ECLI:NL:RBLIM:2026:5745
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Koster-van der Linden
- Rechtspraak.nl
Beheersregeling woning na beëindiging samenleving met minderjarig kind
Partijen, die een relatie hadden en samenwoonden, zijn in juli 2025 uit elkaar gegaan. Zij zijn gezamenlijk eigenaar van de woning en hebben een minderjarig kind met gezamenlijk gezag. De vrouw woont sinds het einde van de relatie in de woning, terwijl de man elders verblijft en alle eigenaarslasten en hypotheek betaalt.
De man verzoekt het uitsluitend gebruik van de woning toe te kennen aan hem, terwijl de vrouw dit afwijst en zelf het gebruiksrecht wil behouden. De kantonrechter oordeelt dat de man het gebruiksrecht voor zes maanden krijgt toegewezen, omdat hij de lasten draagt en de vrouw de woning uiteindelijk zal moeten verlaten. Het belang van het kind wordt niet geschaad, mede gezien de zorgregeling waarbij het kind ongeveer de helft van de tijd bij elke ouder verblijft.
De vrouw moet de woning binnen vier weken verlaten na het einde van de beschikking, onder verbeurte van een dwangsom. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en verdere verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de woning voor zes maanden en de vrouw moet de woning binnen vier weken verlaten onder dwangsom.