Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2026:5890

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2613865:R-RK
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 288 FwArt. 305 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing moratoriumverzoek wegens niet voldoen lopende huurverplichtingen

Verzoekster heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b Faillissementswet, gericht op het opschorten van de executie van een ontruimingsvonnis. Dit verzoek is gedaan in het kader van een schuldsaneringsregeling, waarvan de toepassing uiteindelijk is ingetrokken.

De rechtbank overweegt dat de voorlopige voorziening bedoeld is om de mogelijkheden van een minnelijke regeling met schuldeisers te onderzoeken en de goede trouw van verzoekster te toetsen. Uit het vonnis van 22 april 2026 blijkt dat de huurovereenkomst is ontbonden en dat verzoekster het gehuurde moet ontruimen. De opschorting van de ontruiming is slechts mogelijk indien de lopende huurpenningen tijdig worden voldaan.

Uit de feiten blijkt dat verzoekster de lopende huurpenningen en andere vaste lasten niet heeft voldaan, waardoor de huurachterstand is opgelopen. Er is geen bewijs van inkomen of budgetbeheer, en de schuldhulpverlening meldt dat verzoekster recent is toegelaten tot het schuldhulpverleningstraject. Verweerster heeft voorwaarden gesteld voor het afzien van ontruiming, waaronder betaling van de helft van de huurschuld en het aanvragen van bewindvoering, waaraan niet is voldaan.

De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van stabilisatie in de financiële situatie van verzoekster en dat het belang van de verhuurder zwaarder weegt. Daarom wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is ter zitting ingetrokken.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tot moratorium wordt afgewezen wegens niet voldoen van lopende huurverplichtingen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Team Insolventie
Zittingsplaats Maastricht
Rekestnummer: NL:TZ:2613865:R-RK
Uitspraak van 9 juni 2026
In de zaak van
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna: verzoekster
tegen
Stichting Woonwenz,
vertegenwoordigd door Zuyd Groep,
Paterslaan 34, 5701 NZ Helmond,
hierna: verweerster
tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet (Fw).
Samenvatting
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank wijst het verzoek af.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 1 juni 2026 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad als bedoeld in artikel 287b van de Faillissementswet (Fw). Op de mondelinge behandeling heeft verzoekster het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingetrokken.
1.2.
Ter zitting van 8 juni 2026 zijn verschenen:
- Verzoekster;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gemeente Venlo.
1.3.
De uitspraak is bepaald op heden.
1.4.
Bij vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 22 april 2026 is de huurovereenkomst tussen verzoekster en verweerster ontbonden en bepaald dat verzoekster het gehuurde aan het adres [adres] te [woonplaats] , dient te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verweerster dient te stellen.
2. De beoordeling
Moratorium
2.1.
Verzoekster verzoekt verweerster te bevelen gedurende zes maanden de executie van voormeld vonnis op te schorten.
2.2.
Het verzoek is gebaseerd op artikel 287b Fw. De in dat artikel genoemde voorlopige voorzieningen dienen om de mogelijkheden van een minnelijke regeling met de schuldeisers nader te kunnen onderzoeken dan wel de goede trouw (als bedoeld in artikel 288 Fw Pro) meer gefundeerd te laten blijken. Uit het voormelde vonnis van 22 april 2026 blijkt van een gedwongen woningontruiming en dus van een bedreigende situatie als bedoeld in voormeld artikel. De zaak is geschikt om in het kader van artikel 287b Fw te beoordelen en te beslissen.
2.3.
De gevraagde voorlopige voorziening strekt naar haar aard tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw Pro. In het tweede lid van het genoemde artikel is - kort gezegd - bepaald dat de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis wordt opgeschort voor de duur van de schuldsaneringsregeling, mits de lopende huurpenningen tijdig worden voldaan.
2.4.
Gebleken is dat verzoekster ook na het ontruimingsvonnis de lopende huurpenningen niet heeft voldaan, waardoor de huurachterstand alleen nog maar meer is opgelopen. Hiermee is niet voldaan aan de voorwaarde om een moratorium te kunnen toewijzen. Daarnaast worden ook de andere vaste lasten niet betaald of gestorneerd zoals bij Budget Energie. Door het ontbreken van een inkomen kan verzoekster haar vaste lasten ook niet betalen Volgens de schuldhulpverlening is er inmiddels een bijstandsuitkering aangevraagd en is er een toezegging dat de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 8 april 2026 betaald zal worden. Daarvan is echter geen bewijs ter zitting overgelegd. Er is ook nog geen budgetbeheer of beschermingsbewind. Volgens de schuldhulpverlening was verzoekster net toegelaten tot het schuldhulpverleningstraject toen het vonnis voor de uithuiszetting werd ontvangen. Er is nog geprobeerd om via fondsen geld bi elkaar te krijgen om de huurachterstand deels in te lopen, maar de huurachterstand is inmiddels zover opgelopen dat er geen fondsen beschikbaar zijn. Daarnaast kampt verzoekster met verschillende problematieken waaronder verschillende verslavingen.
2.5.
Verweerster heeft voor het afzien van de voorgenomen ontruiming de volgende voorwaarden gesteld:
  • De helft van de huurschuld dient uiterlijk twee dagen voor de geplande ontruimings-datum te zijn betaald;
  • Bewindvoering dient te zijn aangevraagd;
  • Een WOP-constructie waarbij het restant van de huurschuld, die normaliter in zes termijnen betaald moet worden, nu in de termijn van de WOP-constructie kan worden afbetaald.
Ter zitting blijkt dat aan de eerste twee punten niet is voldaan, waardoor ook aan het derde punt niet wordt toegekomen.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat van stabilisatie in de (financiële) situatie van verzoekster nog geen sprake is. Op dit moment is er nog geen inkomen en lopen de schulden alleen maar op. Niet alleen wat betreft de huur, maar alle vaste lasten. De rechtbank acht daarom het belang van de verhuurder zwaarwegender dan dat van verzoekster. Van verweerster behoeft onder de gegeven omstandigheden niet te worden verwacht dat het ontruimingsvonnis wordt opgeschort. Het verzoek zal worden afgewezen.
Schuldsaneringsregeling
2.7.
Ter zitting is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingetrokken.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1
wijst af de verzochte voorlopige voorziening.
Dit is de beslissing van mr. G.M. Drenth, rechter, in samenwerking met N.W.M. Clement, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.