ECLI:NL:RBLIM:2026:6414

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
12056111 \ CV EXPL 26-77
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van den Berg Jeths-van Meerwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:21 BWArt. 7:22 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling en immateriële schade wegens ontbreken Nederlandstalige handleiding scootmobiel

In april 2025 kocht eiser een scootmobiel van gedaagde voor €7.145,00. Bij de koop ontbrak een Nederlandstalige handleiding, wat aanleiding gaf tot onzekerheid over de actieradius en het gebruik van functionaliteiten. Eiser vorderde terugbetaling van de koopsom, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en een immateriële schadevergoeding wegens ervaren overlast.

Gedaagde stelde dat aanvankelijk alleen een Duitstalige handleiding beschikbaar was, die aan eiser was toegezonden, en dat de Nederlandstalige handleiding direct na beschikbaarheid eveneens was verstrekt. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de handleiding geen gebrek aan het product zelf betekende en dat er geen sprake was van non-conformiteit die ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling rechtvaardigt.

De rechtbank overwoog dat eiser niet had ontbonden en ook niet aannemelijk had gemaakt dat het scootmobiel niet aan de overeenkomst voldeed. De immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat de overlast niet voldoende onderbouwd was en eenvoudig telefonisch of per e-mail had kunnen worden opgelost. De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot terugbetaling van de koopsom en immateriële schadevergoeding worden afgewezen wegens ontbreken van non-conformiteit.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12056111 \ CV EXPL 26-77
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: Klaverblad Rechtsbijstand Stichting,
tegen
[gedaagde partij] , voorheen onder meer handelend onder de naam eenmanszaak [bedrijf],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] heeft in april 2025 van [gedaagde partij] een scootmobiel gekocht. De factuur van 8 april 2025 met nummer [factuurnummer] ten bedrage van € 7.145,00 heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] betaald.
2.2.
Op het moment dat de koopovereenkomst werd gesloten was er nog geen (Nederlandstalige) handleiding voor dit scootmobiel voorhanden.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat – [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.145,00, te vermeerderen met de wettelijke rente, € 732,25 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 1.071,75 wegens ervaren ernstige overlast, kosten rechtens.
3.2.
Aan zijn vordering legt [eisende partij] non-conformiteit van het geleverde ten grondslag. De bij het scootmobiel behorende handleiding heeft steeds ontbroken. [eisende partij] heeft hier last van ondervonden, bestaande uit onzekerheid over de actieradius (vertaling kantonrechter) en het niet kunnen uitzoeken hoe de functionaliteiten werken en storingen moeten worden aangepakt.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] voert aan dat aanvankelijk slechts de Duitstalige handleiding beschikbaar was, die ook aan [eisende partij] is toegezonden. De Nederlandstalige handleiding is op het moment dat deze beschikbaar kwam meteen aan [eisende partij] toegezonden. Tot tweemaal toe. [gedaagde partij] heeft steeds naar redelijkheid en in goed vertrouwen gehandeld.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

