ECLI:NL:RBLIM:2026:6368

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
1 juli 2026
Zaaknummer
12068389 CV EXPL 26-174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Schreurs-van de Langemheen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:904 BWArt. 6:119 BWArt. 6:233 BWArt. 24 lid 1 Verordening (EU) Nr. 1215/2012Art. 4 lid 1 sub c Verordening (EG) Nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot vernietiging bindend advies inzake verkoop stacaravan met behoud standplaats

De zaak betreft een vordering van een eigenaar van een stacaravan op een recreatiepark, die het bindend advies van de Geschillencommissie Recreatie wilde laten vernietigen. De eigenaar wilde zijn stacaravan verkopen met behoud van standplaats, maar de camping Beringerzand stelde voorwaarden waaronder dit mogelijk was, waaronder een verplichte taxatie door een aangewezen taxateur met een minimale waarde van €7.500.

De Geschillencommissie oordeelde dat de verkoopvoorwaarden van Beringerzand van toepassing zijn en verklaarde de klacht van de eigenaar ongegrond. De eigenaar stelde dat de verkoopvoorwaarden niet van toepassing zijn of vernietigd moeten worden en dat het bindend advies onaanvaardbaar is wegens schending van hoor en wederhoor en motiveringsgebrek.

De rechtbank oordeelt dat de eigenaar onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat het bindend advies ernstige gebreken vertoont. De stellingen van Beringerzand over de toepasselijkheid van de verkoopvoorwaarden zijn niet gemotiveerd betwist bij de Geschillencommissie. De rechtbank bevestigt dat de verkoopvoorwaarden, inclusief de taxatie-eis en minimale waarde, niet onredelijk of oneerlijk zijn en dat de Geschillencommissie terecht het bindend advies heeft gegeven.

De vorderingen van de eigenaar worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukt dat de eigenaar vrij is zijn stacaravan te verkopen, maar dat verkoop met behoud van standplaats toestemming van Beringerzand vereist, die gerechtvaardigde verkoopvoorwaarden mag stellen.

De uitspraak bevestigt de marginaal toetsende rol van de rechter bij vernietiging van bindend advies en het belang van het naleven van verkoopvoorwaarden in recreatieparken.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van het bindend advies af en bevestigt de toepasselijkheid van de verkoopvoorwaarden van Beringerzand.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12068389 \ CV EXPL 26-174
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [woonplaats] (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. G.F. Stelten,
tegen
CAMPING BERINGERZAND B.V.,
te Panningen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Beringerzand,
gemachtigde: mr. F.L. van der Ham.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Beringerzand exploiteert een recreatiepark met ongeveer 110 jaarplaatsen.
2.2.
[eisende partij] is sinds 31 maart 2017 eigenaar van een stacaravan op het recreatiepark van Beringerzand. De standplaats waarop de stacaravan zich bevindt wordt sindsdien steeds voor de duur van een kalenderjaar door [eisende partij] van Beringerzand gehuurd.
2.3.
Op de overeenkomst tussen Beringerzand en [eisende partij] zijn de RECRON-voorwaarden voor vaste plaatsen uit 2016 (hierna: de RECRON-voorwaarden) van toepassing. Artikel 9 van Pro die voorwaarden luidt – voor zover relevant – als volgt.
1.
Verkoop van het kampeermiddel is te allen tijde toegestaan. De verkoop van het kampeermiddel met behoud van plaats is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de ondernemer.
2.
De ondernemer kan verkoopvoorwaarden hanteren welke de recreant in acht dient te nemen.
3.
De recreant die het kampeermiddel verkoopt dient dit voorafgaand aan de verkoop aan de ondernemer bekend te maken. Bij levering van het kampeermiddel eindigt de overeenkomst van rechtswege met onmiddellijke ingang. Het staat de ondernemer vrij al dan niet met de koper een overeenkomst aan te gaan.
(…)
2.4.
