ECLI:NL:RBLIM:2026:5461
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Quaedackers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op afsluiten gas en water in gehuurde woning
Huurders vorderen in kort geding een verbod voor verhuurder om gedurende de huurovereenkomst gas en water in de woning af te sluiten, met een dwangsom bij overtreding. Dit naar aanleiding van een incident op 14 mei 2026 waarbij gas en water waren afgesloten, waardoor de woning praktisch onbewoonbaar werd. Huurders stellen dat verhuurder dit heeft gedaan en dat dit een ernstige tekortkoming en onrechtmatige daad oplevert.
Verhuurder betwist de afsluiting en stelt dat het water en gas door administratieve redenen door de nutsbedrijven waren afgesloten, zonder zijn toedoen. Hij ontkent ook de ontvangst van een sommatiebrief en stelt dat hij bij aankomst op de woning het gas en water gewoon aangesloten aantrof.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van huurders aanwezig is, maar dat niet vaststaat of en hoe lang het gas en water waren afgesloten en of verhuurder dit heeft veroorzaakt. De verklaringen en foto’s zijn onvoldoende om dit in kort geding te bewijzen. Daarom is nader onderzoek in een bodemprocedure nodig. De vordering wordt afgewezen en huurders worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verbod op afsluiten gas en water door verhuurder wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.