ECLI:NL:RBLIM:2026:6298

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
12049072 CV EXPL 26-160
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 6:237 onder k BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geldige dienstenovereenkomst voor reclame op winkelwagens bevestigd zonder dwaling

Op 18 september 2024 heeft een vertegenwoordiger van OnSite Media BV een deelnameformulier laten ondertekenen door New York Pizza Beek, waarin een overeenkomst werd gesloten voor het plaatsen van reclame op winkelwagens voor een periode van 60 maanden. Ondanks dat New York Pizza Beek later aangaf geen interesse meer te hebben en geen materiaal aanleverde, is de overeenkomst rechtsgeldig tot stand gekomen.

New York Pizza Beek voerde verweer dat er geen wilsovereenstemming was en dat sprake was van dwaling, omdat hij dacht dat het slechts een vrijblijvende registratie betrof. Dit verweer werd door de rechtbank verworpen, mede omdat het deelnameformulier duidelijke bepalingen bevatte over de duur, prijs en verplichtingen, en de algemene voorwaarden ter hand waren gesteld.

Daarnaast werd het beroep op reflexwerking van artikel 6:237 onder Pro k BW afgewezen, omdat de duur van de overeenkomst een kernbeding betreft en New York Pizza Beek als ondernemer voldoende kennis wordt toegerekend. De rechtbank veroordeelde New York Pizza Beek tot betaling van de openstaande facturen, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de geldigheid van de overeenkomst en veroordeelt New York Pizza Beek tot betaling van € 7.931,27 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12049072 \ CV EXPL 26-160
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
ONSITE MEDIA BV, H.O.D.N. [eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: OnSite ,
gemachtigde: Armaere B.V.,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. NEW YORK PIZZA BEEK,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. L.R. de Deugd .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 4 producties
- de conclusie van antwoord
- de aanvullende productie A van de zijde van OnSite
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 20 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 18 september 2024 is een vertegenwoordiger van OnSite langs gegaan bij [gedaagde] . [gedaagde] heeft vervolgens een formulier ondertekend genaamd
“Deelnameformulier CartBoards ”(hierna: deelnameformulier). In dit formulier staat - voor zover van belang - het volgende (ktr: de met de hand ingevulde gedeelten zijn met een groter lettertype weergegeven):
“Hierbij geef ik OnSite Media BV h.o.d.n. [eiser] opdracht om mijn reclame weer te geven op de gehuurde winkelwagens op de hieronder beschreven locatie(s):
Te huren locatie(s)/adres: Aantal Aantal Prijs per maand
winkelwagens: posters: (exclusief BTW):
[locatie 1] 25 50 €
[locatie 2] 10 20 €
30 + 5 gratis wagens Totaal per maand excl. BTW € 319,-
(…)
Aanlevering:
 Materiaal wordt door deelnemer uiterlijk binnen 10 werkdagen na ondertekening van de overeenkomst aangeleverd.
(…)
De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van60
maanden. Na einde van deze periode wordt de overeenkomst telkens verlengd met eenzelfde periode, tenzij de deelnemer tenminste 3 (drie) maanden voor afloop van de looptijd van de overeenkomst schriftelijk opzegt. De Overeenkomst gaat in op de datum van ondertekening door de Deelnemer, met dien verstande dat de looptijd en facturatie ingaat op de eerste dag van plaatsing van de CartBoards en uiterlijk 30 (dertig) dagen na ondertekening.
Ondergetekende verklaart door ondertekening (i) bevoegd te zijn tot het aangaan van deze overeenkomst, (ii) (…) en (iii) dat hij/zij op de hoogte is van de toepasselijke algemene voorwaarden van OnSite Media BV h.o.d.n. [eiser] , deze ter hand zijn gesteld en dat hij/zij akkoord is met de inhoud daarvan.

