ECLI:NL:RBLIM:2026:6526

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
12231741 CV EXPL 26-2731
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Bisscheroux
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:629 BWArt. 7:661 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonvordering en verplichtingen werkgever bij ziekte van huismeester

De eiser is sinds juli 2023 in dienst als huismeester bij Exploitatiemaatschappij Terborgh met een bruto maandloon van €3.500. Sinds februari 2026 wordt het loon niet betaald, terwijl eiser ziek is gemeld sinds november 2025. Eiser vordert betaling van loon conform CAO Horeca, wettelijke verhoging, vakantiegeld, inschakeling bedrijfsarts en ziekmelding bij UWV, en betaling van facturen en loon van Kasteel Terborgh en bestuurder.

De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voor loonbetaling bij ziekte is gegeven. Exploitatiemaatschappij Terborgh heeft nagelaten een bedrijfsarts in te schakelen, waardoor wordt aangenomen dat eiser arbeidsongeschikt is. De loonvordering wordt toegewezen op basis van 95% van het loon gedurende de eerste 52 weken ziekte, conform CAO Horeca. De wettelijke verhoging en rente over te laat betaald loon en vakantiegeld worden eveneens toegewezen.

De vorderingen tegen Kasteel Terborgh voor betaling van facturen en loon worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en noodzaak van bodemprocedure. De vorderingen tegen de bestuurder persoonlijk worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van bestuurdersaansprakelijkheid. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Kasteel Terborgh en bestuurder. Exploitatiemaatschappij Terborgh wordt veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging, vakantiegeld, inschakeling bedrijfsarts, ziekmelding bij UWV en proceskosten.

Uitkomst: Exploitatiemaatschappij Terborgh wordt veroordeeld tot betaling van loon conform CAO Horeca, wettelijke verhoging, vakantiegeld, inschakeling bedrijfsarts en ziekmelding bij UWV; overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12231741 CV EXPL 26-2731
Vonnis in kort geding van 9 juli 2026
in de zaak van
[eisende partij],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. R.A. Wijnands,
tegen

1.EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ TERBORGH BV,

te Deventer,
2.
KASTEEL TERBORGH BV,
te Deventer,
3.
[gedaagde partij],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden en afzonderlijk:
Exploitatiemaatschappij Terborgh, Kasteel Terborgh en [gedaagde partij]
gemachtigde: mr. M.M. van der Marel

