ECLI:NL:RBLIM:2026:6451

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/03/323343 / HA ZA 23-460
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • de Bruijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige en bewijsopdrachten in civiele bouwgeschil over gebreken en herstelkosten

In deze civiele bodemzaak tussen eiser en Sonar Bouwtechniek B.V. heeft de rechtbank Limburg op 8 juli 2026 een deskundigenonderzoek bevolen naar diverse bouwgebreken en de daaraan verbonden herstelkosten. De rechtbank komt niet terug op eerdere bindende beslissingen over mechanische ventilatie, bewijslastverdeling en open haard, waarbij sommige vorderingen worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs of stellingen.

De rechtbank wijst toe dat bepaalde posten, zoals scheurvorming in de glasplaat van de douche en onjuist gemonteerde schuifdeuren, onder voorbehoud worden toegewezen. Ook wordt een uurtarief van €50 gehanteerd voor herstel van kastplanken. Er wordt een bewijsopdracht gegeven over de hoogte van het maaiveld in relatie tot de plaatsing van wandcontactdoos en afzuiging, waarbij partijen bewijs mogen leveren.

De benoemde deskundige moet een uitgebreid rapport opstellen over de gebreken, herstelmogelijkheden en kosten, met inachtneming van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen. Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek en kunnen opmerkingen indienen op het concept-rapport. De zaak wordt aangehouden tot het deskundigenrapport en verdere bewijslevering, met een geplande rolzitting in april 2027.

Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek en wijst bewijsopdrachten toe, waarbij sommige vorderingen worden afgewezen en andere onder voorbehoud worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/323343 / HA ZA 23-460
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. R.H.M. Wagemans,
tegen
SONAR BOUWTECHNIEK B.V.,
te Einighausen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sonar,
advocaat: mr. R.M. Poublon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 februari 2026 (hierna: het tussenvonnis),
- de akte van [eiser] ,
- de akte van Sonar.
.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