Op 27 januari 2025 heeft [eisende partij] een klachtformulier ingediend bij de Geschillencommissie Recreatie (hierna: de Geschillencommissie). Op het formulier heeft [eisende partij] bij klachtomschrijving ingevuld:
‘De camping weigert om überhaupt te kijken of zij toestemming tot verkoop met behoud accorderen.’
2.5.
Op 1 februari 2025 heeft [eisende partij] op een (aanvullend) vragenformulier van de Geschillencommissie bij de vraag ‘Wat is uw voorstel om de klacht op te lossen’ ingevuld:
‘Toestemming tot verkoop met behoud van standplaats’.
2.6.
Beringerzand heeft op 7 juni 2025 een schriftelijke reactie ingediend.
2.7.
De Geschillencommissie heeft het geschil behandeld op 18 september 2025. [eisende partij] en twee vertegenwoordigers van Beringerzand waren bij de behandeling aanwezig.
2.8.
In het bindend advies dat is verzonden op 21 oktober 2025 heeft de Geschillencommissie onder meer het volgende overwogen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer weigert überhaupt om te kijken of hij toestemming verleent tot verkoop met behoud van standplaats.
Ter zitting heeft de consument desgevraagd nog verklaard dat hij vooraf geen toestemming heeft gevraagd voor de verkoop van zijn chalet met behoud van standplaats en dat hij zijn chalet dan ook heeft verkocht onder voorbehoud van die toestemming. Verder heeft hij aangevoerd dat hij niet verplicht is om een taxatie door [taxatiebureau] te laten uitvoeren, aangezien hij daarvoor bij de vorige eigenaar nooit voor heeft getekend. Hij heeft de taxatie dan ook door een andere taxateur laten doen, dit omdat hij geen vertrouwen heeft in [taxatiebureau] .
De consument verlangt dat hij zijn chalet met behoud van standplaats kan verkopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, waarvan in het bijzonder het verweerschrift van 7 juni 2025. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij kunnen makkelijk uit deze impasse komen als de consument een actueel taxatierapport van [taxatiebureau] kan overhandigen met een waarde boven € 7.500,--. Dan kunnen wij conform het verkoopreglement in gesprek met potentiële kopers ter acceptatie op onze camping. Indien de taxatiewaarde onder de € 5.000,-- is, dan is de jaarplaats niet overdraagbaar en dient de jaarplaats leeg opgeleverd te worden. Het is dus uiteindelijk aan de consument om deze vervelende situatie te beëindigen.
Beoordeling van het geschil
De consument heeft het chalet gekocht in 2017 en daarbij heeft hij het toen opgemaakte [taxatiebureau] -taxatierapport ontvangen. In 2020 heeft de consument de ondernemer laten weten dat hij zijn chalet wilde verkopen en in verband daarmee heeft hij de receptie van het park van de ondernemer opdracht gegeven voor een [taxatiebureau] -taxatie. Gelet op het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat de consument bekend was en is met het verkoopreglement en de verkoopvoorwaarden. Niet valt in te zien waarom de consument bij de verkoop van het chalet begin 2025 zich opeens niet wilde conformeren aan die regelgeving.
Gelet op het verkoopreglement van de ondernemer dient de consument een actueel taxatierapport van [taxatiebureau] te overhandigen aan de ondernemer met een waarde boven€ 7.500,--, wil de ondernemer überhaupt in gesprek gaan met potentiële kopers. Als de consument persisteert bij zijn standpunt om geen taxatie te laten uitvoeren door [taxatiebureau] , kan de consument – gelet op het verkoopreglement – sowieso zijn chalet niet verkopen met behoud van standplaats. Mocht hij desondanks besluiten om zijn chalet toch te verkopen (zonder behoud van standplaats), dient hij de standplaats te ontruimen tegen de datum waarop de overeenkomst met de ondernemer (tussentijds) is beëindigd.
Op grond van het voorgaande zal de commissie de klacht ongegrond verklaren.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht ongegrond, zodat het door de consument verlangde wordt afgewezen.
