ECLI:NL:RBLIM:2026:555

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11901837 \ EZ VERZ 25-402
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:170 lid 2 BWArt. 4:144 BWArt. 4:146 lid 2 BWArt. 4:148 BWArt. 4:149 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag executeur wegens nalatigheid en benoeming opvolgend executeur

Op 23 januari 2026 heeft de kantonrechter van de Rechtbank Limburg een beschikking gegeven in een zaak waarin drie erfgenamen verzoeken om het ontslag van de executeur in de nalatenschap van hun moeder wegens gewichtige redenen. De executeur werd verweten zijn verplichtingen niet na te komen, zoals het niet opstellen van een volledige boedelbeschrijving, het nalaten van beheer en verkoop van de woning, en het niet verstrekken van informatie aan de erfgenamen.

De executeur was niet verschenen op de zittingen en voerde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de executeur behoorlijk was opgeroepen en dat het niet verschijnen voor zijn risico kwam. Op grond van de feiten en de wettelijke bepalingen over de taken en verplichtingen van een executeur, oordeelde de kantonrechter dat er gewichtige redenen waren om de executeur te ontslaan.

Vervolgens werd de dochter die in het testament als opvolgend executeur was benoemd, erkend als opvolgend executeur met de bevoegdheid het beheer over de nalatenschap te voeren en schulden te voldoen. De ontslagen executeur werd verplicht binnen twee weken na betekening rekening en verantwoording af te leggen, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens werd een beheersregeling getroffen waarbij de opvolgend executeur ook het beheer krijgt over de nalatenschap van de vader en de ontbonden gemeenschap van goederen.

De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot meer of anders werd afgewezen.

Uitkomst: De executeur is ontslagen wegens nalatigheid en de opvolgend executeur is benoemd met het volledige beheer over de nalatenschap en ontbonden gemeenschap.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 11901837 \ EZ VERZ 25-402
Beschikking van 23 januari 2026
in de zaak van

