ECLI:NL:RBLIM:2026:5665

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/03/351047 / HA ZA 26-139
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Etman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor oproeping derden in vrijwaring bij geschil over verontreinigde grond en facturen

In deze civiele bodemzaak vordert eiser, een aannemingsbedrijf, betaling van openstaande facturen voor de levering van licht verontreinigde grond en bouwstoffen. Gedaagde, AGO Infra, betwist de volledige aansprakelijkheid en verzoekt in een incident toestemming om drie andere partijen in vrijwaring op te roepen. AGO Infra stelt dat de vermenging van grond met verschillende kwaliteitsklassen niet uitsluitend haar risico is, maar mede is ontstaan tijdens gezamenlijke werkzaamheden onder toezicht van een van de op te roepen partijen.

De rechtbank overweegt dat op basis van de aangevoerde en niet weersproken gronden niet kan worden uitgesloten dat AGO Infra regres kan nemen op de derden. Dit is voldoende voor toewijzing van het verzoek tot oproeping in vrijwaring. Omdat geen partij in het ongelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

De rechtbank bepaalt dat AGO Infra de drie partijen mag dagvaarden tegen de rolzitting van 5 augustus 2026. De hoofdzaak wordt eveneens verwezen naar die datum voor conclusie van antwoord, en verdere beslissingen worden aangehouden. Het vonnis is gewezen door rechter Etman en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.

Uitkomst: De rechtbank staat toe dat AGO Infra drie derden in vrijwaring oproept en compenseert de proceskosten tussen partijen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/351047 / HA ZA 26-139
Vonnis in incident (bij vervroeging) van 24 juni 2026
in de zaak van
[aannemingsbedrijf] B.V., tevens h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. W. van Dijk,
tegen
AGO INFRA B.V.,
te Stein,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: AGO Infra,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 5,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 8,
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
[bedrijf] heeft licht verontreinigde grond (en overige bouwstoffen) in ontvangst genomen en zij heeft Ago Infra in dit verband een aantal facturen toegezonden. [bedrijf] stelt dat Ago Infra, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke blijft deze facturen te voldoen. Derhalve vordert zij (samengevat) betaling van € 76.349,69 te vermeerderen met rente en kosten.
in het incident
2.2.
Ago Infra vordert toestemming om [bouwbedrijf] B.V.,
[sloopbedrijf] B.V. en Silence Breaking B.V. (hierna afzonderlijk te noemen: [bouwbedrijf] , [sloopbedrijf] en Silence) in vrijwaring te mogen oproepen. Ago Infra legt hieraan ten grondslag dat per ongeluk grond van verschillende kwaliteitsklassen is vermengd, hetgeen heeft gezorgd voor hogere stortkosten. Ago Infra stelt dat de vermenging niet uitsluitend in haar risicosfeer is ontstaan, maar tijdens gecombineerde werkzaamheden van Spiering en Ago Infra, onder toezicht en in overleg met [bouwbedrijf] . Volgens Ago Infra had Silence wetenschap en betrokkenheid in het voortraject en zijn de daadwerkelijke graafwerkzaamheden uitgevoerd door Silence. De nadelige gevolgen van een eventuele veroordeling in de hoofdzaak, zouden derhalve niet (volledig) voor rekening van Ago Infra behoren te blijven, aldus Ago Infra.
2.3.
[bedrijf] heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en laat de beslissing aan het oordeel van de rechtbank over.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
Gelet op de door Ago Infra aangevoerde grond voor de oproeping in vrijwaring van [bouwbedrijf] , [sloopbedrijf] en Silence, valt naar het oordeel van de rechtbank op voorhand niet uit te sluiten dat Ago Infra geheel of gedeeltelijk regres zal kunnen nemen op [bouwbedrijf] , [sloopbedrijf] en Silence. Dat is voor toewijzing van het verzoek voldoende.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
3.3.
Omdat geen van partijen als in het ongelijk gesteld kan worden beschouwd, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat [bouwbedrijf] B.V., [sloopbedrijf] B.V. en Silence Breaking B.V. door Ago Infra worden gedagvaard tegen de rolzitting van
woensdag 5 augustus 2026 om 10:00 uur,
4.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.3.
verwijst de zaak naar de rol van
5 augustus 2026voor conclusie van antwoord,
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.