Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 januari 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen over het aantreffen van een verborgen ruimte in de auto van verdachte p. 11 en 12, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van bevindingen p. 15, de kennisgevingen van inbeslagneming p. 85 en 105, het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen p. 73-79 en de rapporten NFIdent p. 80 en 81.
4.De strafbaarheid
5.De strafoplegging
first offenderis een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 28 tot 32 maanden. De rechtbank neemt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt. Hoewel de wijze van het transport van de heroïne - in een verborgen ruimte in de auto van de verdachte - kan duiden op een georganiseerd verband, zal de rechtbank hiervan in het voordeel van de verdachte bij de bepaling van de straf niet uitgaan.
first offenders,hetgeen de verdachte niet is. De rechtbank is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden in de persoon van de verdachte die ertoe moeten leiden dat hiervan moet worden afgeweken. Het gegeven dat de verdachte tijdens zijn schorsing werk heeft gevonden en een training heeft gevolgd, is weliswaar positief, maar legt onvoldoende gewicht in de schaal als op de andere kant van de balans de ernst van het feit (al helemaal in combinatie met de recidive) ligt.
6.Het beslag
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen, dat de veroordeelde:
- personenauto (goednummer G1756667);
- 13 stuks verdovende middelen (goednummers G1756887 en G1756677);
- 13 stuks fusten (goednummers G1760530, G1760531, G1760532, G1760533, G1760534, G1760535, G1760536, G1760537, G1760538, G1760539, G1760540, G1760541 en G1760542).
BIJLAGE I: De tenlastelegging