Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair), dan wel gebruik heeft gemaakt van valse/vervalste formulieren (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal van aangifte [2] door [slachtoffer] van 15 maart 2022, alsmede alle daartoe behorende bijlagen, onder meer inhoudende:
geschrift, zijnde een overzicht van alle bankmutaties horende bij bankrekeningnummers [bankrekeningnummer 1] en [bankrekeningnummer 2] met als rekeninghouder [verdachte] over de periode 1 januari 2016 tot en met 4 juni 2024 [5] , onder meer inhoudende:
6-11-2020 staat bij ons geregistreerd als post ontvangen op 30-11-2020.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
gelast de teruggavevan de volgende in beslag genomen voorwerpen aan de beslagene, [verdachte] :
- een ordner (goednummer G1733714);
- een ordner (goednummer G1733717).