(…)

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert – samengevat – :
het bindend advies van 18 september 2025 te vernietigen;
te verklaren voor recht dat de door Beringerzand gehanteerde tussentijds gewijzigde algemene verkoopvoorwaarden niet van toepassing zijn op de (huur)overeenkomst tussen [eisende partij] en Beringerzand;
althans, voorwaardelijk, indien die gewijzigde verkoopvoorwaarden van Beringerzand wel tussen partijen overeengekomen zouden zijn, deze te vernietigen;
Beringerzand te bevelen om goedkeuring te verlenen aan de door [eisende partij] verzochte verkoop met behoud van de standplaats en daaraan volledige medewerking te verlenen binnen 14 dagen nadat in deze uitspraak zal zijn gewezen;
Beringerzand te veroordelen om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van
€ 298,30 aan buitengerechtelijke kosten;
Beringerzand te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Beringerzand voert verweer. Beringerzand concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Vooropgesteld wordt dat deze procedure een internationaal karakter heeft omdat [eisende partij] zijn woonplaats heeft in Duitsland. Daarom moet eerst ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.
4.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 24 lid 1 van Pro de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, is de Nederlandse rechter bevoegd omdat het gehuurde perceel in Nederland gelegen is.
4.3.
Ingevolge het bepaalde in artikel 4 lid 1 aanhef Pro en sub c van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I), is op deze zaak het Nederlands recht van toepassing.
Juridisch kader
4.4.
Aan de hand van artikel 7:904 BW Pro dient getoetst te worden of het bindend advies in deze zaak vernietigbaar geoordeeld moet worden. Het door de Geschillencommissie gegeven bindend advies kan op grond van dat artikel slechts worden vernietigd indien geoordeeld moet worden dat gebondenheid aan die beslissing in verband met de inhoud of de wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De toetsing in dit kader is marginaal van aard. De kantonrechter treedt immers niet op als appelinstantie. De gebondenheid aan het advies is dan ook uitgangspunt en enkel ernstige gebreken kunnen leiden tot vernietiging. Daarvan is sprake wanneer geen redelijk handelend bindend adviseur tot een dergelijk advies had kunnen komen of wanneer de fundamentele eisen van een goede en behoorlijke procesorde niet in acht zijn genomen.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat sprake is van ernstige gebreken met betrekking tot het advies. Niet kan worden geoordeeld dat geen redelijk handelend bindend adviseur tot het thans ter beoordeling voorliggende advies had kunnen komen. Ook wordt geoordeeld dat de fundamentele eisen van een goede een behoorlijke procesorde in acht genomen zijn. De kantonrechter motiveert dit oordeel als volgt.
4.6.
[eisende partij] stelt zich op het standpunt dat het bindend advies formeel onaanvaardbaar is omdat de Geschillencommissie ten onrechte klakkeloos heeft aangenomen dat de door Beringerzand gehanteerde (gewijzigde) verkoopvoorwaarden tussen partijen van toepassing zijn. [eisende partij] stelt dat hij zich over die toepasselijkheid niet heeft kunnen uitlaten in de procedure bij de Geschillencommissie. Er is dus zowel sprake van een motiveringsgebrek als van schending van het beginsel van hoor en wederhoor, aldus [eisende partij] .
4.7.
De kantonrechter overweegt dat op [eisende partij] de stelplicht en bewijslast rust van hetgeen hij aanvoert ter onderbouwing van zijn stelling dat sprake is van ernstige gebreken met betrekking tot het bindend advies. [eisende partij] had daarvoor in de onderhavige procedure (bij de kantonrechter) duidelijk en expliciet moeten stellen dat en waarom de Geschillencommissie in het licht van de door partijen in die procedure aangevoerde argumenten en overgelegde stukken niet in redelijkheid tot haar beslissing had kunnen komen. Dat heeft [eisende partij] naar het oordeel van de kantonrechter niet gedaan.
