ECLI:NL:RBLIM:2026:5530

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
12197956 CV EXPL 26-2266
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ontruiming woonruimte wegens ontbreken spoedeisend belang

In deze kort geding procedure vordert [B.V. 1], eigenaar van een woning, de ontruiming van de woning door [persoon 1], die op basis van een gebruiksovereenkomst de woning heeft verbouwd en gebruikt. De overeenkomst liep tot 31 december 2025, waarna het gebruiksrecht zou eindigen. [persoon 1] heeft de woning echter niet verlaten en stelt dat er sprake is van een huurovereenkomst.

De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding weliswaar niet helder is, maar voldoende duidelijk maakt wat wordt gevorderd. Vervolgens wordt overwogen dat een ontruiming een ingrijpende maatregel is die diep ingrijpt in het woonrecht, zodat spoedeisend belang strikt moet worden beoordeeld. [B.V. 1] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom een bodemprocedure niet kan worden afgewacht, mede omdat het standpunt van [persoon 1] dat er een huurovereenkomst is, niet ondenkbaar is.

Daarnaast is sprake van een bedreiging door [persoon 1], maar deze vrees wordt onvoldoende onderbouwd. Ook de optie dat [persoon 1] de woning zou kopen en zijn investeringen in de woning spelen mee in de belangenafweging. De vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen en [B.V. 1] wordt veroordeeld in de proceskosten.

In reconventie vordert [persoon 1] de afgifte van zijn administratie die bij [B.V. 1] zou zijn. De kantonrechter stelt vast dat de administratie bij een ander bedrijf ligt en niet bij [B.V. 1], zodat de vordering wordt afgewezen en [persoon 1] in de proceskosten wordt veroordeeld.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor wat betreft de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang; de vordering tot afgifte van administratie wordt afgewezen wegens verkeerde gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12197956 CV EXPL 26-2266
Vonnis in kort geding van 3 juni 2026
in de zaak van
[B.V. 1],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [B.V. 1] ,
vertegenwoordigd door haar bestuurder, mr. [persoon 2] ,
tegen
[persoon 1],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
gemachtigde: mr. J.A.M.W. Snackers-Lutgens.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de eis in reconventie
- de productie van [B.V. 1]
- de mondelinge behandeling van 18 mei 2026
- de spreekaantekeningen van [B.V. 1]
- de spreekaantekeningen van [persoon 1] .

2.De feiten

2.1.
De heer [persoon 2] (in de stukken ook wel: [persoon 2] ) is bestuurder en directeur van [B.V. 1] . [persoon 2] en [persoon 1] kennen elkaar als vrienden. [persoon 1] heeft een aannemingsbedrijf en verricht al jaren klussen voor [persoon 2] op vriendschappelijke basis. Begin 2023 heeft [persoon 1] de administratie van zijn bedrijf uitbesteed aan [B.V. 2] [B.V. 1] is enig aandeelhouder en tevens bestuurder van dit bedrijf.
2.2.
[B.V. 1] is eigenaar van het woonhuis aan [adres] (hierna: de woning). De woning was voorheen in slechte staat en moest worden opgeknapt. [persoon 1] zocht naar een koopwoning maar kwam niet in aanmerking voor de benodigde hypotheek.
2.3.
Partijen zijn toen met betrekking tot de woning een schriftelijke overeenkomst aangegaan, welke luidt voor zover hier van belang:
Overwegende dat:
  • bruiklener (voor de leesbaarheid hierna: [persoon 1] ) aan bruikleengever (lees en hierna: [B.V. 1] ) te kennen heeft gegeven van de woning gebruik te willen maken teneinde het ingrijpend te kunnen verbouwen;
  • [B.V. 1] niet bereid is om de woning in eigendom af te staan, maar wel bereid is de woning aan [persoon 1] om niet in bruikleen te geven, zij het onder bepaalde voorwaarden;
  • partijen de door hen in dat kader gemaakte afspraken in deze gebruiksovereenkomst wensen vast te leggen:
Artikel 2: Duur Pro van de overeenkomst
a. Deze overeenkomst wordt met ingang van 11 juli 2023 aangegaan voor bepaalde tijd tot 31-12-2025, met dien verstande dat [persoon 1] de woning kan verbouwen tot 31-12-2023 en daarna voor twee jaar een gebruiksrecht om niet op de woning krijgt. De materiaalkosten van de verbouwing worden gedragen door [B.V. 1] , conform de opgemaakte begroting tot maximaal een bedrag groot € 60.000,-, de overige kosten komen voor rekening van [persoon 1] . Mocht de verbouwing na 31-12-2023 gereed komen, dan wordt deze overeenkomst zodanig verlengd dat [persoon 1] tenminste twee kalenderjaren gratis in de woning kan verblijven.
2.4.
[persoon 1] heeft hierna de woning verbouwd.
2.5.
[B.V. 1] heeft bij schrijven van 22 november 2025 [persoon 1] onder meer meegedeeld dat het gebruiksrecht van de woning per 31 december 2025 eindigt en hem gesommeerd de woning te verlaten. [persoon 1] heeft de woning niet verlaten.
2.6.
In december 2025 heeft de heer [persoon 2] aangifte gedaan van bedreiging door [persoon 1] .

