ECLI:NL:RBLIM:2026:5756

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
11994070 \ CV EXPL 25-5510
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Boekhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:21 lid 7 BWArt. 7:900 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen consument wegens geldige vaststellingsovereenkomst bij non-conforme tweedehands auto

Op 22 februari 2024 kocht de consument een tweedehands auto van Garage de Betuwe. Kort na aflevering meldde de consument klachten over onder meer een verstopt roetfilter en een olielek. Na ingebrekestelling en betwisting van non-conformiteit door de garage, ontstonden schikkingsonderhandelingen.

Partijen kwamen overeen dat Garage de Betuwe het roetfilter en de brandplaatjes van de verstuivers kosteloos zou herstellen en een jaar garantie zou verlenen. De garage voerde de herstelwerkzaamheden uit op 23 januari 2025. De consument stelde echter dat de vaststellingsovereenkomst niet tot stand was gekomen vanwege het ontbreken van een redelijke garantie en deugdelijk herstel.

De kantonrechter oordeelt dat uit de correspondentie en gedragingen van partijen blijkt dat de vaststellingsovereenkomst wel degelijk is gesloten, inclusief de voorwaarde van garantie. De vraag of het herstel deugdelijk is uitgevoerd betreft de nakoming van de overeenkomst, niet de totstandkoming. De consument kan daarom niet terugvallen op de oorspronkelijke koopovereenkomst zolang de vaststellingsovereenkomst van kracht is.

De vorderingen van de consument worden afgewezen en deze wordt veroordeeld in de proceskosten. De vordering van Garage de Betuwe in reconventie behoeft geen bespreking omdat de voorwaarde voor toewijzing niet is vervuld.

Uitkomst: De vorderingen van de consument worden afgewezen wegens een geldige vaststellingsovereenkomst die de oorspronkelijke koopovereenkomst vervangt.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11994070 \ CV EXPL 25-5510
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
[de klant],
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [de klant] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
GARAGE DE BETUWE B.V.,
te Culemborg ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Garage de Betuwe ,
gemachtigde: mr. J.W. Koehoorn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met bijlagen
- de conclusie van antwoord in conventie en van voorwaardelijke eis in reconventie
met bijlagen
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 20 mei 2026
- de spreekaantekeningen van mr. Yadegari en van mr. M.M. Damho (kantoorgenoot van
mr. Koehoorn).
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 22 februari 2024 heeft [de klant] van Garage de Betuwe een tweedehands auto gekocht, met [kenteken] en een kilometerstand van 244.924. De factuur vermeldt een koopprijs van € 2.300,00. Er is sprake van consumentenkoop.
2.2.
Enkele weken na aflevering heeft [de klant] zich met klachten bij Garage de Betuwe gemeld.
2.3.
Bij brief van 4 mei 2024 heeft de gemachtigde van [de klant] Garage de Betuwe in gebreke gesteld om binnen 7 dagen na dagtekening over te gaan tot onder meer herstel. In de brief staat over de klachten van [de klant] :
“Koper heeft deze gebreken zelf direct na koop mogen constateren”.
- Turbo (reeds gerepareerd)
- Verstopt roetfilter
- Hard geluid bij opstarten
- Olielek vanuit tweede en derde bougie”
2.4.
Bij e-mailbericht van 5 juni 2024 heeft de gemachtigde van Garage de Betuwe betwist dat sprake is van non-conformiteit, maar zich wel bereid verklaard de auto te onderzoeken en indien nodig te herstellen.
2.5.
In de weken daarna hebben partijen contact gehad over de uitvoering hiervan, maar dit heeft er niet toe geleid dat Garage de Betuwe de auto heeft onderzocht dan wel heeft kunnen onderzoeken.
2.6.
Per e-mail van de gemachtigde van [de klant] van 20 augustus 2024 om 16:17 uur is verklaard dat [de klant] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbindt.
2.7.
Garage de Betuwe heeft de auto daarna onderzocht. Bij e-mailbericht van
17 oktober 2024 heeft de gemachtigde van Garage de Betuwe aan de gemachtigde van [de klant] onder meer kenbaar gemaakt dat zij de brandplaatjes van de verstuivers kosteloos wil herstellen.
2.8.
Tussen partijen hebben in de periode daarna schikkingsonderhandelingen plaatsgevonden. Daarop gaat de kantonrechter in de beoordeling verder in.
2.9.
