ECLI:NL:RBLIM:2026:6044

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
12046783 \ CV EXPL 26-20
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Boekhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens langdurige huurachterstand bevestigd met verlengde ontruimingstermijn

De Parochie verhuurt sinds 1 maart 2016 een gedeelte van een bovenwoning aan de heer rechthebbende. De huurder heeft sinds 2017 herhaaldelijk betalingsachterstanden gehad, waarvan een deel is kwijtgescholden. In 2024 is het vermogen van de huurder onder bewind gesteld en Credura Financial Services BV is benoemd als bewindvoerder.

In november 2025 bedroeg de huurachterstand ruim vijf maanden, wat aanleiding gaf tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming. De bewindvoerder betaalde kort na betekening van de dagvaarding een bedrag dat de achterstand overtrof, waardoor het verstekvonnis deels werd vernietigd. Desondanks bleef de huur over mei 2026 onbetaald.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, mede gelet op eerdere betalingsproblemen en het ontbreken van concrete informatie over de financiële situatie van de huurder. Het woonbelang van de huurder weegt niet zwaarder dan het belang van de Parochie. De ontruimingstermijn wordt verlengd tot vier maanden, waartegen geen bezwaar is gemaakt.

De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier maanden en betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het eerdere verstekvonnis wordt vernietigd voor zover het ontruiming binnen twee weken en betaling van de huurachterstand betrof.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens langdurige huurachterstand en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen vier maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12046783 \ CV EXPL 26-20
Vonnis van de kantonrechter van 24 juni 2026
in de zaak van:
het kerkgenootschap Rooms Katholieke Kerk en Parochie Onze Lieve Vrouw (OLV) Onbevlekt Ontvangen,
gevestigd te [plaats] ,
eisende partij,
gedaagde partij in verzet,
gemachtigde mr. G.E.R. Ummelen,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Credura Financial Services BV, in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen vande heer [rechthebbende],
gevestigd te Posterholt,
gedaagde partij,
eisende partij in verzet,
gemachtigde mr. G.G.J. Geerlings.
Partijen zullen hierna de Parochie en de bewindvoerder q.q. worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de inleidende dagvaarding
  • het door de kantonrechter op 10 december 2025 tussen de Parochie als eisende partij en de bewindvoerder q.q. als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 11984012 CV EXPL 25-5415
  • de verzetdagvaarding
  • de conclusie van antwoord in verzet
  • de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 28 mei 2026.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De Parochie verhuurt met ingang van 1 maart 2016 aan de heer [rechthebbende] een gedeelte van de bovenwoning van de voormalige pastorie, gelegen aan [adres] te [plaats] . De huur bedraagt € 500,00 per maand, inclusief voorschot gas, water en elektra. Op de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
De kantonrechter van de rechtbank Limburg, Team Toezicht, heeft bij beschikking van 1 juli 2024 de goederen die (zullen) toebehoren aan de heer [rechthebbende] onder bewind gesteld voor de duur van vijf jaar, met benoeming van Credura Financial Services B.V. tot bewindvoerder.
2.3.
Op 18 november 2025, toen de inleidende dagvaarding aan de bewindvoerder q.q. werd betekend, bedroeg de huurachterstand tot en met november 2025 € 2.650,00.
2.4.
Op 26 november 2025 heeft de bewindvoerder q.q. een bedrag van € 3.550,00 betaald.
2.5.
Op 28 mei 2026 was de huur over de maand mei 2026, die bij vooruitbetaling is verschuldigd, nog niet voldaan.