Vooraf
2.1.
Met dit vonnis zal het in het tussenvonnis aangekondigde deskundigenonderzoek worden bevolen. Alvorens op het deskundigenonderzoek verder wordt ingegaan, zullen enkele andere punten worden besproken. Dit naar aanleiding van, niet op het deskundigenonderzoek betrekking hebbende, uitlatingen van partijen naar aanleiding van het tussenvonnis.
2.2.
[eiser] heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op de bindende eindbeslissingen ten aanzien van de post ‘mechanische ventilatie’ zoals opgenomen in 2.17.3. van het tussenvonnis. De rechtbank ziet daartoe geen aanleiding en zal daar dus niet toe overgaan. [eiser] heeft aangegeven geen bewijs op dit punt te zullen leveren, zodat de vorderingen ter zake (zie 2.17. en 2.44 van het tussenvonnis) bij eindvonnis zullen worden afgewezen.
2.3.
[eiser] heeft de rechtbank ook verzocht om terug te komen op de bindende eindbeslissing over de bewijslastverdeling ten aanzien van de kwestie ‘ontbreken vloerverwarming’ (2.36.3. van het tussenvonnis). Ook daartoe ziet de rechtbank geen aanleiding. Sonar heeft gemeld bewijs te willen leveren door (onder andere) het horen van een getuige. De vervolgstappen zullen hierna onder de beslissing verder worden uitgewerkt.
2.4.
Ook aan het verzoek van [eiser] om terug te komen op het oordeel over de post ‘open haard’ (2.42.3. van het tussenvonnis) wordt niet tegemoet gekomen. Omdat [eiser] niet heeft gesteld voor de open haard te hebben betaald, zal de vordering op dit punt bij eindvonnis worden afgewezen.
2.5.
[eiser] heeft er terecht op gewezen dat ten aanzien van het gebrek ‘scheurvorming in glasplaat douche’ naast de al benoemde post van € 1.600,00 (zie 2.19.1. van het tussenvonnis) ook € 244,24 is gevorderd ter zake van de doorslag/verkleuring. Omdat ook tegen deze post geen verweer was gevoerd zal deze bij eindvonnis worden toegewezen (onder het voorbehoud zoals gemeld in 2.16. van het tussenvonnis).
2.6.
Ook is het juist dat de post ‘onjuist gemonteerde schuifdeuren’ niet € 190,15 bedroeg – zoals onder 2.24.1 van het tussenvonnis wordt vermeld – maar € 202,89. Laatstgenoemd bedrag zal bij eindvonnis worden toegewezen (onder het voorbehoud zoals gemeld in 2.16. van het tussenvonnis).
2.7.
Ten aanzien van de post ‘vochtplek douche zorgwoning bij buitengevel’ heeft [eiser] er terecht op gewezen dat daarover geen oordeel is gegeven in het tussenvonnis. Het betreft een vochtplek waarvan de oorzaak niet is vastgesteld door Beeren en/of TOP Expertise . Sonar betwist dat het een gevolg is van door haar verricht werk. De rechtbank zal – in lijn met wat partijen daarover in hun meest recente aktes hebben gesteld – hierover een vraag stellen aan de te benoemen deskundige.
2.8.
Partijen zijn het erover eens dat bij de begroting van de schade in verband met de post ‘kastplanken van onvoldoende zwaarte’ een uurtarief van € 50,00 kan worden aangehouden. De kosten voor het herstel van dit gebrek zullen daarom tegen dit uurtarief worden begroot. Het door Beeren genoemde aantal benodigde uren van herstel is niet (langer) gemotiveerd betwist, zodat de rechtbank daarvan uit zal gaan. Naast de kosten voor de kastplankdragers (€ 75,04) en de indexering over dat bedrag (€ 5,03), is daarom (€ 50,00 x 8 =) € 400,00 toewijsbaar, dus € 480,07 in totaal.
2.9.
[eiser] is verzocht te reageren op het verweer van Sonar inzake het punt ‘verkeerde plaatsing wandcontactdoos en afzuigkap’ in relatie tot de oorspronkelijke hoogte van het maaiveld (zie 2.46.2. van het tussenvonnis). [eiser] ontkent dat het maaiveld is verhoogd nadat de wandcontactdoos en afzuiging zijn aangebracht. Zij heeft ook een foto aan het dossier toegevoegd, die haar standpunt zou bevestigen. Dat heeft Sonar vervolgens gemotiveerd betwist. Daarom kan, anders dan [eiser] stelt, het bewijs van [eiser] ’ stelling niet geleverd worden geacht. [eiser] zal daarom een bewijsopdracht worden verstrekt (zie onder de beslissing hierna). Tegelijkertijd zal de deskundige worden verzocht de rechtbank voor te lichten op het punt van het – eveneens betwiste – gebrek als zodanig. Mocht [eiser] aanvullend bewijs niet willen leveren – zij heeft zich daarover nog niet expliciet over uitgelaten – kan dit deel van de deskundigenopdracht worden ingetrokken.
2.10.
Partijen moeten er rekening mee houden dat de rechtbank aansluitend aan een eventueel te houden getuigenverhoor een mondelinge behandeling kan houden om te onderzoeken of partijen alsnog een regeling kunnen treffen. [eiser] moet daarom in persoon op de eventueel te houden getuigenverhoren verschijnen en namens Sonar moet iemand ter zitting verschijnen die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.
