kort geding niet mogelijk is vanwege het declaratoire karakter, maar dat schorsing wel kan worden toegewezen vanwege het spoedeisend belang. De termijn van zes weken waarbinnen op het beroep beslist had moeten worden, was ruimschoots verstreken en er was geen concreet uitzicht op een spoedige beslissing.
De voorzieningenrechter schorst daarom het besluit van het bestuur en beveelt dat eiser zijn lidmaatschapsrechten en toegang tot het complex wordt verleend totdat de Commissie van Beroep een beslissing neemt. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het besluit tot opzegging van het lidmaatschap is geschorst en eiser krijgt toegang tot de golfclub totdat de Commissie van Beroep een beslissing neemt.