ECLI:NL:RBLIM:2026:6241

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
C/03/352107 / KG ZA 26-168
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • drs. Hurkens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:174 lid 1 BWArt. 3:300 lid 2 BWArt. 6:119 BWArt. 555 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging curator tot verkoop woning en afkoop beleggingspolis na weigering medewerking ex-partner

De curator in het faillissement van een partij vordert in kort geding een machtiging op grond van artikel 3:174 BW Pro om de onverdeelde helft van een woning te verkopen en een beleggingspolis af te kopen, nadat de ex-partner van de failliete partij niet tijdig aan opschortende voorwaarden voldeed en weigerde mee te werken aan verkoop. De curator en de ex-partner waren eerder gehuwd in gemeenschap van goederen, maar de verdeling van de huwelijksgemeenschap heeft niet plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van gewichtige redenen voor de machtiging, omdat de weigering van medewerking de afwikkeling van het faillissement belemmert en de boedel blootstelt aan waarderisico’s en oplopende kosten. De ex-partner legt geen bezwaar tegen de machtiging en erkent het belang van verkoop tegen een marktconforme prijs.

De voorzieningenrechter wijst de machtiging toe, inclusief bevoegdheden voor de curator om namens de ex-partner documenten te ondertekenen en de opbrengst te verdelen. Tevens wordt de ex-partner veroordeeld om de woning verkoopklaar te houden, toegang te verlenen aan de curator en makelaar, en de woning binnen drie maanden na betekening ontruimen. Bij niet-naleving geldt een gematigde dwangsom. De ex-partner wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De curator wordt gemachtigd tot verkoop van de woning en afkoop van de beleggingspolis, met veroordeling van de ex-partner tot medewerking, ontruiming binnen drie maanden en betaling van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/352107 / KG ZA 26-168
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
[curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [eisende partij],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. S. Lousberg,
tegen
[gedaagde partij],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
in persoon verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 15,
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen mondelinge behandeling van de curator,
- de ter zitting overhandigde wijziging van eis.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde partij] en mevrouw [eisende partij] waren in gemeenschap van goederen gehuwd.
2.2.
De echtscheiding tussen partijen is bij beschikking van 22 september 2004 [1] uitgesproken. De rechtbank heeft in die beschikking de verdeling van de huwelijksgemeenschap ten overstaan van een notaris bevolen. De verdeling van de huwelijksgemeenschap heeft niet plaatsgevonden.
2.3.
[eisende partij] is bij vonnis van deze rechtbank van 30 juli 2019 failliet verklaard [2] . Het onverdeeld aandeel van de gezamenlijk aan [gedaagde partij] en [eisende partij] in eigendom toebehorende woning gelegen aan het adres [adres] te [plaats 2] is in de boedel van het faillissement gevallen.
2.4.
De curator en [gedaagde partij] hebben op 2 december 2024 een vaststellingsovereenkomst [3] gesloten. De curator heeft zich in die vaststellingsovereenkomst bereid verklaard om mee te werken aan toedeling van de onverdeelde helft van [eisende partij] in de woning aan [gedaagde partij] . Die bereidverklaring is door de curator aangegaan onder de opschortende voorwaarden dat [gedaagde partij] , kort gezegd, (i) uiterlijk bij levering van het aandeel van [eisende partij] in de woning, maar in ieder geval binnen een termijn van zeven maanden na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst, zorg draagt voor het ontslag van [eisende partij] uit de hoofdelijke aansprakelijkheid en (ii) uiterlijk op datum van levering van het aandeel van [eisende partij] in de woning een afgesproken vergoeding aan de curator betaalt. Partijen hebben zich in de vaststellingsovereenkomst verplicht om, indien niet aan de opschortende voorwaarden is voldaan, over te gaan tot verkoop van de woning aan een derde.
2.5.
[gedaagde partij] heeft niet (tijdig) aan de opschortende voorwaarden voldaan. De curator heeft [gedaagde partij] vervolgens herhaaldelijk (zonder resultaat) benaderd met het verzoek om mee te werken aan de verkoop (en levering) van de woning. [4]

3.Het geschil

3.1.