Het deskundigenonderzoek
2.11.
Beide partijen hebben bezwaar gemaakt tegen de door de ander als de te benoemen deskundige voorgedragen perso(on)en. De rechtbank zal de door [eiser] voorgedragen deskundige niet benoemen omdat deze kennelijk niet eerder als deskundige is opgetreden en ook anderszins niet is gebleken dat deze persoon de specifiek voor het optreden als gerechtelijk deskundige (in bouwzaken) benodigde kennis heeft opgedaan. Sonar stelt voor dat – gegeven de bezwaren van partijen tegen de voorgestelde deskundige(n) over en weer – de rechtbank een op de lijst van gerechtelijk deskundige voorkomende andere deskundige benoemt. Dat voorstel volgt de rechtbank. Zij zal de onder de beslissing vermelde deskundige benoemen.
2.12.
[eiser] heeft de rechtbank verzocht om aan de deskundige aanwijzingen te geven over hoe te handelen als destructief onderzoek nodig blijkt te zijn. Volgens [eiser] zal de deskundige dat dan aan de rechtbank moeten voorleggen, die vervolgens voorzieningen zal moeten treffen.
Naar aanleiding van dit verzoek merkt de rechtbank op dat, als de deskundige van oordeel is dat destructief onderzoek nodig is voor de beantwoording van de vragen, het aan [eiser] is om – als eigenaar van het onderzochte pand – te beslissen of zij daarmee akkoord gaat. Is dat niet zo, dan heeft de deskundige dat vanzelfsprekend te accepteren en zal het onderzoek in zoverre niet kunnen plaatsvinden, waarbij geldt dat dit in beginsel voor risico komt van [eiser] . Op voorhand is niet duidelijk welke voorziening [eiser] denkt dat de rechtbank kan treffen, zodat de deskundige niet zal worden opgedragen om in voorkomend geval contact op te nemen met de rechtbank. Dit laat onverlet dat het de deskundige vrij staat om – via de griffie – contact op te nemen met de rechtbank als hij/zij verzoeken wil doen die te maken hebben met de uitvoering van het onderzoek.
2.13.
Mede gelet op het debat tussen partijen over de aan de deskundige te stellen vragen, zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Ter toelichting wordt nog opgemerkt dat [eiser] het standpunt over:
- de beweerdelijk gebrekkige vloer(constructie),
- de beweerdelijk te laag geplaatste wandcontactdoos en afzuiging,
- de gebrekkige draagconstructie van het dak,
- de gebrekkige onderconstructie onder de puikozijnen, en
- het ontbreken van een dampremmende folie aan de binnenzijde van de houtskeletbouw,
in/van de tuinkamer/zorgwoning,
(uiteindelijk) heeft onderbouwd met het rapport van [partij] van 26 augustus 2025 [1] . De rechtbank vindt het daarom passend om bij de vraagstelling op dit punt ook te verwijzen naar dat rapport in plaats van te proberen de stellingen in eigen bewoordingen te vatten.
2.14.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 5.614,40 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De rechtbank zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € € 5.614,40 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.
2.15.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.16.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.17.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
DESKUNDIGENBERICHT
Tuinkamer/zorgwoning
A.
1. Wat is uw oordeel over de (mogelijke) gebreken [partij] noemt in paragrafen 6, 7 en 8 van zijn rapport van 26 augustus 2025?
2. Indien u het oordeel van [partij] over (een deel van de) gebreken onderschrijft:
- noopt dit tot volledige sloop en vervanging van de betonvloeren inclusief de daarop staande gevel- en dakconstructies of is herstel anderszins mogelijk?
- als herstel anderszins mogelijk is: waaruit bestaat dat herstel?
- op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
B.
1. Wat is de oorzaak van de witte vlekvorming in de tegels van de woonkamer, zoals onder andere door [partij] besproken in paragraaf 4 (mogelijk overlap met vraag A1)?
2. Op welk bedrag begroot u de kosten van herstel (mogelijk overlap met vraag A2)?
3. Indien de oorzaak van de witte vlekvorming is gelegen in een gebrek in de uitvoering van het werk door Sonar: op welk bedrag begroot u de kosten die Sonar bespaard heeft door het werk niet conform de eisen van goed en deugdelijk werk uit te voeren?
C.
1. Wat is de oorzaak van de vochtplek aan de buitengevel ter plaatse van de douche zoals te zien op foto 43 in het rapport van Beeren van 13 juli 2023 [2] en foto 9 in het rapport van Top Expertise van 3 april 2024 [3] ?
2. Welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
D.
1. Is de drain in de douche aangelegd volgens de eisen van goed en deugdelijk werk?
