Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
subsidiair)op 26 december 2024 in de gemeente Heerlen [Slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd door [Slachtoffer] met een mes in het bovenlichaam te steken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
.Toen de verdachte zag dat het slachtoffer nog een keer met beide handen op hem afkwam, sloeg hij het slachtoffer met de onderkant van het mes plat op zijn hoofd en stak hij hem nog één keer in zijn zij.
verminderdaan de verdachte toe te rekenen, omdat hij door zijn tekortschietende copingsvaardigheden, voortkomend uit de persoonlijkheidsstoornis niet in staat was de maandenlange emotionele achtbaan, veroorzaakt door de instabiele driehoeksverhouding te hanteren. Doordat zijn realiteitstoetsing niet verstoord was, had hij wel de mogelijkheid om andere keuzes te maken (niet gaan of vertrekken), maar vanwege de persoonlijkheidsstoornis waren zijn gedrags-keuzes beperkt. De psycholoog concludeert dat er een matig risico op nieuwe gewelds-delicten met ernstig lichamelijk letsel is, indien de verdachte geen passende behandeling krijgt. Er zijn specifieke condities nodig voordat de verdachte overgaat tot fysieke agressie, zoals bijvoorbeeld wederom belanden in een moeizame (ex)-partnerrelatie en alle problemen die daarbij komen. Gezien de bij de verdachte aanwezige ernstige persoonlijkheidsstoornis is de kans hierop echter zeker reëel. De psycholoog adviseert de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) aan de verdachte op te leggen vanwege de hierboven beschreven ernstige psychopathologie, het als matig ingeschatte recidiverisico voor ernstige geweldsdelicten en zijn ambivalente motivatie voor de noodzakelijke intensieve psychotherapeutische behandeling. Indien een tbs-maatregel met voorwaarden niet mogelijk of niet haalbaar is, is het advies om de behandeling in het kader van een tbs-maatregel met dwangverpleging te laten plaatsvinden. De psycholoog heeft behandeling in een ander strafrechtelijk kader niet haalbaar geacht.
in verminderde mateaan de verdachte toe te rekenen. Zonder justitieel kader wordt de kans dat de verdachte terugvalt in een ernstig gewelddadig gedrag (zoals een levensdelict) door de psychiater als matig geschat. Toekomstige relationele problemen, met name binnen een gezinssituatie, vormen in combinatie met de aanwezige psychopathologie een belangrijke risico-verhogende factor. De psychiater adviseert tbs met voorwaarden. Indien dit vanwege juridische beperkingen niet mogelijk blijkt, is tbs met verpleging van overheidswege een passend alternatief. Een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf met proeftijd en bijzondere voorwaarden wordt als minder passend beschouwd. Bij bewezenverklaring wordt immers ingeschat dat behandeling noodzakelijk is om het recidiverisico te verlagen. Bij niet-naleving van de voorwaarden volgt binnen dit kader geen behandeling, maar slechts tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf.
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[Benadeelde partij 1]vordert een schadevergoeding van € 17.500,00, ter zake van de dood van zijn zoon, bestaande uit immateriële schade (affectieschade).
[Benadeelde partij 2]vordert een schadevergoeding van € 20.004,50, ter zake van de dood van haar zoon, bestaande uit € 2504,50 aan materiële schade (uitvaartkosten) en € 17.500,00 aan immateriële schade (affectieschade).
[Benadeelde partij 3]vordert een schadevergoeding van € 17.500,00 euro, ter zake van de dood van zijn (half)broer, bestaande uit immateriële schade (affectieschade).
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
- gelast dat de verdachte
- beveelt dat de ter beschikking gestelde
- wijst ten aanzien van het subsidiaire feit de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde partij 1] van een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst ten aanzien van het subsidiaire feit de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde partij 3] van een bedrag van € 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst ten aanzien van het subsidiaire feit de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [Benadeelde partij 2] , van een bedrag van € 20.004,50, bestaande uit € 2.504,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening en € 17.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
Beslag
- onttrekt aan het verkeer het in beslag genomen mes (G1766855);
- gelast de bewaring van de in beslag genomen kleding (G1766860) ten behoeve van de rechthebbende.