Betaalwijze:
jaarlijkshalf per automatische incasso”
2.2.
Op 23 september 2024 heeft OnSite een e-mail naar [gedaagde] gestuurd met - onder meer - de volgende inhoud:
“De looptijd van het contract gaat in op plaatsingsdatum van de Cartboards .
In de bijlage treft u de overeenkomst en de algemene voorwaarden aan van AMG die van toepassing zijn op de overeenkomst. (…)
Wij willen u vragen omuiterlijk op 07 oktober 2024materiaal inclusief een briefing te sturen naar (…). De aanleverspecificaties zijn bijgevoegd in de bijlage. (…)
Houd u er rekening mee dat dat bij het niet tijdig aanleveren materiaal vanaf 30 dagen na ondertekening van het deelnameformulier de looptijd en de facturatie van start zullen gaan.”
2.3.
Op 15 oktober 2024 heeft [gedaagde] aan OnSite gemeld dat hij geen interesse meer heeft.
2.4.
[gedaagde] heeft OnSite in zijn e-mail van 15 januari 2025 laten weten dat hij niet akkoord is met een afschrijving op zijn rekening en met de daaraan gekoppelde overeenkomst.
2.5.
OnSite heeft [gedaagde] drie facturen verzonden van elk € 2.315,94 inclusief btw. [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
OnSite vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.931,27, bestaande uit € 6.947,82 aan hoofdsom, te vermeerderden met de wettelijke handelsrente vanaf 22 december 2025, € 722,39 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 261,06 aan verschenen wettelijke handelsrente tot 22 december 2025, en de proceskosten.
3.2.
OnSite legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten, waarbij zij aan [gedaagde] diverse diensten heeft verleend c.q. beschikbaar heeft gesteld op het gebied van het plaatsen van reclame-uitingen door middel van CartBoards op winkelwagens. Voor deze diensten zijn drie facturen verzonden die ondanks aanmaningen en sommaties niet betaald zijn. OnSite stelt dat zij buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt, waarvoor zij een vergoeding vordert. Verder is [gedaagde] de wettelijke handelsrente verschuldigd.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van OnSite , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van OnSite in de kosten van deze procedure.
3.4.
Daarvoor voert [gedaagde] aan dat er geen wilsovereenstemming was om een overeenkomst met OnSite aan te gaan. [gedaagde] heeft ook nooit beeldmateriaal aangeleverd. Subsidiair beroept [gedaagde] zich op dwaling omdat [gedaagde] uitgegaan is van een onjuiste voorstelling van zaken. De titel op het deelnameformulier wekte bij hem de indruk dat hij zich alleen als geïnteresseerde zou registreren. Voor het geval er wel een overeenkomst zou zijn gesloten, voert [gedaagde] meer subsidiair dat aan de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn omdat deze hem niet op 18 september 2024 ter hand zijn gesteld. Uiterst subsidiair voert [gedaagde] aan dat hem een beroep op de reflexwerking toekomt omdat hij zich als startende ondernemer in een kwetsbare positie bevond ten opzichte van OnSite . De duur van de overeenkomst van vijf jaar, zonder mogelijkheid om de overeenkomst na een jaar op te zeggen, is volgens [gedaagde] onredelijk bezwarend.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze procedure om de vraag of er tussen OnSite en [gedaagde] een geldige overeenkomst tot stand is gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Zij zal hieronder toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
OnSite en [gedaagde] hebben een overeenkomst gesloten
4.2.
OnSite heeft een ondertekend deelnameformulier overgelegd [1] . Deze overeenkomst staat op naam van [gedaagde] en is voorzien van een handtekening. Dat deze handtekening niet van [gedaagde] zou zijn, is niet gesteld of gebleken. Daarmee staat vast dat het deelnameformulier heeft ondertekend.
4.3.
Volgens [gedaagde] is het deelnameformulier geen overeenkomst om winkelwagens van reclame te voorzien, maar alleen een registratie zodat aan [gedaagde] meer informatie gestuurd kan worden. De kantonrechter kan [gedaagde] hierin niet volgen. Op het deelnameformulier staat ingevuld bij welke supermarkten reclame zal worden gemaakt op de winkelwagens, op hoeveel winkelwagens dat zal gebeuren en hoeveel daarvan gratis van reclame worden voorzien, de prijs per maand en de duur van de overeenkomst. Dat het zou gaan om een vrijblijvende registratie heeft OnSite betwist en is verder niet door [gedaagde] onderbouwd.
4.4.
Evenmin is vast komen te staan dat OnSite er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [gedaagde] een vijfjarige verplichting wilde aangaan. [gedaagde] voert hiertoe weliswaar aan dat hij een beginnend ondernemer is en midden in een verbouwing zat, maar niet is gebleken dat OnSite wist of moest begrijpen dat zij OnSite moest weerhouden van het sluiten van een overeenkomst. De gemaakte afspraken op het deelnameformulier zijn eenvoudig en voldoende overzichtelijk van opzet, zodat bij [gedaagde] geen onduidelijkheid kon bestaan over de verplichtingen die hij aanging. Bovendien heeft [gedaagde] bevestigd dat hij op 15 oktober 2024 heeft aangegeven dat hij geen interesse meer heeft. Kennelijk heeft [gedaagde] spijt gekregen, maar dat dient voor zijn rekening en risico te komen.