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de producties van [eisende partij]
- de mondelinge behandeling van 25 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. T.J.A. Schillings heeft bij deze gelegenheid waargenomen voor mr. Van der Marel.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] is sinds 17 juli 2023 in dienst bij de Exploitatiemaatschappij Terborgh als huismeester (de kantonrechter begrijpt: conciërge van het kasteel, gelegen aan de [adres] te [plaats] ; het adres bestaat uit meerdere panden). Het overeengekomen bruto maandloon bedraagt € 3.500,00.
2.2.
Op 26 november 2025 heeft [eisende partij] zich ziek gemeld.
2.3.
Het loon is sinds februari 2026 niet uitbetaald. Het loon over de twee voorliggende maanden is (enigszins) te laat betaald.
2.4.
[eisende partij] heeft een eenmanszaak, genaamd [bedrijf] (hierna: de eenmanszaak). Vanuit deze eenmanszaak heeft hij diverse facturen gestuurd naar Kasteel Terborgh en aan Mega Management B.V.
2.5.
[gedaagde partij] is bestuurder van zowel Exploitatiemaatschappij Terborgh en Kasteel Terborgh als Mega Management B.V.
2.6.
[eisende partij] heeft aanvankelijk abusievelijk de verkeerde BV (Mega Management B.V., eveneens gevestigd aan de [adres] ) gesommeerd en gedagvaard in kort geding. Het daarop verkregen verstekvonnis is daarmee niet ten uitvoer gebracht.
2.7.
De gemachtigde van [eisende partij] heeft maandenlang gecommuniceerd met [gedaagde partij] om onder meer tot doorbetaling van loon én betaling van openstaande facturen voor de zzp-werkzaamheden te komen. [gedaagde partij] heeft laten weten dat een schadeclaim in voorbereiding is, omdat allerlei werkzaamheden niet goed zijn gedaan.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat - het volgende.
- De veroordeling van Exploitatiemaatschappij Terborgh tot enerzijds betaling van loon vanaf februari 2026 en de wettelijke verhoging, dit alles met rente, en anderzijds tot inschakeling van een bedrijfsarts en ziekmelding bij UWV op straffe van een dwangsom.
- De veroordeling van Kasteel Terborgh tot betaling van facturen en tot een maandelijks bedrag van € 1.500,00 vanaf oktober 2025.
- De veroordeling van [gedaagde partij] voor al bovengenoemde vorderingen.
- De veroordeling van gedaagden hoofdelijk in de kosten, met rente.
3.2.
Gedaagden voeren verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De kantonrechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. In de afweging van de belangen van partijen moet de kantonrechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen.
Ten aanzien van Exploitatiemaatschappij Terborgh
4.2.
Bij een loonvordering is het spoedeisend belang in beginsel gegeven, omdat een werknemer afhankelijk is van loonbetaling om in zijn levensonderhoud te voorzien. [eisende partij] ontvangt sedert februari 2026 geen loon meer, zodat de spoedeisendheid wordt aangenomen. Op dit punt is ook geen verweer gevoerd.
4.3.
Exploitatiemaatschappij Terborgh weerspreekt niet dat ten tijde van de mondelinge behandeling [eisende partij] nog altijd in loondienst is, dat het bruto maandloon € 3.500,00 bedraagt en dat [eisende partij] nog altijd ziek is gemeld terwijl sedert de ziekmelding geen beoordeling door een bedrijfsarts heeft plaatsgevonden en geen, of minder, loon is betaald.
Loondoorbetaling vanaf februari 2026; vordering onder 1. van het petitum
4.4.
[eisende partij] heeft sinds zijn ziekmelding recht op loondoorbetaling (art. 7:629 van Pro het Burgerlijk Wetboek). Dat Exploitatiemaatschappij Terborgh in twijfel trekt dat [eisende partij] daadwerkelijk ziek is - de ziekmelding zou zijn gedaan direct nadat [eisende partij] op een disfunctioneren was aangesproken - maakt dit niet anders. Nu Exploitatiemaatschappij Terborgh heeft nagelaten een bedrijfsarts in te schakelen, waartoe Exploitatiemaatschappij Terborgh verplicht was, wordt hier aangenomen dat [eisende partij] sedert de ziekmelding wegens ziekte arbeidsongeschikt is voor zijn werkzaamheden. De vordering tot doorbetaling van loon is dan ook toewijsbaar. Met betrekking tot het toe te wijzen bedrag aan loon, oordeelt de kantonrechter als volgt.
4.4.1.
In de arbeidsovereenkomst is de CAO van de Nederlands Horeca Gilde (NHG) van toepassing verklaard. Op de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter aan partijen voorgehouden dat [eisende partij] , door het algemeen verbindend verklaren van de CAO Horeca per augustus 2025, thans onder de werkingssfeer van die CAO valt. Partijen hebben dit niet weersproken. Artikel 7.2 van de CAO Horeca luidt, voor zover hier van belang:
1 Als je ziek bent ontvang je:
1.1.
De wettelijke loondoorbetaling gedurende ten hoogste 104 weken van 70%.
1.2.
En daarbovenop, onder voorwaarden een aanvulling (zie artikel 7.3 Regels bij ziekte):
• Tot 95% van het maandloon gedurende de eerste 52 weken.
• Tot 75% van het maandloon gedurende de daaropvolgende 52 weken.
4.4.2.
Op de mondelinge behandeling is door partijen vervolgens erkend dat [eisende partij] aanspraak maakt op 95% van het maandloon (althans de eerste 52 weken). Aan de stelling van Exploitatiemaatschappij Terborgh dat het loon desalniettemin moet worden gematigd tot nihil althans de beslagvrije voet, wordt voorbijgegaan. Hieraan is namelijk ten grondslag gelegd een beroep op verrekening wegens een mogelijke, toekomstige claim. [eisende partij] zou, zo begrijpt de kantonrechter, in de uitoefening van zijn werkzaamheden zodanig tekort zijn geschoten (in het gebrekkig controleren van de werkzaamheden die al dan niet in het kasteel door derde partijen werden verricht) dat Exploitatiemaatschappij Terborgh en Kasteel Terborgh daardoor aanzienlijke schade hebben geleden die zij op [eisende partij] willen verhalen, mede door verrekening.