3.Het geschil

in conventie en in reconventie
3.1.
[B.V. 1] vordert samengevat en na vermindering van eis - ontruiming van de woning.
3.2.
[persoon 1] voert verweer. Hij vordert op zijn beurt de afgifte van de administratie.
3.3.
[B.V. 1] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
Vooraf: geen nietigheid van de dagvaarding
4.1.
Op de mondelinge behandeling heeft [persoon 1] de kantonrechter vooraleerst gevraagd te beslissen op het, op de mondelinge behandeling gevoerde, verweer dat de dagvaarding een zogeheten obscuur libel is en daarmee nietig. De in het petitum gevorderde ontbinding van de gebruiksovereenkomst komt in het lichaam van de dagvaarding namelijk niet naar voren en kan ook niet in kort geding worden toegewezen, er wordt ontruiming van het gehuurde gevorderd terwijl in het lichaam van de dagvaarding enkel over bruikleen wordt gesproken en niet is aangegeven waarom die overeenkomst een ontruiming per juist
31 december 2025 zou rechtvaardigen en waarom er sprake zou zijn van verzuim. [B.V. 1] heeft hierop de gevorderde ontbinding niet langer gehandhaafd en verder toegelicht dat bedoeld is dat het gebruiksrecht sowieso per 31 december 2025 is geëindigd en dat [persoon 1] sedertdien zonder recht of titel gebruik maakt van de woning. [persoon 1] heeft hierop vorenstaand verweer gehandhaafd, met name omdat nog altijd niet duidelijk is waarom de einddatum - die toch afhankelijk is van de einddatum van de verbouwing - gehaald zou zijn, en de kantonrechter ter plekke om een beslissing gevraagd. De kantonrechter heeft, na een korte schorsing, beslist dat, hoewel de dagvaarding niet uitblinkt in helderheid, wel voldoende duidelijk is wat gevorderd is en waarom. Dit verweer is daarmee al gepasseerd.
Geen spoedeisend belang
4.2.
Spoedeisend belang bij een voorziening heeft de eiser van wie niet kan worden gevergd dat hij een bodemprocedure afwacht. Of de spoedvoorziening ook daadwerkelijk wordt verleend is afhankelijk van de uitkomst van een beoordeling van de voorlopige merites van de zaak en van afweging van de belangen van partijen. Of van [B.V. 1] kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure afwacht hangt af van een aantal factoren die niet op zichzelf staan, maar communicerende vaten vormen. Het betreft: 1) het voorlopig karakter van het rechterlijk oordeel; 2) de ingrijpendheid van het uitblijven van de voorziening dan wel het toewijzen daarvan; 3) het eventuele talmen van [B.V. 1] .
4.3.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming van woonruimte een ingrijpende maatregel is, die diep ingrijpt in het woonrecht en de eventueel daaraan verbonden huurbescherming van de huurder. Om die reden moet telkens van geval tot geval en met inachtneming van alle betrokken belangen worden geoordeeld of er voldoende zwaarwegende gronden zijn, die de toepassing van een dergelijke – in de praktijk vaak definitieve – maatregel rechtvaardigen.
4.4.
De kantonrechter merkt op [B.V. 1] haar vordering tot ontruiming baseert op de stelling dat [persoon 1] zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. [persoon 1] stelt daartegenover dat hij een huurovereenkomst met [B.V. 1] heeft. Een kort geding procedure leent zich niet voor de beantwoording van de juridische kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen. Daarvoor is een bodemprocedure de geëigende weg. Dat het standpunt van [persoon 1] (dat er een huurovereenkomst is) door de bodemrechter wordt gevolgd, is bovendien zeker niet denkbeeldig. [B.V. 1] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom die bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Als haar standpunt wordt gevolgd, verblijft [persoon 1] immers al vanaf eind december 2025 zonder recht of titel in het gehuurde. [B.V. 1] heeft dus lang getalmd en stelt niet waarom zij nu ineens wel spoedeisend belang heeft, behalve dat [persoon 1] zou hebben gedreigd de woning schade toe te brengen. Nu partijen ook praten over de optie dat [persoon 1] de woning van [B.V. 1] koopt en [persoon 1] zelf ook de nodige investeringen in de woning heeft gedaan, acht de kantonrechter die vrees onvoldoende onderbouwd.
4.5.
De slotsom is dan ook dat [B.V. 1] onvoldoende spoedeisend belang heeft om, vooruitlopend op de bodemprocedure, de ontruiming van [persoon 1] te bewerkstelligen. De vordering wordt daarom afgewezen.
4.6.
[B.V. 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [persoon 1] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.009,00
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.8.
Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard voor wat betreft de proceskosten in conventie, zoals door [persoon 1] is verzocht.
in reconventie
4.9.
[persoon 1] vordert de veroordeling van [B.V. 1] tot het overhandigen van de gehele boekhouding van [persoon 1] die zij onder zich heeft en houdt. Het spoedeisend belang zou erin zijn gelegen dat de aangiften bij de fiscus tijdig dient te geschieden om boetes te voorkomen. [B.V. 1] brengt hiertegen in dat [B.V. 1] niets met deze boekhouding te maken heeft.
4.10.
Vaststaat dat [persoon 1] de overeenkomst tot het doen van zijn boekhouding heeft gesloten met [persoon 2] Adviesgroep B.V. en niet met [B.V. 1] . [B.V. 1] beschikt dan ook niet over de boekhouding van [persoon 1] . De vordering om [B.V. 1] te veroordelen tot het overhandigen ervan is daarmee gericht tegen de verkeerde partij. De vordering jegens [B.V. 1] wordt dan ook afgewezen.
4.11.
[persoon 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [B.V. 1] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten. De nakosten worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [B.V. 1] af,
5.2.
veroordeelt [B.V. 1] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [B.V. 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [B.V. 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen van [persoon 1] af,
5.6.
veroordeelt [persoon 1] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [persoon 1] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.