non-conformiteit
4.1.
[eisende partij] legt artikel 7:21 BW Pro aan zijn vordering ten grondslag. Artikel 7:21 BW Pro regelt het recht op correcte nakoming bij non-conformiteit. De vordering van [eisende partij] is daarop echter niet geënt. [eisende partij] vordert immers, onder andere, (terug)betaling van de koopsom.
4.2.
Voor terugbetaling van de koopsom is het nodig dat de koopovereenkomst wordt ontbonden. Gesteld noch gebleken is dat de koopovereenkomst (buitengerechtelijk) is ontbonden. Evenmin vordert [eisende partij] ontbinding van de koopovereenkomst. Van terugbetaling van de koopsom kan vooralsnog dan ook geen sprake zijn.
4.3.
Voor zover [eisende partij] heeft bedoeld te vorderen om de koopovereenkomst ingevolge artikel 7:22 BW Pro te ontbinden, overweegt de kantonrechter als volgt.
Krachtens lid 1 van artikel 7:22 BW Pro heeft de koper bij een consumentenkoop de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt, tenzij de afwijking van het overeengekomene deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt gezien haar geringe betekenis.
4.4.
Beoordeeld zou in dat geval moeten worden of de afwijking van het overeengekomene de ontbinding (en terugbetaling van de volledige koopsom) rechtvaardigt.
4.5.
De kern van het door [eisende partij] aangedragen geschil bestaat uit het ontbreken van de handleiding. Dit kan uiteraard niet tot algehele ontbinding van de koopovereenkomst en vervolgens tot terugbetaling van de volledige koopsom van € 7.145,00 leiden.
Gesteld noch gebleken is dat het scootmobiel zelf niet de eigenschappen bezit die [eisende partij] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Voorzover er problemen aan het scootmobiel zouden zijn ontstaan door oneigenlijk gebruik en/of onwetendheid door het ontbreken van de handleiding, had het op de weg van [eisende partij] gelegen [gedaagde partij] daarop aan te spreken. Voorzover thans kan worden beoordeeld is dit echter niet aan de orde. [eisende partij] maakt onder randnummer 10 van de dagvaarding wel melding van ‘gebreken die wellicht voorkomen hadden kunnen worden als wel de juiste handleiding tijdig zou zijn verstrekt’, maar onderbouwt zijn verhaal op geen enkele wijze. Bovendien lijkt deze melding te suggereren dat de handleiding inmiddels, in tegenstelling tot hetgeen [eisende partij] in zijn conclusie van repliek aanvoert, wel is ontvangen. [eisende partij] heeft het immers over het
tijdigverstrekken van de handleiding.
4.6.
Wat hier verder ook van zij, [gedaagde partij] betwist niet dat er sprake is van garantie op het geleverde scootmobiel. Voorzover er al iets mankeert aan het scootmobiel, had [eisende partij] zich op die grond bij [gedaagde partij] kunnen melden. Het ontbreken van een handleiding kan in ieder niet leiden tot de vaststelling dat sprake is van non-conformiteit, die vervolgens een ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van de volledige koopsom rechtvaardigt.
4.7.
Gelet op het voorgaande wordt de gevorderde hoofdsom afgewezen.
€ 1.071,75
4.8.
[eisende partij] vordert tot slot nog, zo de kantonrechter begrijpt, een immateriële schadevergoeding van € 1.071,75 voor alle stress en ongemakken die [eisende partij] heeft geleden en nog lijdt vanwege de weigerachtige houding van [gedaagde partij] om tot een oplossing te komen.
De kantonrechter acht deze vordering, naast het feit dat zij daarvoor geen grondslag ziet, schromelijk overdreven.
[eisende partij] stelt dat de overlast heeft bestaan en nog steeds bestaat uit:
  • de onzekerheid over de actieradius;
  • het niet weten hoe de functionaliteiten werken en storingen moeten worden aangepast.
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn dit vragen die eenvoudigweg beantwoord kunnen worden door telefonisch contact met [gedaagde partij] op te nemen en indien dit telefonisch niet lukt, via de e-mail. Dat [eisende partij] dit heeft geprobeerd blijkt nergens uit. [eisende partij] overlegt een transcriptie van Whatsappberichten, maar deze zien op het ontbreken van de handleiding. Enkel in het laatste bericht van 30 mei 2025 zijn (enkele) meer concretere vragen gesteld. Of hierop door [gedaagde partij] is geantwoord is niet duidelijk, nu de transcriptie ophoudt bij 30 mei 2025. Op 8 mei 2025 schrijft [gedaagde partij] nog dat [eisende partij] voor onderhoud en garantie vanzelfsprekend bij [gedaagde partij] moet zijn. Hieruit wordt in ieder geval geen onwil of weigerachtige houding van de zijde van [gedaagde partij] afgeleid.
4.9.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde immateriële schadevergoeding zal worden afgewezen.
buitengerechtelijke kosten
4.10.
Nu de hoofdvorderingen van [eisende partij] worden afgewezen, is voor toewijzing van buitengerechtelijke kosten geen ruimte.
proceskosten
4.11.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde partij] gevallen, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.