ECLI:NL:RBLIM:2026:5557

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
11964201 CV EXPL 25-4688
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 EEX-Vo 2012Art. 99 RvArt. 102 RvArt. 110 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid kantonrechter in effectenleasezaak met buitenlandse eiser

In deze civiele bodemzaak vordert de erfgenaam van een buitenlandse overledene tegen Dexia Nederland B.V. wegens schade uit een effectenleaseovereenkomst. De eiser woont in het buitenland, waardoor de zaak een internationaal karakter heeft. De rechtbank bevestigt haar internationale bevoegdheid op grond van de EEX-Verordening omdat de gedaagde in Nederland is gevestigd.

De kantonrechter beoordeelt vervolgens ambtshalve de relatieve bevoegdheid. De eiser stelt dat de schadebrengende feiten zich in het rechtsgebied van Maastricht hebben voorgedaan, maar de rechtbank volgt vaste jurisprudentie dat de schade voortvloeit uit contractuele zorgplichtschending en niet uit een onrechtmatige daad. Hierdoor kan de bevoegdheid niet worden gebaseerd op artikel 102 Rv Pro.

De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, waar de gedaagde is gevestigd. Partijen wordt gewezen op hun recht om elkaar bij exploot op te roepen voor een nieuwe roldatum.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11964201 \ CV EXPL 25-4688
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[de erfgenaam] , te dezen handelende, ten behoeve van de gemeenschap, in hoedanigheid van wettelijke erfgenaam van [erflater] ,
wonende te [woonplaats] , België,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,
tegen
de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in de hoofdzaak en in het incident,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
Partijen worden hierna [de erfgenaam] en Dexia genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: :
  • de dagvaarding van 5 november 2025;
  • de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met een incidenteel verzoek;
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens houdende een antwoord in het incident;
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling in conventie en in reconventie

Rechtsmacht
2.1.
Nu [de erfgenaam] in het buitenland woonachtig is en de vordering uit dien hoofde een internationaal karakter draagt, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
2.2.
De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en wel op grond van artikel 4 van Pro de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), nu de gedaagde, Dexia, woonplaats heeft in Nederland.
Relatieve bevoegdheid
2.3.
Vervolgens overweegt de kantonrechter dat, nu sprake is van – kort gezegd – een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, dat hij op grond van artikel 110 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ambtshalve dient te beoordelen of hij relatief bevoegd is.
2.4.
[de erfgenaam] stelt dat de schadebrengende feiten hebben plaatsgevonden in het rechtsgebied van de kantonrechter te Maastricht, zodat de kantonrechter te Maastricht bevoegd is te zaak te behandelen.
2.5.
Overwogen wordt dat volgens vaste jurisprudentie in effectenleasezaken de door afnemer geleden schade voortvloeit uit het schenden van de contractuele zorgplicht door Dexia, zodat er in zoverre geen sprake is van een onrechtmatige daad en daarmee samenhangende schadebrengende feiten. De bevoegdheid van de kantonrechter te Maastricht kan dus niet worden gebaseerd op artikel 102 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat op grond van artikel 99 Rv Pro de kantonrechter te Amsterdam bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. Dexia is immers gevestigd binnen diens rechtsgebied. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.
2.7.
De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.

3.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie en in reconventie
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam,
3.3.
wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de andere partij bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.