4.5.
Nu een werknemer ten opzichte van zijn werkgever alleen aansprakelijk kan zijn voor schade die hij tijdens het uitvoeren van zijn arbeid veroorzaakt, als is voldaan aan de eisen die zijn genoemd in artikel 7:661 BW Pro en daarover door Exploitatiemaatschappij Terborgh niets is gesteld, wordt dit verweer verworpen. Er is ook anderszins geen deugdelijke grond aangevoerd waarom geen (95% van het) loon door Exploitatiemaatschappij Terborgh betaald zou hoeven te worden.
4.5.1.
In de dagvaarding is bij de feiten nog gesteld dat, hoewel contractueel 32 uur is overeengekomen, feitelijk 40 uur werd gewerkt en dat een deel van die uren ten onrechte niet is uitbetaald. Er worden evenwel geen consequenties verbonden aan die stelling c.q. in het petitum komt dit niet terug, zodat dit (en ook de betwisting ervan) hier geen beoordeling behoeft. Dit geldt eveneens voor de stellingen dat er geen jaarlijkse beoordeling zou hebben plaatsgevonden, dat geen pensioenpremies zouden zijn afgedragen en dat het loon over de maanden november 2025 en december 2025 niet volledig zou zijn voldaan. Ten aanzien van dit laatste merkt de kantonrechter niettemin op dat Exploitatiemaatschappij Terborgh heeft aangegeven dat (naast het wegvallen van de reiskostenvergoeding) is uitgegaan van 90% van het loon - hetgeen aldus niet conform de hier toepasselijke CAO Horeca is.
4.6.
De bewoordingen van de vordering onder 1 in het petitum van de dagvaarding blinken niet uit in duidelijkheid. De kantonrechter begrijpt dat [eisende partij]
primairvordert de betaling van het loon van € 3.500,00 per maand, maar dat is gelet op het vorenstaande niet toewijsbaar.
Subsidiairis gevorderd het percentage van het loon waarop [eisende partij] volgens de CAO NHG recht heeft tijdens arbeidsongeschiktheid. Ook deze vordering is op deze wijze aldus niet toewijsbaar. In plaats daarvan zal Exploitatiemaatschappij Terborgh worden veroordeeld tot betaling van het percentage van het loon waarop [eisende partij] op basis van de CAO Horeca recht heeft tijdens arbeidsongeschiktheid (zijnde die 95% gedurende de eerste 52 weken, en daarna 75%) tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde is.
4.7.
[eisende partij] vordert tevens het in mei 2026 uit te betalen vakantiegeld. Nu dit onderdeel van de vordering niet is weersproken, zal dit worden toegewezen.
Wettelijke verhoging; vordering onder 4.
4.8.
Exploitatiemaatschappij Terborgh is tevens de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro verschuldigd door het loon pas na de contractuele betaaldatum te voldoen. Dit laatste geldt wel pas indien, kortgezegd, het loon niet uiterlijk de derde werkdag na die waarop de betaling had moeten geschieden is voldaan. Ten aanzien van de maanden februari tot en met mei 2026 is dit zonder meer het geval (en toewijsbaar). Ook het vakantiegeld dat in mei had moeten zijn betaald, is niet betaald en ook daarover is de (maximale) wettelijke verhoging verschuldigd.
4.9.
[eisende partij] heeft de wettelijke verhoging óók gevorderd over het loon over december 2025 (betaald op zondag 4 januari 2026) en januari 2026 (betaald op woensdag 4 februari 2026). Anders dan in de dagvaarding is gesteld en, hoewel onbesproken gebleven, is in artikel 5 contractueel Pro overeengekomen dat uitbetaling van het loon geschiedt uiterlijk op de eerste werkdag van de nieuwe maand (en niet: uiterlijk op de laatste dag van de lopende maand). Nu het loon over deze eerste twee maanden niet later dan uiterlijk de derde werkdag uitbetaald is geworden, is over deze maanden de wettelijke verhoging dan ook niet verschuldigd (en niet toewijsbaar).
4.10.
De vordering om Exploitatiemaatschappij Terborgh te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro is daarmee toewijsbaar over het niet betaalde loon vanaf februari 2026.
4.10.1.
Exploitatiemaatschappij Terborgh verzoekt om matiging van de wettelijke verhoging. De kantonrechter ziet hiervoor geen aanleiding.
Wettelijke rente; nevenvordering onder 1. en 4.
4.11.
Op grond van de wet moet Exploitatiemaatschappij Terborgh ook wettelijke rente betalen over de bedragen die te laat betaald zijn. De wettelijke rente over het achterstallig loon en de genoemde wettelijke verhoging wordt daarom toegewezen zoals vermeld onder de beslissing. Daarbij wordt voor de wettelijke rente over de wettelijke verhoging uitgegaan van de datum waarop Exploitatiemaatschappij Terborgh in verzuim is gekomen. Voor de verschuldigdheid van wettelijke rente over de wettelijke verhoging is namelijk wel nodig dat de werkgever in verzuim is geraakt na in gebreke te zijn gesteld. Hierover is niets gesteld. Er is enkel een sommatiebrief van 27 januari 2026 genoemd, maar die was gericht aan de verkeerde partij (Mega Management BV). Na het verstekvonnis, toen duidelijk was dat de verkeerde partij was benaderd, is geen nieuwe sommatie uitgegaan. Daarmee wordt als verzuimdatum de datum van dagvaarden gehanteerd (27 mei 2026).
Bedrijfsarts en ziekmelding; vorderingen onder 5, 6 en 7.
4.12.