De curator vordert, samengevat, na wijziging van eis ter zitting, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad [5] :
Primair
1. de curator op grond van artikel 3:174 BW Pro machtigt om al het nodige te doen voor de Verkoop Derde, waaronder begrepen maar niet beperkt tot, (i) de verkoop en levering van de onroerende zaak/de Woning, staande en gelegen aan [adres] te [plaats 2] , kadastraal bekend [perceelnummer] , daaronder begrepen het inschakelen van een makelaar zijnde een makelaar verbonden aan [makelaar] , dan wel een opvolger en/of vervanger, waarbij de makelaar op basis van zijn vakmanschap een reële marktconforme vraag- en verkoopprijs bepaalt, alsmede (ii) de afkoop van de bij ASR Levensverzekering NV afgesloten Polis met polisnummer [nummer] ;
2. bepaalt dat de machtiging genoemd in sub 1 mede omvat, doch niet beperkt is tot de volgende bevoegdheden:
a. het ondertekenen van alle relevante documenten met betrekking tot de verkoop van de Woning, waaronder de koopovereenkomst en de notariële leveringsakte als beschreven onder sub 2. b;
b. de notariële leveringsakte en alle overige daartoe benodigde documenten te ondertekenen ten overstaan van [de notaris] te [plaats 3] (de “Notaris”);
c. het ondertekenen van alle relevante documenten met betrekking tot de afkoop van de Polis;
d. het aan de Notaris opdracht geven om de opbrengst van de Verkoop Derde in ontvangst te nemen en deze te verdelen conform het bepaalde in de Overeenkomst, alsmede alle overige financiële transacties in verband met de verkoop van de Woning af te wikkelen;
e. het nemen van beslissingen en het onderhandelen met betrekking tot eventuele voorwaarden en bepalingen in verband met de verkoop van de Woning, de afkoop van de Polis en de verdeling van de opbrengst daarvan;
f. voorts al hetgeen te doen dat noodzakelijk is om de verkoop, levering en eigendomsoverdracht van de Woning, de afkoop van de Polis en de verdeling van de opbrengst daarvan, juridisch en feitelijk te effectueren.
3. bepaalt dat het vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van (i) het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst en/of de schriftelijke koopovereenkomst en/of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde partij] dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de Woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper(s), alsmede dat het vonnis uit dien hoofde in de plaats treedt van (ii) (het deel van) de akte waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde partij] dat hij opdracht geeft tot de afkoop van de Polis en de verdeling van de opbrengst daarvan;
Subsidiair
4. [gedaagde partij] veroordeelt om de tussen partijen gesloten Overeenkomst volledig en onvoorwaardelijk na te komen, waaronder begrepen (i) het verlenen van zijn volledige medewerking aan de verkoop en levering van de Woning aan een derde, daaronder begrepen het opvolgen van de verkoopadviezen van de makelaar, het verrichten van alle handelingen die noodzakelijk zijn voor een gunstig verkoopproces, (ij) het verlenen van zijn volledige medewerking aan de Afkoop van de Polis en (iii) het verlenen van zijn volledige medewerking aan de verdeling van de opbrengst van de verkoop van de Woning en de afkoop van de Polis;
5. bepaalt dat, indien [gedaagde partij] niet voldoet aan hetgeen is gevorderd in sub 4, het vonnis op de voet van het bepaalde in artikel 3:300 lid 2 BW Pro in de plaats treedt van (i) het deel van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst en/of de schriftelijke koopovereenkomst en/of de notariële akte van levering, waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde partij] dat hij opdracht geeft tot bemiddeling, de Woning (mede) verkoopt c.q. (mede) levert aan de koper(s), en (ii) het deel van de akte waaruit moet blijken van de wilsverklaring van [gedaagde partij] dat hij opdracht geeft tot afkoop van de Polis;
Primair en subsidiair
6. [gedaagde partij] veroordeelt om de Woning in verkoopklare staat te brengen en gedurende het verkooptraject in die staat te houden, waaronder begrepen dat [gedaagde partij] de Woning opgeruimd houdt en bij bezichtigingen in exact dezelfde staat heeft zoals de Woning was ten tijde van het verkoop gereed zijn;
7. [gedaagde partij] veroordeelt om de curator, alsook de door de curator daartoe aan te wijzen hulppersonen, waaronder de makelaar, toegang te verschaffen tot de Woning, alsook de curator een sleutel van de Woning te overhandigen, onder meer maar niet beperkt tot het verkoop klaar maken van de Woning, de opname van de Woning alsook voor te houden bezichtigingen;
8. [gedaagde partij] te verbieden bij bezoeken van de makelaar en eventuele potentiële gegadigden in de Woning aanwezig te zijn;
9. [gedaagde partij] veroordeelt om de Woning uiterlijk drie (3) maanden na dagtekening van het vonnis te ontruimen, de Woning bezemschoon en in goede staat achter te laten en niet verder te betreden, met machtiging aan de curator om deze ontruiming zo nodig te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie of justitie;
10. bepaalt dat, indien [gedaagde partij] niet voldoet aan hetgeen wordt gevorderd onder sub 4 t/m 5 resp. sub 6 t/m 9, zowel ieder afzonderlijk als één of meerdere vorderingen gezamenlijk, hij een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,- per dag tot een maximum van € 50.000,- is bereikt;
11. [gedaagde partij] veroordeelt om voor de helft bij te dragen in de kosten van de verkoop van de Woning, waaronder begrepen de courtage van de makelaar;
12. [gedaagde partij] veroordeelt in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf acht dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag der algehele voldoening;
3.2.