[eisende partij] heeft de procedure bij de Geschillencommissie ingeleid met de klacht dat Beringerzand weigert om te kijken of zij toestemming verleent tot verkoop (van de stacaravan) met behoud van standplaats. Beringerzand heeft zich in haar schriftelijke reactie bij de Geschillencommissie beroepen op de RECRON-voorwaarden en de conform artikel 9 van Pro die voorwaarden door haar gehanteerde verkoopvoorwaarden. Daarbij heeft Beringerzand zich uitdrukkelijk en gemotiveerd op het standpunt gesteld dat [eisende partij] gebonden is aan die verkoopvoorwaarden en wat die verkoopvoorwaarden inhouden met betrekking tot de taxatie en de minimale taxatiewaarde bij verkoop met behoud van standplaats. De kantonrechter verwijst naar de schriftelijke reactie van Beringerzand en de weergave van de partijstandpunten in het bindend advies.
4.8.
Het had op de weg van [eisende partij] gelegen om de stellingen van Beringerzand bij de Geschillencommissie gemotiveerd te betwisten. Gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] dat heeft gedaan. Aantekeningen van de mondelinge behandeling bij de Geschillencommissie ontbreken en partijen hebben zich in de onderhavige procedure (bij de kantonrechter) in het geheel niet uitgelaten over de argumenten die bij de mondelinge behandeling aan de orde zijn gekomen. Bij gebrek aan andere informatie gaat de kantonrechter daarom uit van (de volledigheid van) de weergave van de partijstandpunten in het bindend advies. Daarin staat alleen dat [eisende partij] zich op het standpunt heeft gesteld dat hij niet verplicht is om een taxatie door [taxatiebureau] te laten uitvoeren ‘aangezien hij daarvoor bij de vorige eigenaar nooit voor heeft getekend’ (sic). Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – kan de kantonrechter daaruit niet concluderen dat [eisende partij] de stellingen van Beringerzand over de inhoud en toepasselijkheid van die verkoopvoorwaarden gemotiveerd heeft weersproken.
4.9.
Nu niet is gebleken dat [eisende partij] de stellingen van Beringerzand over de inhoud en toepasselijkheid van de verkoopvoorwaarden bij de Geschillencommissie gemotiveerd heeft betwist, mocht de Geschillencommissie van de juistheid van die stellingen uitgaan en kan niet worden geoordeeld dat het bindend advies om die reden leidt aan een (ernstig) motiveringsgebrek. Nu eveneens niet is gesteld of gebleken dat [eisende partij] bij de mondelinge behandeling helemaal niet in de gelegenheid is geweest om de stellingen van Beringerzand te betwisten, kan ook niet worden geoordeeld dat er sprake is van schending van het beginsel van hoor en wederhoor. [eisende partij] heeft daarvoor simpelweg te weinig gesteld.
4.10.
Het voorgaande geldt
mutatis mutandisook voor het standpunt dat het bindend advies materieel onaanvaardbaar is omdat [eisende partij] daardoor wordt opgezadeld met aanvullende taxatiekosten en een risico dat een verkoop van de stacaravan met behoud van standplaats onmogelijk zal blijken te zijn, waardoor hij een aanzienlijk financieel risico loopt ten aanzien van de kosten van verwijdering. Bovendien gaat [eisende partij] met die stelling eraan voorbij dat hij reeds op grond van artikel 9 van Pro de RECRON-voorwaarden wist of behoorde te weten dat Beringerzand verkoopvoorwaarden kan hanteren.
4.11.
