Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel onder bedreiging met dat voorwerp hem heeft gedwongen een pannenkoek (met ontlasting) te eten
(subsidiair);
(primair)dan wel haar auto heeft vernield
(subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal van de aangifte van [slachtoffer 1] van 6 juli 2025staat het volgende gerelateerd [2] :
[de rechtbank begrijpt: de linkerkant van mijn hoofd]. Dit is de plek waar hij mij eerder al heeft geslagen met gebalde vuisten en ik nog steeds pijn van ondervind. Ook zag en voelde ik dat hij mij met kracht met zijn rechtervoet met hieraan een slipper ook weer tegen de linkerkant van mijn hoofd trapte. Ik voelde van deze klappen meteen nog meer pijn aan mijn hoofd. Ik zag dat [Verdachte] zijn slippers uit deed en deze verruilde voor zijn werkschoenen met stalen neus. Ik zag dat hij met zijn rechtervoet met kracht tegen mijn linkerbeen schopte. Ook dit deed pijn en hiervan heb ik een blauwe plek op mijn been.
Ik begon gelijk te schreeuwen van de pijn. Ik zat op dat moment op de bank samen met mijn dochtertje.
proces-verbaal van bevindingen van 8 juli 2025 (met als bijlage het fotoblad betreffende het letsel van [slachtoffer 1] )staat het volgende gerelateerd [3] :
proces-verbaal van het verhoor van [getuige 1] van 7 juli 2025staat het volgende gerelateerd [4] :
proces-verbaal van het verhoor van [getuige 2] van 7 juli 2025staat het volgende gerelateerd [5] :
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 15 juli 2025
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- het proces-verbaal van bevindingen van 3 april 2026
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 16 november 2024 (in samenhang bezien met het bijbehorende fotoblad)
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
Het dwingen van het eten van een pannenkoek met ontlasting is buitengewoon vies, vernederend en respectloos en dit handelen miskent de menselijke waardigheid op ernstige wijze. Dit heeft diepe angst en walging veroorzaakt bij het slachtoffer. Dat blijkt ook uit de enorme angst die [slachtoffer 3] nog steeds heeft voor de verdachte als de politie hem komt bevragen over wat er precies gebeurd zou zijn.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De vorderingen tenuitvoerlegging
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
onder 1, 3 primair en 4 bewezenverklaardeter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd;
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1] , van een bedrag van
€ 1.518,57, bestaande uit € 18,57 materiële schade en € 1.500,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 1.518,57, bestaande uit € 18,57 materiële schade en € 1.500,- immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juli 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 15 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van
€ 500,-, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het overige van de vordering;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] van een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
wijst afde vordering met parketnummer 20.002155.21 van de officier van justitie van 14 december 2022;
wijst afde vordering met parketnummer 03.050076.23 van de officier van justitie van 10 juli 2023;
wijst afde vordering met parketnummer 03.344019.21 van de officier van justitie 24 juli 2023;
verklaart verbeurdde volgende in beslag genomen voorwerpen:
gelast de teruggavevan het volgende in beslag genomen voorwerp
aan de verdachte:
- 1 STK GSM, goednummer 1819940;
- 1 STK GSM, goednummer 1819942.
een ander, te weten [slachtoffer 3] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door die [slachtoffer 3] een vouwzaag en/of mes en/of scherp voorwerp te tonen en/of die [slachtoffer 3] onder bedreiging met een vouwzaag en/of mes en/of scherp voorwerp, terwijl hij, verdachte, een bivakmuts droeg te dwingen een pannenkoek, in elk geval enig voedsel (met ontlasting) te eten;