[gedaagde partij] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de curator daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Het spoedeisend belang
4.2.
Gelet op de aard van de zaak, alsmede het belang van een voortvarende afwikkeling van het faillissement, is het spoedeisend belang gegeven.
Het primair gevorderde
Artikel 3:174 BW Pro (het primair onder 1 en 2 gevorderde)
4.3.
De curator vordert primair een machtiging ex art. 3:174 BW Pro tot tegeldemaking van de gemeenschappelijke woning die voor de onverdeelde helft in de faillissementsboedel valt, alsmede tot de afkoop van de beleggingsverzekering die is gekoppeld aan de hypothecaire geldlening voor de woning. Voor toewijzing van de vordering van een deelgenoot tot het verstrekken van een dergelijke machtiging kan aanleiding zijn indien de tegeldemaking strekt tot voldoening van een voor de gemeenschap komende schuld of indien sprake is van andere gewichtige redenen.
4.4.
Volgens de curator is sprake van gewichtige redenen. De curator heeft onweersproken gesteld dat als gewichtige redenen dienen te worden aangemerkt dat [gedaagde partij] , na het verstrijken van de termijn van zeven maanden in de vaststellingsovereenkomst [6] , heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning. [gedaagde partij] heeft, aldus de curator, geen serieus alternatief voorgesteld en heeft ook niet gereageerd op (herhaalde) berichten van de curator om vrijwillig mee te werken. [7] Hierdoor wordt de curator gehinderd in de uitoefening van zijn taak tot (voortvarende) afwikkeling van de boedel en wordt de boedel blootgesteld aan waarderisico’s en oplopende boedelkosten.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is door de curator afdoende gemotiveerd dat er aanwijsbare redenen zijn op basis waarvan zijn vertrouwen dat [gedaagde partij] vrijwillig zal meewerken aan de verkoop van de woning is beschaamd en dat het belang van de boedel bij een voortvarende afwikkeling hierdoor wordt belemmerd. Dit kan als gewichtige reden worden aangemerkt.
4.5.
[gedaagde partij] verzet zich niet tegen toewijzing van de machtiging ex art. 3:174 BW Pro. Hij heeft in dat verband tijdens de zitting verklaard dat hij zich bij de verkoop van de woning neerlegt en dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat de curator alle beslissingen neemt die zien op (de verkoop van) de woning, waaronder de beslissing tegen welke prijs de woning verkocht zal worden. De voorzieningenrechter hecht er in dit verband belang aan om te benadrukken dat ter zitting aan de orde is gesteld hoe verstrekkend de machtiging is die hier aan de orde is. De curator heeft in dit verband (onweersproken) benadrukt dat de curator en [gedaagde partij] hetzelfde belang hebben, namelijk verkoop van de woning tegen een zo hoog mogelijke opbrengst.
4.6.