Garage de Betuwe heeft op 23 januari 2025 herstelwerkzaamheden aan de auto uitgevoerd. [de klant] heeft de auto vervolgens opgehaald.
2.10.
Vervolgens heeft [de klant] op 25 november 2025 Garage de Betuwe gedagvaard.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[de klant] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
primair
I. een verklaring voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, met veroordeling van Garage de Betuwe tot terugbetaling van de koopsom ad € 2.500,00 of een evenredig deel daarvan bij partiële ontbinding,
s
ubsidiair
II. ontbinding van de koopovereenkomst op grond van non-conformiteit danwel vernietiging op grond van dwaling, met veroordeling van Garage de Betuwe tot terugbetaling van de koopsom ad € 2.500,00 of een evenredig deel daarvan bij partiële ontbinding of vernietiging,
meer subsidiair
III. veroordeling van Garage de Betuwe tot het ophalen van de auto en tot kosteloos herstel van de gebreken, op straffe van een dwangsom en het kosteloos verschaffen van vervangend vervoer,
zowel primair als subsidiair
IV 1. veroordeling van Garage de Betuwe tot betaling van € 599,00 aan
transportkosten van de auto naar Garage de Betuwe ex artikel 7:21 lid 7 BW Pro, indien Garage de Betuwe niet binnen twee weken na aanmaning de auto heeft opgehaald,
2. te bepalen dat [de klant] haar verplichting tot het terug leveren van de auto aan
Garage de Betuwe mag opschorten totdat Garage de Betuwe aan haar betalingsverplichtingen uit hoofde van het vonnis heeft voldaan en dat [de klant] de auto in onderpand mag behouden tot ontvangst van betaling van Garage de Betuwe ,
zowel primair, subsidiair als meer subsidiair
V. veroordeling van Garage de Betuwe tot betaling van € 2.500,00, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 453,75 en de wettelijke (handels)rente vanaf datum verzuim tot de dag van volledige betaling,
VI. veroordeling van Garage de Betuwe tot betaling van € 532,91 aan onderzoekskosten, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van € 80,59 en de wettelijke (handels)rente vanaf datum verzuim tot de dag van volledige betaling,
VII. veroordeling van Garage de Betuwe tot betaling van € 107,00 per maand aan motorrijtuigenbelasting en € 68,72 per maand aan verzekeringspremies, tot op heden begroot op € 1.054,32, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke (handels)rente vanaf datum verzuim tot de dag van volledige betaling.
VIII. veroordeling van Garage de Betuwe om de auto onmiddellijk te vrijwaren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel) tot een maximum van € 20.000,00 dat zij geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [de klant] ,
IX. veroordeling van Garage de Betuwe tot betaling van de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Garage de Betuwe voert verweer. Garage de Betuwe concludeert tot
niet-ontvankelijkheid van [de klant] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de klant] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de klant] in de [de klant] van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.4.
Garage de Betuwe vordert - onder de voorwaarde dat de kantonrechter de ontbinding c.q. vernietiging van de overeenkomst vaststelt of uitspreekt, en daaraan niet de verplichting voor [de klant] koppelt om gelijktijdig de auto met sleutels en de papieren bij Garage de Betuwe in te leveren, bij gebreke waarvan Garage de Betuwe niet wordt ontslagen van een verplichting tot overschrijving en terugname van de auto en betaling van het in conventie bepaalde te betalen bedrag - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
I. veroordeling van [de klant] tot levering van de auto met [kenteken] inclusief sleutels en kentekenpapieren binnen een door de kantonrechter te bepalen termijn en tot het verlenen van medewerking aan het overschrijven van het kenteken, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag(deel), met een maximum van € 20.000,00, waarbij Garage de Betuwe pas tot betaling van het in conventie bepaalde bedrag is verplicht nadat [de klant] tot haar voormelde verplichtingen is overgegaan en tot betaling van de verbeurde dwangsommen is overgegaan,
II. Garage de Betuwe te bevrijden van haar verplichting tot betaling van het in conventie bepaalde bedrag en terugname van de auto indien [de klant] , nadat de maximale dwangsom is bereikt maar [de klant] de auto met [kenteken] inclusief sleutels en kentekenpapieren niet heeft geleverd, geen medewerking heeft verleend aan het overschrijven van het kenteken en de verbeurde dwangsommen niet heeft betaald,
III. veroordeling van [de klant] in de proceskosten.
3.5.
