ECLI:NL:RBLIM:2026:6034

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
C/03/350741 / FA RK 26-644
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:24 BWArt. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 1:28b BWArt. 1:28c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot geslachts- en voornaamswijziging voor non-binair persoon

De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van een persoon die zich identificeert als non-binair om het geslacht in de geboorteakte te wijzigen in 'X' en tevens de voornaam te wijzigen. De verzoeker volgt een medisch traject bij een genderpoli en heeft een doorleefde overtuiging niet tot het mannelijke of vrouwelijke geslacht te behoren.

De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert was opgeroepen maar verscheen niet en gaf aan geen bezwaar te maken tegen een wijziging in de geboorteakte. De rechtbank overwoog dat er nog geen wettelijke grondslag bestaat voor een genderneutrale registratie, maar dat de rechter in concrete gevallen kan beslissen op basis van de aard van het verzoek en omstandigheden.

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling stelde de rechtbank vast dat de verzoeker een duurzame overtuiging heeft en dat het belang van de verzoeker zwaarder weegt dan het handhaven van de huidige wettelijke regeling. De rechtbank gelastte daarom de ambtenaar om de geslachtswijziging en voornaamswijziging in de geboorteakte aan te brengen.

De voornaam is passend en niet ongepast, en de verzoeker heeft een zwaarwichtig belang bij de wijziging. De beschikking is openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van geslacht in 'X' en voornaam in geboorteakte wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 28 mei 2026
Zaaknummer: C/03/350741 / FA RK 26-644
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[verzoeker] ,
verzoeker verder te noemen: [verzoeker] ,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk, kantoorhoudend in Utrecht.
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert,
verder te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 23 maart 2026;
  • het processtuk van verzoeker, ingekomen op 8 mei 2026;
  • de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van 7 april 2026, ingekomen op 10 april 2026;
  • de mondelinge behandeling van 28 mei 2026 waar zijn verschenen:
- verzoeker, bijgestaan door mr. Smienk.
De ambtenaar van de burgerlijke stand is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen
.
1.2.
Conform de wens van verzoeker zal de rechtbank in de beschikking naar verzoeker verwijzen met ‘ [verzoeker] ’ als voornaam, ‘die’ als persoonlijk voornaamwoord, en ‘diens’ gebruiken als bezittelijk voornaamwoord.

2.De feiten

[verzoeker] is op [datum] 1995 geboren in [plaats] . De geboorteakte van [verzoeker] is ingeschreven in het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand van de gemeente Weert onder nummer [nummer] van het jaar 1995.
In de geboorteakte staat [verzoeker] vermeld met de voornamen ‘ [voornamen 1] ’ en staat als geslacht ‘vrouwelijk’ vermeld.

3.Het verzoek

[verzoeker] verzoekt voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert te gelasten om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente Weert van het jaar 1995 (aktenummer [nummer] ) een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht X zal zijn;
te bepalen dat diens voornaam gewijzigd wordt in de voornaam [voornamen 2] en een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert te gelasten om deze wijziging in de geboorteakte ingeschreven in het register van de gemeente Weert van het jaar 1995 (aktenummer: [nummer] ) toe te voegen.

4.Het standpunt van de ambtenaar

De ambtenaar heeft bij brief van 7 april 2026 laten weten zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank en de ambtenaar zal dan ook geen verweerschrift indienen. De ambtenaar brengt naar voren dat er veel jurisprudentie over de wijziging van gender door personen die zich noch man, noch vrouw voelen is en dat daaruit is op te maken dat er binnen de rechtspraak consensus bestaat over het feit dat deze non-binaire groep erkenning verdient. Op dit moment bestaat er (nog) geen wettelijke grondslag voor het opnemen van een neutrale geslachtelijke identiteit. Tot het moment dat de wetgever een dergelijke aanpassing mogelijk maakt, is het aan de rechterlijke macht om in voorkomende verzoeken de ambtenaar te gelasten om een latere vermelding aan de geboorteakte toe te voegen. Mocht de rechtbank de ambtenaar verzoeken om het geslacht van de [verzoeker] te wijzigen in ‘is niet kunnen worden vastgesteld’, dan zal hiertegen geen bezwaar worden ingediend.