1.[verzoekster 1] ,

wonende te [plaats 1] ,
2.
[verzoekster 2],
wonende te [plaats 2] (Groot-Brittannië),
3.
[verzoekster 3],
wonende te [plaats 3] ,
gemachtigde: mr. K.G.J. Boddaert,
verzoekende partijen,
tegen
[verweerder] , PRO SE EN IN ZIJN HOEDANIGHEID VAN EXECUTEUR IN DE NALATENSCHAP VAN WIJLEN MEVROUW [erflaatster],
wonende te [plaats 4] ,
verwerende partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- de op 8 december 2025 door verzoekers ingediende aanvullende productie.
1.2.
De mondelinge behandeling stond gepland op 19 december 2025. Omdat [verweerder] toen niet verschenen is, heeft de kantonrechter de mondelinge behandeling verplaatst naar
9 januari 2026.
1.3.
Op 9 januari 2026 zijn verschenen:
[verzoekster 3] , mede namens [verzoekster 1] en [verzoekster 2] , bijgestaan door mr. G.E. Grijmans, kantoorgenoot van mr. K.G.J. Boddaert.
1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op [datum 1] 2023 is in [plaats 5] (L) overleden mevrouw [erflaatster] , geboren te [plaats 6] op [datum 2] 1930 (hierna: moeder). Moeder had haar laatste woonplaats in [plaats 5] (L) aan [adres] .
2.2.
Moeder is gehuwd geweest met de heer [vader] (hierna: vader), geboren te [plaats 7] op [datum 3] 1928, welk huwelijk werd ontbonden door het overlijden van vader op [datum 4] 2016. Uit dit huwelijk zijn [verzoekster 1] , [verzoekster 2] , [verzoekster 3] en [verweerder] geboren.
2.3.
Vader heeft voor het laatst over zijn nalatenschap beschikt bij testament van 9 juli 1976. Bij dit testament is vader niet afgeweken van het wettelijke versterferfrecht, zodat hij moeder en zijn vier kinderen als zijn erfgenamen heeft achtergelaten, ieder voor een gelijk 1/5 deel. Vader heeft in zijn testament geen executeur benoemd. [verzoekster 1] , [verzoekster 2] en [verzoekster 3] hebben een boedelvolmacht verstrekt aan [verweerder] om hen te vertegenwoordigen inzake het beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW Pro over de nalatenschap van vader.
2.4.
Moeder heeft voor het laatst over haar nalatenschap beschikt bij testament van
16 december 2016. Zij heeft haar vier kinderen ieder voor een gelijk deel tot erfgenaam benoemd. Alle vier de erfgenamen hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. Moeder heeft [verweerder] tot executeur benoemd en [verweerder] heeft zijn benoeming aanvaard.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekster 1] , [verzoekster 2] en [verzoekster 3] verzoeken de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [verweerder] te ontslaan als executeur in de nalatenschap van moeder, bij welk ontslag hem de verplichting wordt opgelegd om binnen twee weken na de beschikking aan de erfgenamen rekening en verantwoording zoals bedoeld in artikel 4:151 BW Pro af te leggen, op straffe van een dwangsom;
II. voor recht te verklaren dat [verzoekster 2] met ingang van de dag van het ontslag van [verweerder] opvolgend executeur is in de nalatenschap van moeder en in die hoedanigheid de bevoegdheid heeft om namens de erfgenamen de nalatenschap van moeder te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, en de door haar beheerde goederen - zonder dat daar overleg met, of toestemming van, de andere erfgenamen voor vereist is - te gelde te maken voor zover dit nodig is voor de tot haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap;
III. een beheersregeling tussen partijen te treffen, inhoudende dat uitsluitend [verzoekster 2] het volledige beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW Pro krijgt over de goederen die behoren tot de nalatenschap van vader, en tot de goederen van de ontbonden gemeenschap van goederen waarin vader met moeder gehuwd was;
IV. [verweerder] te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.
Verzoekers stellen ter onderbouwing van hun verzoek - kort weergegeven – dat er sprake is van gewichtige redenen op grond waarvan [verweerder] uit zijn functie als executeur dient te worden ontslagen, nu hij niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen.
Zo heeft [verweerder] geen volledige boedelbeschrijving met verzoekers gedeeld en hebben verzoekers moeten constateren dat diverse aanmaningen van schuldeisers blijven komen. Ook verzuimt [verweerder] om de woning te beheren en om tot verkoop van de woning over te gaan. Daarnaast laat [verweerder] na de vereiste inlichtingen over de uitvoering van zijn taak aan verzoekers te verstrekken, ondanks dat zij daar herhaaldelijk om hebben verzocht. Daarbij achten verzoekers het van belang dat het beheer over de nalatenschap van vader (en van de ontbonden en onverdeelde gemeenschap van goederen waarin vader en moeder met elkaar gehuwd waren) in dezelfde handen komt.
3.3.
[verweerder] heeft geen verweer gevoerd en is niet op de mondelinge behandeling verschenen.
3.4.
Op de stellingen van verzoekers wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat [verweerder] behoorlijk is opgeroepen.
Nadat [verweerder] op de oorspronkelijk geplande zitting van 19 december 2025 niet was verschenen, en niet kon worden vastgesteld of [verweerder] van die zitting op de hoogte was, heeft de kantonrechter een nieuwe mondelinge behandeling bepaald op 9 januari 2026.