[de klant] voert verweer. [de klant] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Garage de Betuwe , met veroordeling van Garage de Betuwe in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
De kantonrechter constateert dat de vorderingen die [de klant] heeft ingesteld en de feiten en omstandigheden die [de klant] daarvoor aanvoert, in de kern zijn ingegeven door de stelling dat de geleverde auto non-conform was, waarmee Garage de Betuwe is tekort geschoten in de uitvoering van de koopovereenkomst. [de klant] beroept zich op ontbinding van de koopovereenkomst en - zonder enige toelichting - op vernietiging wegens dwaling en op schadeplichtigheid van Garage de Betuwe .
4.2.
Uit de stellingen van partijen en de door hen overgelegde correspondentie, een en ander zoals ook besproken tijdens de mondelinge behandeling, blijkt echter dat zij schikkingsonderhandelingen over de kwestie hebben gevoerd. Garage de Betuwe heeft in de conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de uitkomst van de schikkingsonderhandelingen was dat zij het roetfilter en de brandplaatjes van de verstuivers kosteloos zou herstellen en daarop op verzoek van [de klant] een jaar garantie zou verlenen. De overige klachten zouden voor rekening van [de klant] blijven.
Die werkzaamheden heeft zij daarna ook uitgevoerd, aldus Garage de Betuwe . Volgens Garage de Betuwe riekt het naar misbruik van recht dat [de klant] geen beroep op de garantie heeft gedaan, maar haar heeft gedagvaard.
[de klant] heeft zich tijdens de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat zij het schikkingsvoorstel uitdrukkelijk heeft aanvaard mits een redelijke vorm van garantie wordt verleend voor de uit te voeren reparatiewerkzaamheden. Volgens [de klant] was voor de totstandkoming van de schikking bijvoorbeeld ook een deugdelijk herstel vereist en is er, nu er op 23 januari 2025 (of daarna) aan de voorwaarde ‘deugdelijke uitvoering’ niet is voldaan, geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen. In het geval er wel een vaststellingsovereenkomst is gesloten, geldt dat niet aan de voorwaarde voor het verlenen van finale kwijting is voldaan, omdat er niet deugdelijk is nagekomen, aldus [de klant] .
4.3.
De eerste vraag die dan ook beantwoord moet worden, is of partijen ter beëindiging van hun geschil over de non-conformiteit van de auto een (algehele) vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.
Voorwaarde ‘verlenen van redelijke vorm van garantie’
4.4.
Volgens [de klant] is geen vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, omdat Garage de Betuwe de voorwaarde tot het verlenen van een jaar garantie niet heeft aanvaard. De kantonrechter volgt [de klant] daarin niet en licht dat hierna toe aan de hand van de correspondentie over de schikkingsonderhandelingen.
4.5.
De gemachtigde van [de klant] heeft bij e-mailbericht van 18 november 2024 om
14.43
uur aan de gemachtigde van Garage de Betuwe onder meer bericht:
“(...) Een oplossingsmogelijkheid die Koper acceptabel acht is dat het roetfilter voor rekening van Verkoper wordt vervangen of hersteld en dat een jaar garantie verleend wordt op deze werkzaamheden. Het is anders te risicovol voor Koper om kwijting te verlenen.
Een nieuwe APK keuring. (..).
Het olieverbruik moeten partijen meten en wanneer die vaststelling niet tot technisch ingrijpen lijdt, kan kwijting worden verleend.
Het verzoek aldus om een voorstel te doen met daarin de voorwaarden die Verkoper kan aanvaarden en ik aan Koper kan voorleggen ter acceptatie.”
4.6.
De gemachtigde van Garage de Betuwe heeft bij e-mailbericht van
28 november 2024 om 12.55 uur aan de gemachtigde van [de klant] onder meer geantwoord:
“(…) Het tegenvoorstel dat door uw cliënt wordt gepresenteerd is voor cliënte niet acceptabel. (…) Het komt cliënte voor dat zaken afgewikkeld dienen te worden conform de thans in het geding bestaande discussiepunten.Op dat punt heeft cliënte reeds aangeboden het roetfilter te vervangen. Ondanks dat zij van mening is dat dit regulier onderhoud betreft. Hetzelfde geldt voor het verhelpen van het lekken van de brandplaatje van de verstuivers.Ten aanzien van de gestelde overschrijding van oliegebruik kan cliënte niets. (…) Wat cliënte zelf heeft vastgesteld leidt haars inziens niet tot een noodzaak tot aanpassing van het voertuig. (…) Cliënte biedt derhalve nogmaals maar wel echt ten laatste male aan zowel het roetfilter te vervangen als ook het lekken van de brandplaatje van de verstuivers te verhelpen, als daarna finale kwijting wordt gegeven met betrekking tot de thans door uw cliënt geuite klachten (het olieverbruik daarbij dus uitdrukkelijk inbegrepen).”