De vordering om Exploitatiemaatschappij Terborgh te veroordelen tot inschakeling van een bedrijfsarts, is toewijsbaar. Exploitatiemaatschappij Terborgh is immers op grond van de Wet verbetering Poortwachter daartoe verplicht. De stelling op de mondelinge behandeling dat sprake was van onwetendheid is niet plausibel en laat dit onverlet. De dwangsom is onbetwist en eveneens toewijsbaar.
4.13.
De vordering om Exploitatiemaatschappij Terborgh te veroordelen tot het ziekmelden van [eisende partij] , zowel intern als bij het UWV, dit eveneens op straffe van een dwangsom, is niet weersproken. Hier is, kennelijk per abuis, geen termijn gesteld. De kantonrechter zal hier dezelfde termijn lezen als ten aanzien van de inschakeling van de bedrijfsarts (aldus binnen zeven dagen na betekening vonnis) en dit zo toewijzen. De kantonrechter begrijpt dat de gevorderde dwangsom ziet op de situatie dat zowel intern als - tegelijkertijd - extern een melding uitblijft. De kantonrechter ziet aanleiding om de dwangsom alleen, en reeds, toe te wijzen voor zover het betrekking heeft op het uitblijven van de melding bij het UWV.
4.14.
De vordering onder 7. (dwangsom) overlapt de vordering onder 6. in zijn geheel. Zo deze niet abusievelijk is ingesteld, is deze daarom niet toewijsbaar wegens gebrek aan belang.
4.15.
Exploitatiemaatschappij Terborgh is grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
160,48
- griffierecht
753,00
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.922,46
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.17.
De vordering om gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten is niet toewijsbaar (zie hierna).
Ten aanzien van Kasteel Terborgh
Facturen en loon, vordering onder 2. en 3.
4.18.
[eisende partij] vordert de (volledige) betaling van “alle verzonden” facturen en betaling van een maandelijks bedrag van € 1.500,00 vanaf oktober 2025. Dit laatste omdat het, aldus [eisende partij] , bij de zzp
-werkzaamheden zou gaan om een verkapt dienstverband (en [eisende partij] hangende diens arbeidsongeschiktheid recht heeft op doorbetaling van ook dit loon, althans 70%). Volgens [eisende partij] is ook dit loon telkens opeisbaar geworden. Ten aanzien van het spoedeisend belang heeft [eisende partij] gesteld dat hij voor zijn levensonderhoud (naast zijn loon als werknemer) óók afhankelijk is van de bedragen die hij als zzp-er tegoed heeft. Dit omdat hij kostwinner is en twee inwonende dochters heeft.
4.18.1.
Deze vorderingen worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat het spoedeisend belang hiermee onvoldoende is gesteld of gebleken. Afgezien daarvan is de kantonrechter van oordeel dat de vorderingen ten aanzien van Kasteel Terborgh zich ook niet lenen voor kort geding omdat de geschilpunten een grondig bodemonderzoek vergen. De blote stelling dat sprake is van een verkapt dienstverband is betwist (het werk zou zien op verschillende panden, niet zijnde het kasteel, en er zou sprake zijn van meerdere vennootschappen als opdrachtgever) en op basis van de stukken in ieder geval op voorhand niet aannemelijk gemaakt. De niet of niet volledige betaling van - overigens niet concreet geduide - facturen is betwist (zzp-werkzaamheden zouden niet zijn verricht omdat het bedrijf of de bedrijven in de andere panden failliet zijn gegaan of omdat het werk zou zijn te scharen onder het reguliere loon). Daarbij heeft Kasteel Terborgh een tegenvordering aangekondigd uit hoofde van een schadeclaim die de vordering ver te boven zou gaan. Hoewel die claim nochtans niet concreet is gemaakt, ziet de kantonrechter geen aanleiding om inhoudelijk hierop vooruit te lopen.
4.19.
De vordering om Kasteel Terborgh te veroordelen tot betaling van facturen, met rente, en de vordering om Kasteel Terborgh te veroordelen tot (door)betaling van loon, zijn niet toewijsbaar en zullen in zijn geheel worden afgewezen.
Ook de vordering onder 8., voor zover die erop ziet om Kasteel Terborg hoofdelijk te veroordelen in de kosten is niet toewijsbaar.
4.20.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De drie gedaagden hebben zich laten bijstaan door één gemachtigde. Omdat deze gemachtigde wel verweer heeft gevoerd namens alle drie gedaagden, zal de kantonrechter het gemachtigdensalaris dat gebruikelijk in kort gedingen wordt gehanteerd uitsplitsen en [eisende partij] veroordelen tot betaling van een derde daarvan aan Kasteel Terborgh. De proceskosten van Kasteel Terborgh worden daarmee begroot op 1/3 x € 865,00 = € 288,33.
Ten aanzien van [gedaagde partij]
Nakoming van alle vorderingen; vordering onder 9
4.21.
[eisende partij] vordert de veroordeling van [gedaagde partij] in persoon voor de nakoming van alle ingestelde vorderingen, omdat hij achter alle BV’s zit en “een kerstboom aan BV’s hanteert om zo vooral niet te kunnen worden aangesproken op het niet nakomen van diens verplichtingen, hetgeen in strijd is met in ieder geval goed werkgeverschap”. Nog afgezien van het feit dat de vraag naar de spoedeisendheid niet is beantwoord, heeft [eisende partij] niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van bestuursaansprakelijkheid. [gedaagde partij] heeft dit als verweer opgeworpen en [eisende partij] heeft nagelaten hierop in te gaan. De vorderingen om [gedaagde partij] in persoon te veroordelen tot enige (toe te wijzen) veroordeling (waaronder ook de proceskosten zoals hoofdelijk gevorderd onder 8.) zijn daarmee niet toewijsbaar en zullen worden afgewezen.
4.22.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde partij] worden – conform het bepaalde onder 4.20 – eveneens begroot op 1/3 x € 865,00 = € 288,33.

