Eiser heeft in opdracht van gedaagde dakdekkerswerkzaamheden verricht aan drie projecten en een auto verkocht aan gedaagde. Gedaagde betaalde de koopprijs van de auto pas tijdens de procedure en weigerde betaling voor twee projecten wegens vermeende niet-nakoming en onvoldoende specificatie.
Partijen maakten op 23 februari 2025 afspraken over de prijs, maar er waren geen schriftelijke afspraken vooraf. De kantonrechter oordeelde dat de facturen voor de projecten voldoende gespecificeerd waren en dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd dat werkzaamheden niet waren verricht.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van € 14.278,85 voor de werkzaamheden, € 4.250,00 voor de auto (minus reeds betaalde € 4.250,00), wettelijke rente vanaf 29 maart 2025, en € 960,29 aan buitengerechtelijke incassokosten. Het beroep op opschorting faalde omdat geen opeisbare vordering bestond. Proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.