3.Het geschil

3.1.
De Parochie heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de tussen de Parochie en de heer [rechthebbende]
bestaande huurovereenkomst zal ontbinden en de bewindvoerder q.q. zal veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, en tot betaling van een bedrag van € 2.650,00 aan huurachterstand en een bedrag van € 500,00 per maand tot aan de ontruiming, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
3.2.
Bij verstekvonnis van 10 december 2025 is de vordering, behoudens de gevorderde contractuele rente en de buitengerechtelijke incassokosten, toegewezen, met veroordeling van de bewindvoerder q.q. in de proceskosten.
3.3.
De bewindvoerder q.q. vordert in het verzet te worden ontheven van de bij verstekvonnis uitgesproken veroordeling en dat de Parochie in haar vorderingen
niet-ontvankelijk wordt verklaard althans dat de vorderingen van de Parochie alsnog worden afgewezen, met veroordeling van de Parochie in de proceskosten, een en ander in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Uit de overgelegde processtukken blijkt dat het verzet tijdig is ingesteld, zodat de bewindvoerder q.q. in zoverre in het verzet kan worden ontvangen.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat namens de bewindvoerder q.q. tijdens de mondelinge behandeling is verklaard, dat het verweer dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard, niet wordt gehandhaafd. Dit verweer hoeft daarom geen bespreking meer.
Huurachterstand
4.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat de huurachterstand ten tijde van de betekening van de inleidende dagvaarding - op 18 november 2025 - € 2.650,00 bedroeg. Dit is een huurachterstand van ruim 5 maanden. De bewindvoerder q.q. heeft op 26 november 2025, dus kort daarna maar voordat het verstekvonnis op 10 december 2025 werd gewezen, een bedrag van € 3.550,00 aan de Parochie betaald. Het verstekvonnis zal gelet hierop ten aanzien van het toegewezen bedrag aan huurachterstand worden vernietigd. Op dat moment was de huurachterstand ten bedrage van € 2.650,00 immers al voldaan.
Ontbinding
4.4.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of de huurovereenkomst terecht is ontbonden. De kantonrechter overweegt dat een huurder verplicht is om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
4.5.
De Parochie wijst erop dat er al sprake is geweest van betalingsachterstanden vanaf 2017. Op enig moment bedroeg de huurachterstand ruim 9 maanden. Deze huurschuld is weliswaar kwijtgescholden, maar speelt wel mee in het verloren vertrouwen in de huurder. Dit nu er in 2025 opnieuw een huurachterstand, van ditmaal 5 maanden, is ontstaan, aldus de Parochie. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de Parochie aangevoerd dat de maand mei 2026 niet is betaald, wat door de bewindvoerder q.q. - bij monde van haar gemachtigde - niet is betwist. De Parochie heeft hierdoor geen enkel vertrouwen meer in de huurder en persisteert dan ook in haar vorderingen, met dien verstande dat zij wel bereid is om mee te werken aan een ontruimingstermijn van maximaal 4 maanden.
4.6.
De kantonrechter is van oordeel dat een huurachterstand van ruim 5 maanden, zoals die ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding bestond, ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden. De omstandigheid dat de bewindvoerder q.q. kort daarna een aanzienlijk bedrag aan de Parochie heeft betaald, maakt de eerdere tekortkoming niet ongedaan. Daarbij weegt ook mee dat eerder al sprake is geweest van een aanzienlijke betalingsachterstand en er inmiddels opnieuw een huurtermijn niet (tijdig) is voldaan. Hoewel de bewindvoerder q.q. stelt dat het woonbelang van de heer [rechthebbende] dient te prevaleren boven het belang van de Parochie, heeft zij geen concrete omstandigheden naar voren gebracht die maken dat een ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Het ontbreekt de kantonrechter ook aan van belang zijnde informatie waar wel naar is gevraagd. Zo is niet duidelijk geworden wat er de oorzaak van is geweest dat ook na het instellen van een meerderjarigenbewind over de goederen van de heer [rechthebbende] , er toch weer een huurachterstand is ontstaan. Ook is, ondanks vragen daarover op de mondelinge behandeling, niet duidelijk geworden wat de actuele schuldenlast is en heeft de kantonrechter geen informatie gekregen over het inkomen van de heer [rechthebbende] . Namens de bewindvoerder q.q. is bovendien verklaard dat de heer [rechthebbende] op zoek is naar een andere woning. Al met al ziet de kantonrechter geen voldoende grond om het woonbelang van de heer [rechthebbende] zwaarder te laten wegen dan het belang van de Parochie bij toewijzing van de gevorderde ontbinding (en ontruiming).
Ontruiming
4.7.
De kantonrechter ziet wel aanleiding om de ontruimingstermijn op 4 maanden te stellen. Namens de bewindvoerder q.q. is daarom verzocht en de Parochie heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard hiertegen geen bezwaar te hebben.
4.8.
Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd voor zover daarin een ontruimingstermijn van 2 weken is bepaald. In plaats daarvan zal de kantonrechter een ontruimingstermijn van 4 maanden toewijzen.
Overigens
4.9.
Voor het overige zal dit vonnis op genoemde gronden worden bekrachtigd. Dat geldt ook voor de proceskostenveroordeling in de verstekprocedure. Daarin heeft de bewindvoerder q.q. nog steeds te gelden als de - overwegend - in het ongelijk gestelde partij.
Proceskosten
4.10.
De bewindvoerder q.q. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden verwezen. De kosten worden aan de zijde van de Parochie begroot op € 506,00 (2 punten x € 253,00) aan salaris voor de gemachtigde.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt het door de kantonrechter op 10 december 2025 onder zaaknummer 11984012 CV EXPL 25-5415 gewezen verstekvonnis, voor zover de bewindvoerder q.q. (gedaagde partij in dat vonnis) daarbij is veroordeeld
- om het gehuurde binnen 2 weken na de betekening van het vonnis te verlaten en te ontruimen en
- voor zover de bewindvoerder q.q. is veroordeeld tot betaling van € 2.650,00,
en opnieuw beslissend
5.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. om het gehuurde binnen 4 maanden na de betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de Parochie te stellen,
5.3.
wijst af de gevorderde betaling van € 2.650,00 ter zake van huurachterstand tot en met november 2025,
5.4.
bekrachtigt het verstekvonnis voor het overige, waarin begrepen de proceskostenveroordeling,
5.5.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van de Parochie tot op heden begroot op € 506,00 voor gemachtigdensalaris,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boekhorst en in het openbaar uitgesproken.