4.7.
Per e-mailbericht van de gemachtigde van [de klant] van 12 december 2024 om 03:11 uur werd aan de gemachtigde van Garage de Betuwe vervolgens bericht:
“Het is goed dat wij beiden in staat zijn om in het belang van onze cliënten tot het uiterste te gaan met behoud van de ontwikkeling van de onderlinge confraternele relatie. Het is juist als gevolg daarvan dat ook dit dossier met een schikking kan worden afgerond, waarvoor ik u erkentelijk ben.
Het aangeboden voorstel wordt aanvaard mits een redelijke vorm van garantie wordt verleend voor de uit te voeren reparatiewerkzaamheden en vervanging van het roetfilter, de brandplaatjes en de verstuivers. De finale kwijting is dan ook in zoverre acceptabel, als de deugdelijke uitvoering van de reparaties dat wettigen.
Laat u mij t.z.t. weten of Verkoper aan Koper rechtstreeks, wanneer de auto kan worden opgehaald?”
4.8.
Garage de Betuwe heeft het voorstel tot verlenen van garantie niet verworpen, maar ook niet uitdrukkelijk aanvaard. Zij heeft zich in deze procedure wel op het standpunt gesteld dat onderdeel van de vaststellingsovereenkomst is dat zij een jaar garantie heeft verleend op de afgesproken werkzaamheden. Wat daarbij past is het volgende. [de klant] heeft de auto vervolgens aan Garage de Betuwe voor uitvoering van de werkzaamheden aangeboden, waarna deze op 23 januari 2025 door Garage de Betuwe (al dan niet deugdelijk) zijn uitgevoerd. Hieruit volgt - in combinatie met het niet hebben verworpen van de gestelde voorwaarde - dat Garage de Betuwe in elk geval stilzwijgend akkoord is gegaan met de door [de klant] in het kader van de vaststellingsovereenkomst gestelde voorwaarde tot het verlenen van een redelijke vorm van garantie op de genoemde herstelwerkzaamheden, en [de klant] heeft dat ook zo mogen en moeten begrijpen. Indien [de klant] daadwerkelijk in de veronderstelling was dat een redelijke vorm van garantie niet door Garage de Betuwe was verleend, had het ook niet voor de hand gelegen dat zij uitvoering had gegeven aan de vaststellingsovereenkomst, zoals zij wel heeft gedaan. Dit standpunt van [de klant] kan daarom niet slagen.
Deugdelijk herstel
4.9.
Volgens [de klant] is de vaststellingsovereenkomst ook niet tot stand gekomen, omdat Garage de Betuwe de voorwaarde tot het verrichten van deugdelijk herstel niet is nagekomen. Dit standpunt kan eveneens niet slagen. Bij een vaststellingsovereenkomst (artikel 7:900 BW Pro) binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil over wat rechtens tussen hen geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan. Op grond van artikel 7:900 lid 2 BW Pro kan een vaststellingsovereenkomst tot stand komen op grond van een beslissing van partijen gezamenlijk. Over de inhoud en omvang van de regeling ter beëindiging van hun geschil, waren partijen het eens: Garage de Betuwe moest het roetfilter vervangen en het lekken van de brandplaatjes van de verstuivers verhelpen, en op die werkzaamheden moest een redelijke vorm van garantie worden verleend. Of de werkzaamheden vervolgens wel of niet deugdelijk zijn gedaan, is een vraag van uitvoering van een reeds tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst en niet een kwestie die de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst zelf beïnvloedt.
4.10.
Voor zover [de klant] bedoeld heeft te zeggen dat het niet deugdelijk nakomen een ontbindende voorwaarde is, geldt dat voor een dergelijke uitleg in ieder geval geen steun te vinden is in de correspondentie tussen partijen. Een ontbindende voorwaarde moet namelijk worden overeengekomen en dat dit het geval is, is gesteld noch gebleken. Verder heeft te gelden dat een tekortkoming in de nakoming van een vaststellingsovereenkomst mogelijk tot een ontbinding daarvan zou kunnen leiden. Maar ook daarvan (een ontbinding) is niets gebleken en evenmin is er door [de klant] een beroep op gedaan.
