ECLI:NL:RBLIM:2026:615

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
11942692 \ CV EXPL 25-4359
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Heuts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWArt. 6:96 BWRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige huurachterstand met deeltoewijzing schikking

De stichting Woningstichting Servatius verhuurt sinds december 2020 een woning aan de huurder. De huurder heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, die op het moment van de procedure ruim zeventien maanden bedroeg. Servatius vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand.

Partijen hebben op 19 december 2025 een schikking getroffen waarin is afgesproken dat de huurder een deel van de achterstand in maandelijkse termijnen zal voldoen. Servatius heeft aangegeven geen ontruiming te willen zolang de betalingsafspraken worden nagekomen, maar wenst wel een ontruimingsvonnis als stok achter de deur.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden en wijst de ontbinding en ontruiming toe met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur en een gebruiksvergoeding vanaf januari 2026 tot ontruiming.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat de aanmaning niet voldeed aan de wettelijke eisen. De proceskosten worden toegewezen aan Servatius. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11942692 \ CV EXPL 25-4359
Vonnis van 28 januari 2026
in de zaak van
de stichting
WONINGSTICHTING SERVATIUS,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Servatius,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[huurder],
in de [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
aanvankelijk verschenen bij mr. L.C. van Kasteren,
thans procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de rolinstructie/akteverzoek van de gemachtigde van Servatius van 19 december 2025 met daarbij gevoegd de door partijen getroffen schikking
- de mail van mr. van Kasteren van 31 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Servatius verhuurt met ingang van 17 december 2020 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt thans € 641,65 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft een huurachterstand laten ontstaan.
2.3.
Bij brief van 6 januari 2025 heeft Servatius [huurder] verzocht de op dat moment bestaande betalingsachterstand te betalen binnen veertien dagen vanaf de dag nadat de brief bij haar is bezorgd, bij gebreke waarvan de buitengerechtelijke incassokosten van € 642,96
verschuldigd worden. [huurder] heeft de achterstand echter niet voldaan.
2.4.
Partijen hebben op 19 december 2025 een schikking getroffen.
2.5.
Bij mail van 31 december 2025 heeft mr. van Kasteren bericht dat zij zich als gemachtigde van [huurder] onttrekt. Zij heeft daarbij te kennen gegeven dat zij [huurder] tijdig en schriftelijk heeft geïnformeerd over deze onttrekking en de gevolgen daarvan conform het procesreglement.

3.Het geschil

3.1.
Servatius vordert bij dagvaarding – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 9.702,61 aan huurachterstand met nevenvorderingen. Op de vordering kan nog een bedrag van € 3.995,59 aan deelbetalingen in mindering strekken.
3.2.
Servatius legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Servatius de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.3.
Partijen hebben een regeling getroffen en verzocht vonnis te wijzen conform de regeling.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen hebben op 19 december 2025 een schikking getroffen, waarin ze hebben afgesproken dat [huurder] nog € 7.060,73 zal betalen in maandelijkse termijnen van
€ 200,00.
4.2.
De schikkingsovereenkomst is als volgt samengesteld;
hoofdsom t/m 31/01/2025 € 4.063,66
incassokosten € 642,96
salaris € 339,00
overige proceskosten € 688,45
verdere termijnen t/m 31/12/2025
€ 6.922,25
te voldoen € 12.656,32
af: betalingen
bij gemachtigde € 1.125,00
bij Servatius
€ 4.470,59
€ 5.595,59
Saldo te voldoen € 7.060,73
4.3.
Servatius geeft in de schikkingsovereenkomst aan dat zij niet de intentie heeft om te ontruimen en dat zij dat ook niet zal doen zo lang [huurder] naast de lopende huur de betalingsafspraak nakomt. Zij wil wel graag een ontruimingsvonnis als stok achter de deur.
4.4.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
4.5.
Uit het in de schikkingsovereenkomst opgenomen overzicht van de door [huurder] te betalen bedragen blijkt dat de daadwerkelijke achterstand in de huurbetalingen, dat wil zeggen zonder kosten en deelbetalingen, op het moment van sluiten van de overeenkomst nog € 10.985,91 bedroeg, dus ruim zeventien maanden.
De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.6.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [huurder] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.7.
Servatius wil ook dat [huurder] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 641,65, te rekenen vanaf de maand januari 2026 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.8.
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
4.9.
Op de huurovereenkomst zijn de Algemene voorwaarden woonruimte, zoals vastgesteld op 9 oktober 2013, (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing.
4.10.
Servatius vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Servatius heeft aan [huurder] een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [huurder] . Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
4.11.
Omdat de gevorderde vergoeding reeds op grond van voorgaande overweging zal worden afgewezen, zal de kantonrechter niet ambtshalve toetsen of de algemene voorwaarden een oneerlijk beding bevat op dit onderdeel.
4.12.
Het door [huurder] betaalde bedrag van € 5.595,59 zal ingevolge artikel 6:44 van Pro het Burgerlijk Wetboek in mindering strekken van de hoofdsom.
2.7.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- huurachterstand t/m 31/01/2025 € 4.063,66
- verdere termijnen t/m 31/12/2025 € 6.922,25
af: betalingen
bij gemachtigde € 1.125,00
bij Servatius
€ 4.470,59
€ 5.595,59
Saldo te voldoen € 5.390,32
4.13.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Servatius worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
339,00
(1 punt × € 339,00)
Totaal
1.027,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Servatius zijn, en de sleutels af te geven aan Servatius,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Servatius:
- € 5.390,32 aan achterstallige huur tot en met 31 december 2025,
- € 641,65 per maand vanaf 1 januari 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.027,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Heuts en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.