Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [persoon] , arts in opleiding (AIOS) specialist ouderen geneeskunde;
- een dochter en de echtgenoot van betrokkene.
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Simpelveld heeft op 9 juni 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven voor betrokkene, die lijdt aan Parkinson en steeds meer zorg nodig heeft die thuis niet geboden kan worden. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.
Tijdens de zitting op 15 juni 2026, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een arts in opleiding specialist ouderengeneeskunde, en familie gehoord. Betrokkene ervaart het verblijf als moeilijk en als een gevangenis, maar maakt geen concrete pogingen om te vertrekken. Zijn advocaat stelde dat er geen sprake is van verzet in de zin van de Wet zorg en dwang (Wzd).
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van verzet betekent dat geen gedwongen maatregel kan worden opgelegd. Hoewel het verblijf voor betrokkene onaangenaam is, valt zijn wens om naar huis te gaan niet onder het begrip verzet. De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af en gaat ervan uit dat het verblijf voortaan op vrijwillige basis zal plaatsvinden, waarbij gezocht wordt naar een geschikte plek.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet in de zin van de Wet zorg en dwang.