Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
woensdag 5 augustus 2026 om 10:00 uur,
5 augustus 2026voor conclusie van antwoord,
Rechtbank Limburg
In deze civiele bodemzaak vordert eiser, een aannemingsbedrijf, betaling van openstaande facturen voor de levering van licht verontreinigde grond en bouwstoffen. Gedaagde, AGO Infra, betwist de volledige aansprakelijkheid en verzoekt in een incident toestemming om drie andere partijen in vrijwaring op te roepen. AGO Infra stelt dat de vermenging van grond met verschillende kwaliteitsklassen niet uitsluitend haar risico is, maar mede is ontstaan tijdens gezamenlijke werkzaamheden onder toezicht van een van de op te roepen partijen.
De rechtbank overweegt dat op basis van de aangevoerde en niet weersproken gronden niet kan worden uitgesloten dat AGO Infra regres kan nemen op de derden. Dit is voldoende voor toewijzing van het verzoek tot oproeping in vrijwaring. Omdat geen partij in het ongelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
De rechtbank bepaalt dat AGO Infra de drie partijen mag dagvaarden tegen de rolzitting van 5 augustus 2026. De hoofdzaak wordt eveneens verwezen naar die datum voor conclusie van antwoord, en verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door rechter Etman en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat AGO Infra drie derden in vrijwaring oproept en compenseert de proceskosten tussen partijen.