ECLI:NL:RBLIM:2026:6180

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
12228550\ CV EXPL 26-2627
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming bij huurachterstand na betalingsregeling

Woningstichting Servatius verhuurt sinds april 2024 een woning aan een huurder die een huurachterstand heeft opgebouwd. Sinds april 2026 staat de huurder onder bewindvoering. Servatius vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurachterstand en lopende huur.

Partijen hebben een regeling getroffen waarbij de bewindvoerder een betalingsregeling van €75 per maand afspreekt, met een evaluatie elke drie maanden. De kantonrechter legt deze regeling vast in het vonnis, maar wijst de ontbinding en ontruiming voorwaardelijk toe, voor het geval de regeling niet wordt nagekomen.

De ontruimingstermijn is veertien dagen na betekening van het vonnis. De lopende huur wordt toegewezen als gebruiksvergoeding tot ontruiming. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij de eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst bij niet-nakoming van betalingsregeling.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12228550\ CV EXPL 26-2627
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING SERVATIUS,
te Maastricht ,
eisende partij,
hierna te noemen: Servatius,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen
[de bewindvoerder] , H.O.D.N. [bedrijf] , IN HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GELDEN EN GOEDEREN VAN [huurder],
te [plaats] ,
procederend in persoon,
hierna te noemen: de bewindvoerder.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief van partijen waarin is meegedeeld dat zij een regeling hebben getroffen en gezamenlijk verzoeken om vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Servatius verhuurt met ingang van 24 april 2024 aan [huurder] de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 920,64 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd.
2.2.
[huurder] heeft (een deel van) de huur niet betaald.
2.3.
Sinds 8 april 2026 staat [huurder] onder bewind.

3.Het geschil

3.1.
Servatius vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 5.809,28 aan huurachterstand en incassokosten en betaling van € 920,64 aan huur/gebruiksvergoeding tot de ontruiming.
3.2.
Bij e-mail van 10 juni 2026 hebben partijen meegedeeld dat zij een regeling hebben getroffen terzake de huurachterstand en verzocht de kantonrechter vonnis te wijzen, waarbij de gevorderde ontbinding en ontruiming (voorwaardelijk) worden toegewezen, voor het geval de regeling niet wordt nagekomen. De – door de bewindvoerder getekende – regeling is meegestuurd.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen zijn het erover eens dat de bewindvoerder nog een bedrag van € 6.881,30 aan Servatius moeten betalen. Dit bedrag bestaat uit de huurachterstand, de incassokosten en de proceskosten met aftrek van de betalingen die de bewindvoerder al heeft gedaan.
4.2.
Partijen hebben hiervoor een betalingsregeling getroffen die zij hebben vastgelegd in hun regeling. Deze regeling houdt in dat de bewindvoerder vanaf 5 juli 2026 € 75,00 per maand zal aflossen op de rekening van de deurwaarder met vermelding van het [dossiernummer] en dat elke drie maanden zal worden bekeken of er meer aflossingscapaciteit is.
4.3.
Partijen hebben gevraagd deze regeling vast te leggen in dit vonnis, maar in het dictum is daarvoor geen plaats. Met vermelding van deze regeling onder 4.2. acht de kantonrechter de regeling voldoende vastgelegd. In het dictum zal worden volstaan met veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van het totaalbedrag.
4.4.
Partijen hebben ook verzocht om de gevorderde ontbinding en ontruiming voorwaardelijk uit te spreken.
4.5.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. [1] De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Dat is het geval. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen
4.6.
De kantonrechter zal – op verzoek van partijen – de ontbinding voorwaardelijk uitspreken, voor het geval de bewindvoerder de regeling onder 4.2. niet nakomt en/of de lopende huur niet (tijdig) betaalt.
4.7.
De ontruimingstermijn wordt gesteld op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
4.8.
Servatius wil ook dat de bewindvoerder wordt veroordeeld tot het betalen van de lopende huurtermijnen van thans € 920,64 per maand, te rekenen vanaf de maand juli 2026 tot het moment dat gedaagden het gehuurde ontruimen. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
4.9.
Omdat over de proceskosten al een regeling is getroffen, zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt de bewindvoerder om te betalen aan Servatius:
a. € 6.881,30 conform de door hen getroffen regeling,
b. de lopende huur van thans € 920,64 per maand vanaf juli 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.2.
ontbindt – voorwaardelijk, enkel voor het geval de onder 4.2. vermelde regeling door de bewindvoerder niet wordt nagekomen en/of hij niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1. onder b. – de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats] ,
5.3.
veroordeelt de bewindvoerder – voorwaardelijk, enkel voor het geval de onder 4.2. vermelde regeling door de bewindvoerder niet wordt nagekomen en/of hij niet voldoet aan de veroordeling onder 5.1. onder b. – om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Servatius zijn, en de sleutels af te geven aan Servatius,
5.4.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:265 BW Pro.