5.De beoordeling

Geslachtsvermelding
5.1.
[verzoeker] stelt dat die zich identificeert als niet-binair. Een non-binaire aanduiding van diens geslachtsvermelding past hierbij het beste. Wijziging van diens officiële gegevens is een logische stap. [verzoeker] volgt bij de genderpoli van het [ziekenhuis] een traject. [verzoeker] heeft psychische ondersteuning van deze genderpoli en heeft diverse gesprekken gevoerd over diens genderidentiteit. [verzoeker] heeft ook een medische transitie kunnen ondergaan via de genderpoli. Voor [verzoeker] is het belangrijk dat diens geboorteakte, identiteitsbewijs en officiële documenten aansluiten bij diens gevoel. [verzoeker] wenst de juridische werkelijkheid in overeenstemming te brengen met diens innerlijke genderbeleving. Toewijzing van het verzoek tot geslachtswijziging van [verzoeker] zorgt voor een erkenning dat die mag zijn wie die is en dit zal die veel rust en opluchting geven.
5.2.
Op grond van artikel 1:24 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan door de rechtbank een latere vermelding in de geboorteakte worden gelast. Op dit moment is er nog geen wetgeving die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren. Voor transgenders is het evenwel mogelijk om de geslachtsaanduiding op grond van artikel 1:28 tot Pro en met 1:28c BW te verbeteren, maar daarbij kan alleen worden gekozen voor “vrouwelijk” of “mannelijk” en niet voor een genderneutrale optie. In dit kader zijn aan de Hoge Raad prejudiciële vragen voorgelegd. De Hoge Raad heeft voornoemde vragen niet beantwoord, omdat in de nabije toekomst wetgeving op dit punt te verwachten zou zijn. Wel heeft de Hoge Raad overwogen dat zolang er geen wettelijke regeling is, het aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen.
5.3.
Gelet op de jurisprudentie waaronder die van deze rechtbank, locatie Roermond (beschikkingen van de meervoudige kamer van 1 september 2022, ECLI:NL:2022:6715, de (niet gepubliceerde) uitspraak van 2 mei 2023 en van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2024) en de beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (uitspraak van 15 september 2022, ECLI: NL:GHARL:2022:8003), is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] om zich als genderneutraal te laten registreren op dezelfde wijze dient te worden benaderd als die welke is omschreven in de artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW, met dien verstande dat de vereiste deskundigenverklaring in artikel 1:28a BW niet nodig is. Op grond van artikel 1:28a BW is een verklaring van een deskundige vereist waaruit blijkt dat bij de betreffende persoon de duurzame overtuiging bestaat tot het andere geslacht te behoren. De artikelen 1:28 tot en met 1:28c BW zien op een procedure die bij de ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de rechtbank, in tegenstelling tot de ambtenaar van de burgerlijke stand bij een aangifte als bedoeld in artikel 1:28 BW Pro, voldoende ruimte om te toetsen of er bij de betreffende persoon sprake is van voornoemde overtuiging en kan de rechtbank die overtuiging ook op een andere wijze dan met een deskundigenverklaring vaststellen, te weten aan de hand van de overgelegde stukken en de eigen verklaring van verzoeker tijdens de mondelinge behandeling.
5.4.
De rechtbank heeft op basis van de gedingstukken en hetgeen [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard kunnen vaststellen dat bij [verzoeker] sprake is van een doorleefde overtuiging noch tot het mannelijke noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren. Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [verzoeker] ook uitgedragen in contacten met derden. Ook de wens om de geslachtsregistratie te wijzigen komt de rechtbank op basis van de stukken en het betoog van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling goed doordacht en dus niet lichtzinnig genomen voor. [verzoeker] heeft voldoende onderbouwd dat die al geruime tijd de stellige overtuiging heeft een genderneutrale persoon te zijn en dat de vermelding van het mannelijke geslacht op diens geboorteakte niet met deze overtuiging in overeenstemming is. [verzoeker] heeft ook aangetoond in de dagelijkse praktijk veel hinder te ondervinden van het verschil tussen de huidige geslachtsvermelding en diens genderidentiteit. Van [verzoeker] kan niet gevergd worden dat die nog langer wacht op de wetgever. Het belang van [verzoeker] bij het mogelijk maken van een geslachtsvermelding in de geboorteakte conform diens genderidentiteit weegt zwaarder dan het handhaven van de huidige wettelijke regeling. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van [verzoeker] om zich als genderneutraal te registreren moet worden toegewezen en dat het ontbreken van een deskundigenverklaring daaraan niet in de weg staat.
5.5.
De rechtbank zal daarom de ambtenaar gelasten om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’.
Voornaamswijziging
5.6.
[verzoeker] wenst diens voornaam officieel te wijzigen, omdat de naam [verzoeker] goed bij diens (gender)identiteit past, want deze voornaam is non-binair, maar ook enigszins mannelijk. De voornaam [verzoeker] wordt sinds 2021 gebruikt. In de omgeving van [verzoeker] kennen mensen [verzoeker] inmiddels niet anders dan als [verzoeker] . Daarnaast wenst [verzoeker] de [voornamen 3] als tweede en derde voornaam. Deze voornamen zijn de doopnamen van diens vader. Het is voor [verzoeker] heel mooi als die de doopnamen van diens vader kan overnemen. De gewenste voornamen vindt [verzoeker] goed bij zichzelf passen.
5.7.
Op grond van artikel 1:4 lid 4 BW Pro kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen volgens artikel 1:4 lid 2 BW Pro niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
5.8.
De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] op basis van de gedingstukken en hetgeen [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard, heeft aangetoond voldoende zwaarwichtig belang te hebben bij toewijzing van diens verzoek. De verzochte voornamen zijn ook niet ongepast. De rechtbank zal daarom het verzoek als op de wet gegrond, en naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW Pro geoorloofd, toewijzen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert om aan de geboorteakte, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Weert van het jaar 1995 met nummer [nummer] , een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: ‘X’;
6.2.
gelast de wijziging van de voornamen in de geboorteakte, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Weert van het jaar 1995 met nummer [nummer] van ‘ [voornamen 1] ’ in ‘ [voornamen 2] ’;
6.3.
verzoekt de griffier om niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Weert op voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid BW.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Vos-Limpens, griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.