ECLI:NL:RBLIM:2026:6173

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
C/03/353432 / JE RK 26-1100
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van der Salm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 JeugdwetArt. 29a lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolg spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor ernstig grensoverschrijdende minderjarige

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige vertoont ernstig grensoverschrijdend, agressief en onvoorspelbaar gedrag, onttrekt zich aan toezicht en verblijft op onveilige locaties. Vrijwillige hulpverlening is uitgeput en niet effectief gebleken.

Tijdens de zitting op 23 juni 2026, waarbij de minderjarige, zijn ouders en vertegenwoordigers van het college aanwezig waren, is het standpunt van alle betrokkenen besproken. De minderjarige gaf aan dat de gesloten jeugdhulp niet geschikt voor hem is, terwijl de ouders de spoedmachtiging steunen vanwege de onhoudbare en onveilige thuissituatie.

De kinderrechter oordeelt dat er ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven en de noodzaak om de veiligheid te waarborgen, wordt de spoedmachtiging verleend voor de duur van twee weken, van 2 juli tot 16 juli 2026. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp aan de minderjarige voor de duur van twee weken.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Maastricht
Zaaknummer: C/03/353432 / JE RK 26-1100
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een vervolg (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van de GEMEENTE HEERLEN,
zetelend in Heerlen,
hierna te noemen: het college
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in
[geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. Th. Boumans, kantoorhoudend in Heerlen .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonend in [plaats 1]
en
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonend in [plaats 1] ,
gezamenlijk te noemen: de ouders.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 18 juni 2026;
  • de beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [de minderjarige] met zijn advocaat;
  • de moeder;
  • de vader;
  • twee vertegenwoordigsters van het college.
1.3.
De kinderrechter heeft eerst met [de minderjarige] gesproken, in aanwezigheid van zijn advocaat. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
Tijdens de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan [1] , waarbij aan de aanwezigen de beslissing en de belangrijkste gronden daarvan zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de schriftelijke uitwerking van die uitspraak.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de ouders, maar verbleef in een [crisisgroep] in [plaats 2] . Momenteel verblijft hij in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
2.3.
De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 juni 2026 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 2 juli 2026. De beslissing is voor het overige aangehouden.

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
3.2.
Het college onderbouwt het verzoek als volgt. [de minderjarige] vertoont ernstig grensoverschrijdend, agressief en onvoorspelbaar gedrag. Hij onttrekt zich structureel aan toezicht en verblijft op onbekende en als onveilig beoordeelde locaties, waarmee hij zichzelf en anderen in gevaar brengt. Hij heeft een laag IQ en een beperkt probleeminzicht en door zijn hoge beïnvloedbaarheid is hij onvoldoende in staat de gevolgen van zijn handelen te overzien. Vrijwillige hulpverlening is uitgeput en heeft niet geleid tot verbetering van de situatie. [de minderjarige] weigert mee te werken aan vrijwillige hulp, heeft zich recent onttrokken aan een vrijwillige crisisplaatsing en geeft expliciet aan niet bereid te zijn zich aan afspraken te houden of hulpverlening te accepteren. De ouders kunnen de veiligheid niet langer waarborgen en voelen zich onveilig door het gedrag van [de minderjarige] . Opname en verblijf in een gesloten accommodatie is noodzakelijk om te voorkomen dat [de minderjarige] zich aan de benodigde jeugdhulp onttrekt dan wel daaraan wordt onttrokken door anderen. Alleen binnen een gesloten setting kan de noodzakelijke veiligheid, het toezicht, de begrenzing en de behandeling worden geboden die nodig zijn om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] af te wenden.
3.3.
Tijdens de zitting stelt het college aanvullend dat er inmiddels een regulier verzoek tot machtiging uithuisplaatsing is ingediend bij de rechtbank, omdat [de minderjarige] steeds meer escaleert. Na de inzet van ambulante spoedhulp hield hij zich niet aan de voorwaarden, een vrijwillige crisisplaatsing lukte niet en het gedrag van [de minderjarige] is geëscaleerd in de groep. Er bestaan grote zorgen over de beïnvloedbaarheid van [de minderjarige] en het netwerk waarin hij zich bevindt. Het is belangrijk dat er diagnostiek plaatsvindt om te achterhalen waar zijn gedrag vandaan komt en hoe hij geholpen kan worden, ook waar het zijn emotieregulatie betreft.

