Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
De huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder, aangegaan in 2012, betrof een benedenwoning die door de huurder ernstig vervuild werd, met overlast voor omwonenden en gevaarlijke situaties tot gevolg. Vanaf 2017 was sprake van ernstige vervuiling en overlast, die in de loop der jaren toenam, vooral sinds 2020/2021. Diverse instanties, waaronder de gemeente en een professioneel bedrijf, meldden de onhygiënische en onveilige staat van de woning.
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens tekortkomingen van de huurder, waaronder vervuiling, overlast en vermeende huurachterstand. De huurder ontkende een huurachterstand en voerde verweer tegen de vorderingen. De kantonrechter oordeelde dat de huurder niet als goed huurder had gehandeld, de vervuiling ernstig en langdurig was, en dat de huurder ondanks hulpverlening niet in staat was de situatie te verbeteren.
De huurachterstand werd afgewezen omdat het indexeringsbeding onredelijk was en de huurder de overeengekomen huurprijs had voldaan. De ontbinding werd toegewezen op grond van niet-nakoming van de verplichtingen als huurder. De huurder werd veroordeeld het gehuurde binnen vier weken te ontruimen. De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken.