ECLI:NL:RBLIM:2026:6206

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/03/352083 / FA RK 26-1023
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Geerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BWArt. 1:20e BWArt. 1:20 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging voornamen minderjarige door schrapping tweede voornaam wegens familieomstandigheden

Uit het verzoek van de ouders, die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige zoon uitoefenen, blijkt dat zij de tweede voornaam van hun kind wensen te laten schrappen. Deze tweede voornaam verwijst naar de peetoom van de minderjarige, met wie het contact al geruime tijd verbroken is vanwege familiale verstoringen.

De ouders onderbouwen hun verzoek met het belang van de minderjarige, die opgroeit zonder betrokkenheid van de peetoom. De aanstaande doop zonder aanwezigheid van de peetoom benadrukt het emotionele ongemak dat de huidige naam veroorzaakt. De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 1:4 BW Pro en concludeert dat er een zwaarwichtig belang bestaat voor de wijziging.

De rechtbank wijst het verzoek toe en gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarige, waarbij de tweede voornaam wordt geschrapt. De griffier zal conform wettelijke bepalingen de wijziging doorgeven aan de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht. De beschikking is op 19 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schrapping van de tweede voornaam van de minderjarige toe.

Uitspraak

Rechtbank Limburg

Familie en jeugd
Zittingsplaats Maastricht
C/03/352083 / FA RK 26-1023Zaaknummer: C/03/352083 / FA RK 26-1023
Beschikking van 19 juni 2026
op het verzoek van:
[verzoeker 1],
[verzoeker 2],
beiden wonend in [plaats] ,
hierna te noemen de verzoekers,
advocaat: mr. C. Simmelink, gevestigd te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Dit blijkt uit het volgende:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 30 april 2026.

2.De feiten

2.1
Uit het huwelijk van verzoekers is de minderjarige geboren:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] .
2.2
De geboorteakte van de minderjarige komt voor in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht van het jaar 2025 onder [aktenummer] .
2.3
Verzoekers zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarige.
2.4
Verzoekers en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1
Verzoekers hebben de rechtbank verzocht om de tweede voornaam ‘ [tweede voornaam] ’ van de minderjarige te schrappen, zodat de voornamen van de minderjarige worden gewijzigd van ‘ [voornamen] ’ in ‘ [nieuwe voornamen] ’.
3.2
Ter onderbouwing van het verzoek hebben verzoekers naar voren gebracht dat de tweede naam verwijst naar de peetoom van de minderjarige. Verzoekers hebben al geruime tijd geen contact meer met de peetoom. Het contact is verbroken als gevolg van een verstoring in de onderlinge verhoudingen binnen de familiekring. Deze situatie bestaat reeds langere tijd en heeft ertoe geleid dat er geen contact meer is tussen verzoekers en de peetoom en zij verwachten niet dat dit contact in de toekomst nog zal worden hersteld. Van enige betrokkenheid bij het leven van de minderjarige is geen sprake. De minderjarige groeit op in een omgeving waarin de peetoom geen rol vervult en naar verwachting geen rol (meer) zal spelen. Binnenkort zal de minderjarige worden gedoopt. Hierbij zal de peetoom niet aanwezig zijn. Dit confronteert verzoekers opnieuw met het feit dat de peetoom geen rol (meer) speelt in het leven van hun zoon. Mede hierdoor voelt het voor verzoekers ongepast en belastend dat hun zoon wel de naam van zijn peetoom draagt.
Verzoekers wensen hun zoon juist een stabiele, duidelijke en emotioneel onbelaste basis mee te geven. Zij willen voorkomen hun zoon in de toekomst geconfronteerd wordt met vragen of gevoelens die voortkomen uit een naam die verwijst naar een persoon die geen onderdeel uitmaakt van zijn leven. De minderjarige is slechts elf maanden oud en is nog niet in staat de betekenis of impact van zijn naam te overzien. Juist om die reden achten verzoekers dit het juiste moment om de wijziging van de voornaam door te voeren, zodat hij opgroeit met een naam die volledig aansluit bij zijn feitelijke leefomgeving. Het verzoek tot het schrappen van de tweede voornaam is ingegeven door het belang van de minderjarige, in het bijzonder met het oog op zijn identiteitsontwikkeling en emotioneel welzijn.

4.De beoordeling

4.1
Artikel 1:4 lid 4 BW Pro geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen. De ouders, die gezamenlijk zijn belast met het gezag over het kind, verzoeken als wettelijke vertegenwoordigers gezamenlijk de tweede voornaam van het kind te schrappen.
4.2
Op grond van voornoemd artikel moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornamen ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
4.3
De rechtbank is van oordeel dat verzoekers met de door hen gegeven toelichting op overtuigende wijze aannemelijk hebben gemaakt dat de tweede voornaam [tweede voornaam] voor hen als niet passend of wenselijk wordt ervaren nu deze verwijst naar een voorgenomen peetoom waarmee inmiddels geen contact meer is. Gelet op de aanstaande doop van de minderjarige, is voor de rechtbank navolgbaar dat zij de middelste naam wensen te schrappen zoals verzocht.
Daarmee is het zwaarwichtig belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende komen vast te staan voor het schrappen van de tweede voornaam ‘ [tweede voornaam] ’.
Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW Pro zodat het verzoek tot wijziging van de voornamen daarom zal worden toegewezen, in die zin dat de voornamen worden gewijzigd van ‘ [voornamen] ’ in ‘ [nieuwe voornamen] ’.
4.4
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht in wiens registers de geboorteakte van de minderjarige voorkomt.
5. De beslissing
De rechtbank:
5.1.
gelast de wijziging van de voornamen van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , van wie de geboorteakte is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht van het jaar 2025 onder [aktenummer] , aldus dat de voornamen van genoemde minderjarige zullen zijn: ‘ [nieuwe voornamen] ’;
5.2.
bepaalt dat de griffier op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, dit met het oog op het bepaalde in artikel 1:20 lid 1 en Pro onder a, BW juncto artikel 1:20a lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. Geerman, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. Groen-Witvliet, griffier, op 19 juni 2026.