4.De standpunten

4.1.
[de minderjarige] geeft aan dat de gesloten jeugdhulp niet geschikt voor hem is, omdat hij er niet kan slapen, zijn energie niet kwijt kan en zijn vrienden niet kan zien. Hij komt er niet tot rust en dit gaat hem niet verder helpen. Hij beaamt dat er veel is gebeurd, maar geeft aan dat niet alles klopt wat het in het dossier staat. Ondanks dat [de minderjarige] weet dat hij fouten heeft gemaakt op de groep, wil hij er wel weer naartoe, zodat hij zijn vrienden kan zien en weer meer mag dan op de gesloten groep.
4.2.
De moeder stelt tijdens de zitting dat de situatie schrijnend is. Ze staat achter het verzoek en heeft daar ook haar toestemming voor gegeven, omdat het thuis niet meer houdbaar is. De veiligheid van de ouders is niet te waarborgen, wat ervoor heeft gezorgd dat ze zijn geëvacueerd door de politie. [de minderjarige] houdt zich niet aan de afspraken en loopt over de ouders heen. De ouders hebben geen zich op hem en zijn hele vriendenkring is veranderd. De moeder stelt dat [de minderjarige] hulp nodig heeft om zijn emoties onder controle te krijgen. De ouders hebben al heel vroeg ingezet op hulpverlening, omdat ze al langer een vermoeden hebben van een psychische aandoening wat het gedrag veroorzaakt. Ze zouden graag zien dat er een diagnose gesteld wordt zodat [de minderjarige] en de ouders handvaten krijgen om te leren om te gaan met elkaar en met bepaalde situaties. De moeder stelt dat ze alles geprobeerd en ingezet hebben, maar dat ze het niet meer aankunnen.
4.3.
De vader is door [de minderjarige] aangevallen en geslagen, wat door de moeder is gefilmd. De vader stelt dat [de minderjarige] de situatie rustiger doet voorkomen dan hoe het daadwerkelijk is.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 6.1.2 lid 1 tot en met lid 3 Jeugdwet (Jw) kan de kinderrechter ten aanzien van een jeugdige die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven (gesloten jeugdhulp), indien (a) de jeugdige onder toezicht is gesteld, (b) de voogdij over de jeugdige bij een gecertificeerde instelling berust, of (c) degene die, anders dan bedoeld onder (b), de wettelijke vertegenwoordiger is, met de opneming en het verblijf instemt. De situatie als bedoeld onder (c) doet zich hier voor, omdat de ouders hebben ingestemd met de opname en het verblijf van [de minderjarige] , wat blijkt uit het bij het verzoek overgelegde door de ouders op 15 juni 2026 ondertekende toestemmingsformulier.
5.2.
Gelet op artikel 6.1.2 lid 5 Jw moet bij het verzoek ook zijn overgelegd een instemmingsverklaring van een gekwalificeerde gedragswetenschapper, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Hieraan is voldaan, gelet op de overgelegde verklaring van [klinisch psycholoog] , van 22 juni 2026.
Bij voornoemde beschikking van 18 juni 2026 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken en iedere verdere beslissing aangehouden zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden. Tijdens de zitting van 23 juni 2026 zijn de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
5.3.
Op basis van de stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting, oordeelt de kinderrechter dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Gebleken is dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [2]
5.4.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [de minderjarige] vertoont ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Hij laat agressief, grensoverschrijdend en onvoorspelbaar gedrag zien. [de minderjarige] loopt regelmatig weg, verblijft op onbekende locaties en onttrekt zich herhaaldelijk aan begeleiding en toezicht. Er zijn ernstige zorgen over fysieke agressie, bedreigingen, vernielingen, (mogelijke) brandstichting, middelengebruik, het verblijf op onveilige locaties en de beïnvloedbaarheid door anderen. Daarnaast weigert hij mee te werken aan vrijwillige hulpverlening. Het is zorgelijk dat [de minderjarige] niet lijkt in te zien hoe ernstig de problemen zijn. Hij lijkt de gang van zaken logisch te vinden en lijkt niet in te zien het gezag van de ouders leidend zou moeten zijn voor iemand van zijn leeftijd. De ouders kunnen de veiligheid van [de minderjarige] , zichzelf en anderen niet meer waarborgen. Ze voelen zich bedreigd, zijn bang voor escalaties en verblijven zelf tijdelijk ergens anders uit angst voor het gedrag van [de minderjarige] . Daarnaast heeft de groep waar [de minderjarige] verbleef aangegeven dat hij daar vanwege zijn gedrag niet meer welkom is. De minder ingrijpende mogelijkheden zijn daarmee uitgeput.
5.5.
Gezien het voorgaande machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp voor de duur van de resterende twee weken, te weten tot 16 juli 2026.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 2 juli 2026 tot 16 juli 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. Van der Salm, kinderrechter, in aanwezigheid van Lamers als griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).