2. Zo nee, welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
E.
1. Zijn de wandcontactdoos en de afzuiging zoals besproken in paragraaf 19 van het rapport van [partij] te laag in de gevel aangebracht,
- uitgaande van het huidige maaiveld,
- uitgaande van een lager maaiveld?
2. Zo ja, welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
F.
1. Wat is uw oordeel over de (mogelijke) gebreken [partij] noemt in paragraaf 15 van zijn rapport van 26 augustus 2025?
2. Indien er sprake is van gebreken, welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel? Wilt u daarbij in ieder geval aandacht schenken aan de vraag of de pui kan worden hergebruikt?
G.
1. Wat is uw oordeel over de (mogelijke) gebreken [partij] noemt in paragraaf 16 van zijn rapport van 26 augustus 2025?
2. Indien er sprake is van gebreken, welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
H.
1. Wat is uw oordeel over de (mogelijke) gebreken [partij] noemt in paragraaf 17 van zijn rapport van 26 augustus 2025? Wilt u daarbij in ieder geval aandacht ingaan op de vraag of het toepassen van OSB-platen voldoet als dampremmende laag?
2. Indien er sprake is van gebreken, welk herstelwerk moet er plaatsvinden en op welk bedrag begroot u de kosten van herstel?
Hoofdwoning
I.
1. Welke voorziening in de vorm van elektrische radiatoren dient te worden getroffen om het ontbreken van vloerverwarming als geconstateerd door Beeren in zijn rapport van 13 juli 2023 op pag. 3 onderaan / 4 bovenaan te ondervangen?
2. Op welk bedrag begroot u de kosten van het aanbrengen van deze radiatoren (exclusief de kosten van de radiatoren zelf)?
J.
Op welk bedrag begroot u de kosten die Sonar bespaard heeft doordat de buitengevelisolatie van de woning niet 16 cm dik is (zie het rapport van Beeren , pag. 9)?
Algemeen
K.
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundige:
[deskundige], verbonden aan [bedrijf] ,
adres: [adres] ,
e-mailadres: [emailadres] ,
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
3.4.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 5.614,40 (inclusief btw),
3.5.
bepaalt dat [eiser] het voorschot moet overmaken
binnen twee wekenna de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
3.6.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
3.7.
bepaalt dat [eiser] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moet toesturen,
3.8.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.9.
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen; als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,
3.10.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.11.
draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.12.
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
3.13.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.14.
bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van woensdag 7 april 2027,
3.15.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of,
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,
BEWIJSOPDRACHTEN
3.16.
draagt [eiser] op te bewijzen dat het huidige maaiveld ter plaatse van de wandcontactdoos en de afzuiging zoals besproken in paragraaf 19 van het rapport van [partij] gelijk, althans niet hoger, is dan het maaiveld ten tijde van het plaatsen van de wandcontactdoos en de afzuiging door Sonar,
3.17.
draagt Sonar op te bewijzen dat de opdracht is gewijzigd in die zin dat er geen vloerverwarming zou hoeven worden aangelegd in de door Beeren in zijn rapport van 13 juli 2023 op pagina 3 beschreven ruimtes,
3.18.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 22 juli 2026voor uitlating door [eiser] en Sonar of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
3.19.
bepaalt dat, als [eiser] en Sonar geen bewijs door het horen van getuigen willen leveren maar wel
bewijsstukkenwillen overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moeten brengen,
3.20.
bepaalt dat, als [eiser] en Sonar
getuigenwillen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden
november 2026tot en met
februari 2027dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
3.21.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. de Bruijn, in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1,
3.22.
bepaalt dat
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
TOT SLOT
3.23.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op
8 juli 2026.

Voetnoten

1.bijlage 1 bij de conclusie na tussenvonnis tevens houdende wijziging van eis van [eiser] op de rol van 3 september 2025
2.productie 4 van [eiser] , gevoegd aan de dagvaarding
3.productie 5 van Sonar, overgelegd met het B8-formulier van 22 juli 2024