Finale kwijting
4.11.
Een vaststellingsovereenkomst is naar haar aard en strekking bedoeld om tussen partijen nieuw vast te stellen welke rechten en verplichtingen tussen hen zullen bestaan met betrekking tot de in die vaststellingsovereenkomst genoemde onderwerpen, waarbij die nieuw vastgestelde rechten en verplichtingen in de plaats komen van wat eerder tussen partijen (mogelijk) gold met betrekking tot diezelfde onderwerpen. Vanwege deze aard en strekking is over het algemeen gebruikelijk dat een vaststellingsovereenkomst een kwijtingsbepaling bevat die wil verduidelijken dat nakoming van die vaststellingsovereenkomst meebrengt dat partijen verder niets meer van elkaar te vorderen hebben met betrekking tot de onderwerpen die in die vaststellingsovereenkomst zijn genoemd. Kwijting bij nakoming van een vaststellingsovereenkomst betekent dus algehele, finale kwijting voor alle onderwerpen die in die vaststellingsovereenkomst zijn genoemd. In dit geval blijkt uit de overgelegde correspondentie dat partijen het gehele debat over de gestelde non-conformiteit onder het bereik van hun vaststellingsovereenkomst hebben gebracht.
4.12.
Als uitgangspunt heeft - gelet hierop - te gelden dat als een vaststellingsovereenkomst niet deugdelijk wordt nagekomen, een vordering tot nakoming van die vaststellingsovereenkomst kan worden ingesteld of (mogelijk) kan worden gekozen voor ontbinding. In dat laatste geval herleven de oorspronkelijke rechten en verplichtingen van partijen en zou [de klant] Garage de Betuwe weer kunnen aanspreken uit hoofde van
non-conformiteit. Dat kan [de klant] niet zo lang de vaststellingsovereenkomst van kracht is.
4.13.
De kantonrechter begrijpt de stellingen van [de klant] aldus dat zij meent dat zij Garage de Betuwe kan aanspreken uit hoofde van de oorspronkelijke rechtsverhouding, zolang de voorwaarde voor de finale kwijting niet is vervuld (deugdelijke nakoming). De kantonrechter volgt [de klant] niet in deze opvatting. Mede gelet op de gestelde voorwaarde van het verlenen van garantie op de uitgevoerde werkzaamheden, ligt de door [de klant] bepleite uitleg van de vaststellingsovereenkomst niet voor de hand. Het blijkt in elk geval niet ondubbelzinnig uit de correspondentie tussen partijen. Die opvatting zou bovendien betekenen dat de vaststellingsovereenkomst als het ware kan worden genegeerd zolang deze nog niet (volledig) is nagekomen. Die gedachte houdt in wezen in dat de vaststellingsovereenkomst niet bindend is en ligt alleen al daarom niet voor de hand (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2023:1730). Het standpunt van [de klant] slaagt dus niet.
Conclusie
4.14.
Kortom. Er is sprake van een algehele vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Deze is nog van kracht. Het gevolg hiervan is dat [de klant] Garage de Betuwe niet in rechte kan aanspreken voor het niet nakomen van de koopovereenkomst.
Daaraan staat de vaststellingsovereenkomst in de weg. De vorderingen en de daarvoor aangedragen feiten en omstandigheden zijn niet gebaseerd op de vaststellingsovereenkomst maar op de oorspronkelijke rechtsverhouding (de koopovereenkomst). Daarom volgt een volledige afwijzing van de vorderingen van [de klant] .
4.15.
[de klant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Garage de Betuwe worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de [de klant] van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00
in reconventie
4.16.
De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat de vordering in conventie zou worden toegewezen. Die voorwaarde is niet vervuld en daarom behoeft de vordering in reconventie geen bespreking.
4.17.
Garage de Betuwe geldt als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de klant] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
72,00
(1 punt × factor 0,5 × € 144,00)
- nakosten
72,00
Totaal
144,00

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [de klant] af,
5.2.
veroordeelt [de klant] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de klant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.4.
verstaat dat over de vordering niet hoeft te worden beslist,
5.5.
veroordeelt Garage de Betuwe in de proceskosten van € 144,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boekhorst en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.