Bij het voorgaande dient bedacht te worden dat [eisende partij] blijkens de dagvaarding in de onderhavige procedure uitgaat van de toepasselijkheid van de verkoopvoorwaarden zoals die luidden bij het aangaan van de overeenkomst in 2017. Ook in die verkoopvoorwaarden is een verplichte taxatie door een in die voorwaarden genoemde taxateur opgenomen. Het belangrijkste verschil tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ voorwaarden is de voor toestemming tot verkoop met behoud van standplaats gehanteerde minimale taxatiewaarde van € 7.500,00 en de voorwaarde dat nieuwe gasten dienen te vallen binnen de doelgroep van Beringerzand. Tegen die voorwaarden ageert [eisende partij] wel in de onderhavige dagvaardingsprocedure, maar nergens blijkt uit dat hij dat ook heeft gedaan bij de Geschillencommissie.
4.12.
Voor zover [eisende partij] heeft gesteld dat de Geschillencommissie ambtshalve had moeten toetsen of de (gewijzigde) verkoopvoorwaarden toelaatbaar waren, overweegt de kantonrechter dat de Geschillencommissie net als de civiele rechter gehouden is om algemene voorwaarden ambtshalve te toetsen aan de in het Nederlands recht geïmplementeerde normen van Europees consumentenrecht indien de Geschillencommissie over de daartoe noodzakelijke gegevens, feitelijk en rechtens, beschikt om te vermoeden dat een overeenkomst onder het bereik van Richtlijn 93/13 valt en een beding bevat dat oneerlijk is uit het oogpunt van de in die richtlijn gegeven criteria. Dat de overeenkomst tussen [eisende partij] en Beringerzand valt onder het bereik van Richtlijn 93/13 staat niet ter discussie. De vraag is dus of de Geschillencommissie had moeten oordelen dat een of meerdere bedingen in de verkoopvoorwaarden van Beringerzand uit het oogpunt van de in Richtlijn 93/13 gegeven criteria oneerlijk zijn. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe als volgt.
4.13.
Op grond van artikel 3 lid 1 van Pro Richtlijn 93/13 wordt een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld als oneerlijk beschouwd indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Bij de invulling van deze norm neemt de kantonrechter in aanmerking dat de richtlijn in Nederland is geïmplementeerd in het BW. Op grond van artikel 6:233 sub a BW Pro is een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar indien het onredelijk bezwarend is, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen en de overige omstandigheden van het geval.
4.14.
De kantonrechter stelt voorop dat het [eisende partij] te allen tijde vrij staat zijn stacaravan te verkopen. Echter, in geval van verkoop
met behoud van standplaatsis toestemming van Beringerzand vereist. Verkoop met behoud van standplaats betekent immers dat de stacaravan achterblijft op het terrein van Beringerzand en dat Beringerzand met de nieuwe eigenaar een huurovereenkomst aangaat. Beringerzand heeft er daarom belang bij dat de stacaravan die achterblijft van een zekere kwaliteit (waarde) is en dat de nieuwe huurder voor haar acceptabel is. Het stellen van verkoopvoorwaarden is dan ook gerechtvaardigd. Een minimale taxatiewaarden van € 7.500,00 komt de kantonrechter daarbij – bij gebreke aan enig referentiekader – niet ontoelaatbaar of onevenwichtig voor. Datzelfde geldt voor de bepaling dat de nieuwe huurder van de standplaats tot de doelgroep van Beringerzand dient te behoren. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de Geschillencommissie niet ambtshalve tot het oordeel had hoeven komen dat de verkoopvoorwaarden van Beringerzand buiten toepassing moeten blijven c.q. vernietigd moeten worden.
4.15.
Op grond van al het voorgaande zal de kantonrechter de vorderingen van [eisende partij] afwijzen. Ten overvloede merkt zij daarbij op dat voor zover er stellingen buiten de beoordeling zijn gelaten, dit stellingen betreft die partijen bij de Geschillencommissie ter beoordeling hadden kunnen (moeten) voorleggen. Nu zij dit hebben nagelaten en de stellingen buiten het toetsingskader van artikel 7:904 BW Pro vallen, kunnen zij in de onderhavige procedure niet tot een ander oordeel leiden.
4.16.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Beringerzand worden begroot op:
- salaris gemachtigde
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
720,00
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.