Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair), dan wel hem zodoende zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (
subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
aangiftegedaan en heeft – zakelijk weergegeven en voor zover relevant – het volgende verklaard: [3]
letselrapportage Forensische GeneeskundeGGD Zuid-Limburg naar aanleiding van het letselonderzoek bij [slachtoffer] volgt – zakelijk weergegeven en voor zover relevant – het volgende: [4]
de camerabeelden van het naburige restaurant [naam restaurant]bekeken en heeft daarover – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende gerelateerd: [5]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, [slachtoffer] , toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 4.385,- bestaande uit € 385,- materiële schade en € 4.000,- immateriële schade;
- vermeerdert het toegewezen bedrag met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat de benadeelde partij is voor het overige deel van de vordering niet- ontvankelijk is en dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de veroordeelde tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
- legt aan de veroordeelde op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 4.385,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 43 dagen;
- bepaalt dat de toepassing van deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat indien en voor zover de veroordeelde aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt;
Beslag
- verklaart verbeurd het in beslag genomen mes (Omschrijving: PL2300-2024132941-G1730784);
- gelast de teruggave van het volgende in beslag genomen voorwerp aan de veroordeelde: gsm (Omschrijving: PL2300-2024132941-G1730785, Apple).