De griffier heeft [verweerder] bij aangetekende brief van 19 december 2025 opgeroepen. Uit informatie van PostNL blijkt dat de aangetekende brief op 23 december 2025 aan [verweerder] is bezorgd. Nu [verweerder] van de mondelinge behandeling van 9 januari 2026 op de hoogte was, komt de omstandigheid dat hij niet is verschenen voor zijn risico.
De kantonrechter zal tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek overgaan.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat een executeur op grond van artikel 4:144 BW Pro tot taak heeft de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens het beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. Een executeur heeft bij de uitoefening van zijn taken niet alleen bevoegdheden, maar ook verplichtingen, in het bijzonder de in artikel 4:146, tweede lid, BW neergelegde plicht om met bekwame spoed een boedelbeschrijving op te stellen en op grond van artikel 4:148 BW Pro aan een erfgenaam alle door deze gewenste inlichtingen omtrent de uitoefening van zijn taak te geven.
4.3.
Artikel 4:149 lid 2 BW Pro bepaalt onder meer dat een executeur kan worden ontslagen om gewichtige redenen. Op grond van de onweersproken feitelijke stellingen van verzoekers komt de kantonrechter tot het oordeel dat er gewichtige redenen bestaan om [verweerder] als executeur te ontslaan. Verzoekers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat [verweerder] zijn verplichtingen als executeur niet nakomt, en dat de afwikkeling van de nalatenschap op dit moment stil ligt. Met name de omstandigheid dat [verweerder] ruim twee jaar na het overlijden van moeder nog steeds geen concrete stappen heeft ondernomen om tot verkoop van de woning over te gaan, acht de kantonrechter zeer kwalijk. Verzoekers hebben voldoende pogingen gedaan om tot afspraken met [verweerder] te komen om de nalatenschap af te wikkelen, maar dit heeft niet tot enig resultaat geleid.
4.4.
Moeder heeft in haar testament bepaald dat zij bij ontstentenis of belet en bij opvolging, haar dochter [verzoekster 2] tot executeur benoemt. [verzoekster 2] heeft haar benoeming aanvaard, zodat de gevraagde verklaring voor recht dat [verzoekster 2] opvolgend executeur is, zal worden toegewezen.
4.5.
In artikel 4:151 BW Pro is bepaald dat een executeur wiens bevoegdheid tot beheer van de nalatenschap is geëindigd, verplicht is aan degene die na hem tot het beheer bevoegd is, rekening en verantwoording af te leggen. De kantonrechter begrijpt het verzoek aldus, dat bedoeld is om [verweerder] te verplichten rekening en verantwoording af te leggen aan [verzoekster 2] , nu zij als opvolgend executeur tot het beheer bevoegd is. Aan deze verplichting zal de door verzoekers verzochte dwangsom worden verbonden van € 250,00 per dag, met dien verstande dat de dwangsom zal worden gemaximeerd tot € 5.000,00. Bovendien zal anders dan verzocht de termijn van twee weken pas starten na betekening van de beschikking. Op die manier staat voldoende vast dat de beschikking [verweerder] bereikt.
4.6.
De kantonrechter ziet ten slotte aanleiding om het verzoek om een beheersregeling te treffen ook toe te wijzen. Verzoekers hebben de aan [verweerder] verleende volmacht herroepen en het ligt in de rede dat [verzoekster 2] als executeur ook het beheer krijgt over de goederen die behoren tot de nalatenschap van vader, en over de goederen van de ontbonden gemeenschap van goederen waarin vader met moeder gehuwd was.
4.7.
In de aard van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontslaat [verweerder] met ingang van heden als executeur in de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] voornoemd,
5.2.
verklaart voor recht dat [verzoekster 2] met ingang van heden opvolgend executeur is in de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] en dat zij in die hoedanigheid de bevoegdheid heeft om namens de erfgenamen de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen en de door haar beheerde goederen - zonder dat daar overleg met of toestemming van de andere erfgenamen voor vereist is - te gelde te maken voor zover dit nodig is voor de tot haar taak behorende voldoening van de schulden van de nalatenschap,
5.3.
legt aan [verweerder] de verplichting op om binnen twee weken na betekening van deze beschikking aan [verzoekster 2] rekening en verantwoording zoals bedoeld in artikel 4:151 BW Pro af te leggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [verweerder] in gebreke blijft aan deze verplichting te voldoen, tot een maximum van
€ 5.000,00,
5.4.
treft een beheersregeling tussen partijen, inhoudende dat uitsluitend [verzoekster 2] het volledige beheer als bedoeld in artikel 3:170 lid 2 BW Pro krijgt over de goederen die behoren tot de nalatenschap van de heer [vader] voornoemd, en tot de goederen van de ontbonden gemeenschap van goederen waarin de heer [vader] met mevrouw [erflaatster] gehuwd was,
5.5.
compenseert de proceskosten in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.