ECLI:NL:RBLIM:2026:6229

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
27 juni 2026
Zaaknummer
C/03/353116 / BZ RK 26-1184
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • dr. Van Binnebeke
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 WzdArt. 37 Wzd
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting inbewaringstelling wegens ontbreken verzet in de zin van de Wzd

De burgemeester van Simpelveld heeft op 9 juni 2026 een last tot inbewaringstelling afgegeven voor betrokkene, die lijdt aan Parkinson en steeds meer zorg nodig heeft die thuis niet geboden kan worden. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.

Tijdens de zitting op 15 juni 2026, die met gesloten deuren plaatsvond, werden betrokkene, zijn advocaat, een arts in opleiding specialist ouderengeneeskunde, en familie gehoord. Betrokkene ervaart het verblijf als moeilijk en als een gevangenis, maar maakt geen concrete pogingen om te vertrekken. Zijn advocaat stelde dat er geen sprake is van verzet in de zin van de Wet zorg en dwang (Wzd).

De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van verzet betekent dat geen gedwongen maatregel kan worden opgelegd. Hoewel het verblijf voor betrokkene onaangenaam is, valt zijn wens om naar huis te gaan niet onder het begrip verzet. De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af en gaat ervan uit dat het verblijf voortaan op vrijwillige basis zal plaatsvinden, waarbij gezocht wordt naar een geschikte plek.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet in de zin van de Wet zorg en dwang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Maastricht
Zaaknummer: C/03/353116 / BZ RK 26-1184
Datum uitspraak: 15 juni 2026
Afwijzing beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. F.M. van Venrooij-Nieuwenhuis, gevestigd in Landgraaf.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon] , arts in opleiding (AIOS) specialist ouderen geneeskunde;
  • een dochter en de echtgenoot van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Op 9 juni 2026 heeft de burgemeester van de gemeente Simpelveld voor betrokkene een last tot inbewaringstelling afgegeven. Betrokkene verblijft met deze inbewaringstelling bij [experisecentrum] in [plaats 2] .

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging afwijzen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Op grond van artikel 37 Wet Pro zorg en dwang (hierna: Wzd) verleent de rechtbank op verzoek van het CIZ een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling indien ten aanzien van betrokkene sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29 Wzd Pro.
4.3.
Niet ter discussie staat dat betrokkene Parkinson heeft en door die ziekte steeds meer zorg nodig heeft die in de thuissituatie niet meer gegeven kan worden.
4.4.
Door betrokkene en zijn familie is tijdens de mondelinge behandelding benadrukt dat het verblijf voor betrokkene heel moeilijk is. Hij ervaart veel prikkels en komt niet tot rust. Hij heeft ook geen geschikte stoel om tussendoor te rusten en te slapen.
4.5.
Zijn advocaat heeft aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen omdat er, kort gezegd, geen sprake is van verzet.
4.6.
De AIOS heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat betrokkene het verblijf als een gevangenis ervaart. Op de afdeling wordt opgemerkt dat hij liever naar huis wil. Gezien wordt dat de huidige crisisplek minpunten heeft, maar voortzetting van de inbewaringstelling is nodig, zodat betrokkene verder tot rust kan komen en er kan worden gezocht naar een geschikte plek. Op de Parkinsonafdeling is op dit moment geen plek.
4.7.
De rechtbank is op grond van de stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat niet is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen voortzetting van het verblijf zoals bedoeld in de Wzd. Hoewel betrokkene het verblijf als een gevangenis ervaart, maakt hij geen aanstalten om weg te gaan. Hij probeert dit niet en doet dit feitelijk ook niet. Zijn uitlating dat hij liever naar huis wil, valt ook niet onder het begrip verzet van de WZD. Er is dus geen sprake van verzet en dan is er ook geen ruimte voor oplegging van een gedwongen maatregel. De rechtbank gaat ervan uit dat het verblijf van betrokkene in de accommodatie voortaan op vrijwillig basis plaatsvindt en dat in dat kader wordt gezocht naar een geschikte verblijfplek.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026 door mr. dr. Van Binnebeke, rechter, in aanwezigheid van Keller, griffier, en op schrift gesteld op 26 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.