De door de curator gevorderde machtiging tot tegeldemaking van de woning en afkoop van de aan de hypothecaire lening gekoppelde beleggingsverzekering zal, gelet op het voorgaande, worden toegewezen als genoemd in de beslissing, met inachtneming van het navolgende. Uit toewijzing van het gevorderde onder 1 en 2 (machtiging op grond van art. 3:174 lid 1 BW Pro) volgt dat de curator [gedaagde partij] kan vertegenwoordigen bij de handelingen in verband met de verkoop en de levering van de woning en afkoop van de beleggingsverzekering. Dat betekent dat de curator geen belang heeft bij de vordering dat het vonnis in de plaats zal treden van de schriftelijke bemiddelingsovereenkomst en/of de schriftelijke koopovereenkomst en/of de notariële akte van levering en/of de akte met opdracht tot afkoop van de beleggingspolis en verdeling van de opbrengst daarvan voor zover daaruit de wilsverklaring van [gedaagde partij] moet blijken (vordering 3). De voorzieningenrechter zal het primair gevorderde dan ook toewijzen als na te melden onder de beslissing.
Het primair en subsidiair gevorderde
4.7.
Het zowel primair als subsidiair gevorderde zal, met uitzondering van het hierna volgende, als gevorderd worden toegewezen.
4.8.
De onder 7 gevorderde toegang tot de woning zal, voor zover deze de curator zelf betreft, worden afgewezen, omdat onvoldoende gemotiveerd is waarom die toegang noodzakelijk is. De curator heeft ter zitting verklaard dat deze vordering met name ziet op de door de curator aan te wijzen hulppersonen, zoals de makelaar. Voor deze hulpersonen zal de vordering tot toegang worden toegewezen. De vordering tot afgifte van de sleutel aan de curator zal ook worden toegewezen, zodat de curator de sleutel, indien nodig, kan verstrekken aan de makelaar of andere hulppersonen. De voorzieningenrechter weegt in dat verband mee dat [gedaagde partij] ter zitting heeft verklaard dat hij door zijn werk veel en op onregelmatige tijden van huis is en geen bezwaar heeft tegen afgifte van de sleutel aan de curator. De curator heeft ter zitting bevestigd dat bezoek van hulppersonen tijdig zal worden aangekondigd.
4.9.
Het onder 8 gevorderde zal worden afgewezen. De curator heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat uit uitlatingen dan wel gedragingen van [gedaagde partij] zou zijn gebleken dat hij zich onvoldoende coöperatief zou opstellen indien hij in de woning aanwezig zou zijn tijdens bezoeken van de makelaar en eventuele potentiële gegadigden.
4.10.
De tijdens de zitting gewijzigde eis die thans strekt tot veroordeling van [gedaagde partij] tot ontruiming van de woning uiterlijk drie maanden na dagtekening van het vonnis is tijdens de zitting door de curator als volgt toegelicht (vordering 9). Er is om deze veroordeling verzocht om deze achter de hand te hebben in het geval dat [gedaagde partij] niet meewerkt aan het hele proces rondom de verkoop. Als [gedaagde partij] wèl meewerkt zal het vonnis niet worden geëxecuteerd. [gedaagde partij] heeft ter zitting aangegeven dat hij tegen een uit vordering 9, zoals deze na wijziging van eis luidt, voortvloeiende veroordeling geen bezwaar heeft.
4.11.
Gelet op de door de curator in de dagvaarding gestelde gang van zaken, en gelet op het feit dat deze kwestie al bijna een jaar loopt (sinds het verstrijken van de termijn in de vaststellingsovereenkomst) zonder dat [gedaagde partij] heeft meegewerkt, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gerechtvaardigd dat de curator een ‘stok achter de deur’ wenst. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat [gedaagde partij] , ook nadat de gevolgen van toewijzing uitdrukkelijk aan de orde zijn gesteld, heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van deze (gewijzigde) vordering. Het onder 9 gevorderde zal daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn van drie maanden gaat lopen na betekening van dit vonnis.
4.12.
De onder 9 gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie of justitie zal echter worden afgewezen. De curator behoeft geen machtiging van de voorzieningenrechter om het toe te wijzen bevel tot ontruiming zo nodig af te dwingen. De in de wet aan de deurwaarder verleende bevoegdheden tot reële executie (artikelen 555 e.v. Rv in verbinding met artikel 444 Rv Pro) worden toereikend geacht, zodat de curator bij een afzonderlijke machtiging geen belang heeft.
4.13.
