Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eigenaar 1] ,
[eigenares 1],
3.
[eigenaar 2],
[eigenares 2],
1.[eigenaar 3] ,
[eigenares 3],
1.De procedure
2.De relevante feiten
3.Het geschil
ten aanzien van het pad
ten aanzien van de camera’s
4.De beoordeling
voorlopigdeskundigenbericht hadden kunnen doen. Daarnaast vragen [eigenaren perceel 3] de hoofdzaak aan te houden zodat uiteindelijk daarmee ook niet meer tijd gewonnen wordt dan wanneer de onderhavige vordering in de hoofdzaak beoordeeld wordt. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om eerst en vooraf te beslissen over het gelasten van een deskundigenbericht. De vordering wordt daarom afgewezen.
nieuw BWen niet onder oud BW, aldus [eigenaren perceel 3] De rechtbank oordeelt als volgt.
andere grondslagwordt een andere juridische grondslag bedoeld en niet een andere feitelijke grondslag.
oudBW is ontstaan op uiterlijk 31 december 1991. Het hof en de kantonrechter van deze rechtbank hebben die vordering enkel beoordeeld op basis van de regels van het
huidigeBW. Het gezag van gewijsde van het arrest van het hof van 1 juli 2025 staat dan ook niet in de weg aan de vorderingen van [eigenaren perceel 3] in de hoofdzaak in reconventie.
5.De beslissing
woensdag 5 augustus 2026,
woensdag 19 augustus 2026voor conclusie van antwoord in reconventie aan de zijde van [eigenaren perceel 1] en [eigenaren perceel 2] ,