Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [naam 3]) tegenover haar hebben toegegeven dat zij het geld op eigen initiatief gestolen hebben. Verdachte [naam 5] is echter niet consistent in haar verklaringen. Haar verklaring ten aanzien van het contact met de verdachte [verdachte] en [naam 3] na de mishandeling wisselt meermaals. Zo zegt zij dat er geen contact meer is geweest na de mishandeling, maar verklaart op een ander moment dat er telefonisch contact was nadien en in een latere verklaring zegt zij dat er een fysieke afspraak geweest zou zijn. Dit maakt dat de verklaringen van [naam 5] niet betrouwbaar zijn en dus niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden. De verklaring van aangever dat het geld gestolen is door de verdachte en medeverdachte vindt daardoor onvoldoende steun in het dossier. Nu het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden zal de rechtbank de verdachte voor dit feit vrijspreken.
verdachte verklaardeter terechtzitting – zakelijk weergegeven– als volgt:
[naam 5]werd op 22 mei 2025 gehoord en
verklaarde– zakelijk weergegeven– als volgt:
M: Jouw intentie kan wel mogelijk blijken uit het bericht: “Iemand klap verkopen dat is alles’’ Dat is echter wat wij kunnen lezen en zegt niets over wat er misschien nog in de auto is besproken of afgesproken, toen je beide mannen naar Heerlen hebt gereden, naar de woning van [naam 2]
V: Waarover is gesproken in de auto toen je beiden mannen naar Heerlen hebt gereden?
A: Letterlijk over mijn situatie thuis, dat ik getreiterd werd en dat ik helemaal op was en dat het moest stoppen.
verdachte verklaardeter terechtzitting– zakelijk weergegeven– als volgt:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- Samsung S20: € 250,-
- ziekenhuis daggeld: € 105,-
- kosten opvragen medische stukken: € 56,12
- immateriële schade: € 20.000,-
- gestolen geldbedrag: € 1.400,-
- immateriële schade: € 6.000,-
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten aanzien van feit 1 subsidiair onder parketnummer 03.047798.25 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 1] , van een bedrag van 7.661,12 euro, bestaande uit 161,12 euro materiële schade en 7.500,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 1] , van een bedrag van 7.661,12 euro;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 63 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Voormeld bedrag bestaat uit 161,12 euro materiële schade en 7.500,00 euro immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 2]
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten aanzien van feit 1 subsidiair onder parketnummer 03.163504.25 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam 2] , van een bedrag van 2.500,00 euro, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam 2] , van een bedrag van 2.500,00 euro;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.Voormeld bedrag bestaat uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening:
- bepaalt dat indien en voor zover de verdachte en/of zijn mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.