4.5.
Dat [gedaagde] nooit het benodigde materiaal heeft aangeleverd staat niet in de weg aan de totstandkoming van de overeenkomst. De conclusie is dan ook dat tussen partijen op 18 september 2024 een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen.
Er is geen sprake van dwaling
4.6.
Volgens [gedaagde] had hij uit de bewoordingen
“Deelnameformulier”op de overeenkomst en de mededeling van de vertegenwoordiger dat het
“slechts een formulier voor deelname betrof”begrepen dat hij nergens aan vast zou zitten. Bij een juiste voorstelling van zaken had hij nooit de overeenkomst gesloten.
4.7.
De term
“deelnameformulier”blinkt misschien niet uit in duidelijkheid, maar uit de bewoordingen zoals gebruikt op het formulier blijkt wel duidelijk dat het niet gaat om een vrijblijvende aanmelding. Zo staan er bewoordingen als
“Hierbij geef ik (…) opdracht”,
“de overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van 60 maanden”en
“ondergetekende verklaart door ondertekening (i) bevoegd te zijn tot het aangaan van deze overeenkomst”. Ook is het bankrekeningnummer van [gedaagde] ingevuld. Nu OnSite de dwaling heeft betwist, is evenmin vast komen te staan dat de vertegenwoordiger uitlatingen heeft gedaan waaruit [gedaagde] mocht opmaken dat hij zich slechts voor deelname zou registeren. Nu van dwaling geen sprake is, faalt dit verweer van [gedaagde] .
Vernietiging van de algemene voorwaarden
4.8.
[gedaagde] stelt dat OnSite de algemene voorwaarden niet bij het sluiten van de overeenkomst aan hem ter hand heeft gesteld zodat deze algemene voorwaarden vernietigbaar zijn. Op de overeenkomst heeft [gedaagde] er echter voor getekend dat de algemene voorwaarden hem ter hand zijn gesteld. Bovendien heeft OnSite aangevoerd dat de algemene voorwaarden op de doordrukkopie van [gedaagde] stonden afgedrukt. Gelet op de tekst op de overeenkomst en de gemotiveerde betwisting van OnSite , heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat de algemene voorwaarden hem niet bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld. Dit verweer wordt daarom afgewezen.
Geen reflexwerking
4.9.
[gedaagde] beroept zich op de reflexwerking van artikel 6:237 onder Pro k BW omdat hij als eenmanszaak gelijk gesteld kan worden aan een consument. Omdat de looptijd van de overeenkomst vijf jaar bedraagt zonder mogelijkheid om deze na een jaar op te zeggen, is hier volgens [gedaagde] sprake van een onredelijk bezwarend beding.
4.10.
De duur van de overeenkomst staat vermeld in de overeenkomst zelf. Daarmee is het een beding die de kern van de prestatie aangeeft, zodat er geen sprake is van een beding in de algemene voorwaarden. De kantonrechter komt daarom niet toe aan het beroep op artikel 6:237 onder Pro k BW.
4.11.
Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat voor een geslaagd beroep op reflexwerking een ondernemer zich materieel niet moet onderscheiden van een consument en de overeenkomst moet liggen buiten het gebied van zijn eigenlijke professionele activiteit. Dat [gedaagde] een startende ondernemer is die geen ervaring heeft met reclame is daarvoor niet voldoende. Reclame maken is voor een ondernemer, en misschien zelfs wel juist voor een startende ondernemer, geen ongebruikelijke dienst. Daarmee ligt de overeenkomst niet buiten het gebied van zijn eigenlijke beroep. Van een startende ondernemer mag ook verwacht worden dat hij beschikt over basale kennis ten aanzien van het afsluiten van overeenkomsten voor zijn onderneming. [gedaagde] komt dan ook geen beroep toe op reflexwerking.
Conclusie
4.12.
Uit het voorgaande volgt dat tussen OnSite en [gedaagde] een geldige overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan [gedaagde] verplicht is de openstaande facturen van totaal € 6.947,82 aan OnSite te voldoen. Deze vordering wordt toegewezen.
Wettelijke handelsrente
4.13.
OnSite vordert de wettelijke handelsrente over de hoofdsom. Aan vervallen rente tot aan de dagvaarding (22 december 2025) vordert OnSite € 261,06. Omdat [gedaagde] hiertegen geen verweer heeft gevoerd, zal deze vordering worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.14.
OnSite vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. OnSite heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. OnSite heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 722,39 worden toegewezen.
4.15.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- verschenen rente tot 22 december 2025
- buitengerechtelijke incassokosten


6.947,82
261,06
722,39
+
Totaal
7.931,27
Proceskosten
4.16.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van OnSite worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.543,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan OnSite te betalen een bedrag van € 7.931,27, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 6.947,82, met ingang van 22 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.543,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.

Voetnoten

1.Zie hiervoor onder 2.1.