De curator heeft ter zitting toegelicht dat onder vordering 10 is bedoeld dat er maximaal € 1.000,- per dag, en nooit meer dan dat, wordt verbeurd, ook indien op één dag door [gedaagde partij] tegelijkertijd aan meerdere veroordelingen niet zou zijn voldaan (samenloop). De voorzieningenrechter acht, gelet op het gebrek aan medewerking door [gedaagde partij] in het verleden, een dwangsom in beginsel toewijsbaar voor de vorderingen onder 6, 7 en 9. De voorzieningenrechter ziet echter aanleiding de dwangsom te matigen tot € 250,- per dag of dagdeel dat [gedaagde partij] aan één van de veroordelingen onder 5.3 tot en met 5.6 niet voldoet, met een maximum van € 500,- per dag en een maximum van € 25.000,- in totaal.
De proceskosten
4.14.
[gedaagde partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de curator worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
341,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.860,02
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
machtigt de curator op grond van art. 3:174 BW Pro om (na betekening van dit vonnis) al het nodige te doen voor de verkoop van de woning aan een derde, waaronder begrepen (i) de verkoop en levering van de woning, staande en gelegen aan [adres] te [plaats 2] , kadastraal bekend [perceelnummer] , daaronder begrepen het inschakelen van een makelaar zijnde een makelaar verbonden aan [makelaar] , dan wel een opvolger en/of vervanger, waarbij de makelaar op basis van zijn vakmanschap een reële marktconforme vraag- en verkoopprijs bepaalt, alsmede (ii) de afkoop van de bij ASR Levensverzekering NV afgesloten polis met polisnummer [nummer] ,
5.2.
bepaalt dat de machtiging onder 5.1. mede omvat de volgende bevoegdheden:
  • het ondertekenen van alle relevante documenten met betrekking tot de verkoop van de woning, waaronder de koopovereenkomst en de notariële leveringsakte (als hierna onder het tweede gedachtestreepje beschreven);
  • het ondertekenen van de notariële leveringsakte en alle overige daartoe benodigde documenten ten overstaan van [de notaris] te [plaats 3] (de notaris);
  • het ondertekenen van alle relevante documenten met betrekking tot de afkoop van de polis;
  • het aan de notaris opdracht geven om de opbrengst van de verkoop aan een derde in ontvangst te nemen en deze te verdelen conform het bepaalde in de overeenkomst, alsmede alle overige financiële transacties in verband met de verkoop van de woning af te wikkelen;
  • het nemen van beslissingen en het onderhandelen met betrekking tot eventuele voorwaarden en bepalingen in verband met de verkoop van de woning, de afkoop van de polis en de verdeling van de opbrengst daarvan;
  • al hetgeen te doen dat noodzakelijk is om de verkoop, levering en eigendomsoverdracht van de woning, de afkoop van de polis en de verdeling van de opbrengst daarvan, juridisch en feitelijk te effectueren.
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om de woning in verkoopklare staat te brengen en gedurende het verkooptraject in die staat te houden, waaronder begrepen dat [gedaagde partij] de woning opgeruimd houdt en bij bezichtigingen in exact dezelfde staat heeft zoals de woning was ten tijde van het verkoop gereed zijn;
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij] om de curator een sleutel van de woning te overhandigen en de door de curator aangewezen hulppersonen, waaronder de makelaar, toegang te verschaffen tot de woning, teneinde hen in de gelegenheid te stellen tot (onder meer) het verkoopklaar maken van de woning, de opname van de woning en te houden bezichtigingen;
5.5.
veroordeelt [gedaagde partij] om de woning uiterlijk drie maanden na betekening van dit vonnis te ontruimen, de woning bezemschoon en in goede staat achter te laten en niet verder te betreden;
5.6.
veroordeelt [gedaagde partij] om voor de helft bij te dragen in de kosten van de verkoop van de woning, waaronder begrepen de courtage van de makelaar,
5.7.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan de curator een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere dag of dagdeel dat [gedaagde partij] , na betekening van dit vonnis, niet aan één van de onder 5.3. tot en met 5.6. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet met een maximum van € 500,- per dag, tot een maximum van in totaal € 25.000,- is bereikt,
5.8.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.860,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.

Voetnoten

1.Zie productie 4 bij de dagvaarding.
2.Zie productie 2 bij de dagvaarding.
3.Zie productie 7 bij de dagvaarding.
4.Zie randnummer 2.5. van de dagvaarding.
5.Hoofdlettergebruik overgenomen uit het petitum van de dagvaarding.
6.Zie rov. 2.4. van dit vonnis.
7.Zie rov. 4.5 van dit vonnis.