5.De beslissing

De kantonrechter
Ten aanzien van Exploitatiemaatschappij Terborgh
5.1.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh om aan [eisende partij] te betalen het percentage van het loon waarop [eisende partij] op basis van de CAO Horeca recht heeft tijdens arbeidsongeschiktheid (zijnde 95% gedurende de eerste 52 weken, en daarna 75%), uitgaande van een bruto maandloon van € 3.500,00 exclusief vakantiegeld, vanaf februari 2026 tot aan de dag waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig wordt beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectieve vervaldata tot aan de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh tot betaling aan [eisende partij] van het in de maand mei 2026 uit te betalen vakantiegeld,
5.3.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh tot betaling van de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon vanaf februari 2026, (berekend op een percentage van maximaal 50% over – thans – in ieder geval de maanden februari tot en met mei 2026), alsmede het in mei uit te keren vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 27 mei 2026 tot aan de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh tot inschakeling van een bedrijfsarts binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis,
5.5.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor elke dag of dagdeel dat zij niet aan de veroordeling onder 5.4. voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.6.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh tot het ziekmelden van [eisende partij] , zowel intern als het UWV, binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis,
5.7.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor elke dag of dagdeel dat zij niet aan de veroordeling onder 5.6., voor zover deze ziet op de ziekmelding bij het UWV, voldoet tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
5.8.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh in de proceskosten van € 1.922,48, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Exploitatiemaatschappij Terborgh niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.9.
veroordeelt Exploitatiemaatschappij Terborgh tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.10.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.11.
wijst het meer of anders gevorderde af,
Ten aanzien van Kasteel Terborgh
5.12.
wijst het gevorderde af,
5.13.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 288,33, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
Ten aanzien van [gedaagde partij]
5.14.
wijst het gevorderde af,
5.15.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 288,33, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.