Uitspraak
ECHTBANK Limburg
1.[opdrachtgever 1] ,2. [opdrachtgever 2] ,
1.Het verdere verloop van de procedure
- de conclusie na enquête en contra-enquête van [aannemer] ;
2.De verdere beoordeling
- zij met [aannemer] de afspraak hebben gemaakt dat hij de balken op afschot zou leggen;
- [aannemer] de maten van de dorpels verkeerd heeft ingemeten met de leverancier.
verklaard dat in de eerste offerte van [aannemer] afschotisolatie stond opgenomen als te gebruiken materiaal. Dat bleek echter niet te verkrijgen te zijn. Daarop hebben haar man en zij dat met [aannemer] besproken, waarop [aannemer] verklaarde dat ook gewone isolatie kan worden gebruikt en dat hij het dak dan op afschot zou leggen. In de beleving van [opdrachtgever 2] hebben partijen een duidelijke afspraak gemaakt. Verder is hierover niet meer gesproken. De balken voor het dak zijn gelegd door haar man, haar zoon en een vriend van haar zoon. [opdrachtgever 2] verklaart dat zij er niet bij was toen het dak op afschot is gelegd. Ze heeft het dak gezien toen het klaar was. Ook heeft ze stutten gezien en heeft ze gezien dat metselwerk had plaatsgevonden. Volgens [opdrachtgever 2] hebben haar man en haar zoon dat metselwerk niet uitgevoerd, omdat zij niet kunnen metselen. De stutten die zijn afgebeeld op de foto die als productie 21 in het geding is gebracht, zijn niet van [opdrachtgever 1] c.s., maar van [aannemer] .
[getuige 3] weet niet of en van wie [opdrachtgever 1] c.s. de juiste maatvoering hebben vernomen. [opdrachtgever 1] c.s., noch [getuige 1] hebben hem later om hulp gevraagd bij het op afschot leggen van het dak. Met [opdrachtgever 1] heeft [getuige 3] alleen contact gehad over de wijze waarop [opdrachtgever 1] de balken moest leggen. Hij heeft [opdrachtgever 1] de beste methode uitgelegd en hij heeft daarbij gesproken over 61 cm. Dat ziet op maatvoering die betrekking heeft op de balken, maar ziet niet op het afschot. Volgens [getuige 3] zou hij de muren aanmetselen tussen de balklagen en dat is ook gebeurd.
[aannemer] heeft alleen de balken aangemetseld, en de storm- en balkankers bevestigd. De rest van de werkzaamheden aan het dak heeft getuige [aannemer] aan de [opdrachtgever 1] overgelaten. De verklaring van [getuige 1] luidende: “daarmee was het op afschot leggen van de balken voltooid.” is volgens getuige [aannemer] niet juist. Het op afschot leggen moest nog gebeuren. Het op afschot leggen ontstaat door de balken vanaf de stalen balk te laten lopen naar de muur aan de andere kant. Die muur aan de andere kant was echter nog niet op hoogte gemetseld. Daarom zijn stutten geplaatst om de balken te dragen. Later, bij het afmaken van de muur, kunnen de balken op de goede hoogte gelegd worden. De muur is op hoogte gemetseld conform de bouwtekening. Daarna heeft getuige [aannemer] de balklaag aangemetseld. Getuige
[aannemer] heeft niet gecontroleerd of [opdrachtgever 1] de balken op voldoende afschot heeft gelegd. Dat deel van het werk was volgens de getuige immers uit de opdracht gehaald.
[aannemer] zich contractueel verbonden heeft tot het coördineren en aansturen van het bouwproces als geheel. [opdrachtgever 1] c.s. willen daarmee klaarblijkelijk betogen dat, daargelaten wie van partijen verantwoordelijk is voor het op afschot leggen van het dak, [aannemer] in ieder geval verantwoordelijk is voor de controle of dat op afschot leggen ook correct is gebeurd. Voor de onderbouwing van het standpunt dat [aannemer] de bedoelde coördinerende werkzaamheden op zich zou hebben genomen, verwijzen [opdrachtgever 1] c.s. naar post 00-023 van de offerte. [1] In die offerte wordt die post als volgt omschreven: “Coördinatie directie leveringen.” Blijkens de verdere informatie bij deze post ziet het op werkzaamheden gedurende een twintigtal weken. Het gebruik van het woord “leveringen” doet vermoeden dat de bedoelde werkzaamheden enkel zien op de coördinatie van
leveringenen dus niet op de coördinatie van
werkzaamheden. [opdrachtgever 1] c.s. hebben anderszins niet aannemelijk gemaakt dat die coördinerende werkzaamheden zagen op werkzaamheden die zijzelf uitgevoerd hebben of hebben laten uitvoeren door derden. De rechtbank verwerpt daarom dit standpunt.
[opdrachtgever 2] en [getuige 1] geloofwaardiger zijn dan de verklaringen van [getuige 3] en [aannemer] . De rechtbank kan het bewijs evenmin afleiden uit de inhoud van productie 21 van [opdrachtgever 1] c.s. en de productie die zij gehecht hebben aan de conclusie na enquête. De slotsom is dat de vorderingen die strekken tot betaling van de kosten van het herstel en van het verwijderen en later opnieuw monteren van de zonnepanelen op het dak moeten worden afgewezen.
onbetwiste datum 23 juni 2020.
3.De beslissing
23 juni 2020, tot de dag van volledige betaling;