Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
3.Het verweer
- er geen deugdelijk minnelijk traject is doorlopen nu alleen aan verweerster een aanbod van € 25.000,- is gedaan zonder dat er een berekening van de afloscapaciteit is gemaakt en er geen pro-rato aanbod aan alle schuldeisers is gedaan;
- het onaannemelijk is dat verzoekers toegelaten zullen gaan worden tot de Wsnp, aangezien de goede trouw ontbreekt. Vóór de verkoop van zijn onderneming heeft verzoeker zeer veelvuldig en omvangrijke bestellingen geplaatst zonder daarvoor te betalen. Het ging om ca. 1200 banden. De geschatte omzet van de verkoop van deze banden van ca. € 300.000,- is niet gebruikt om de vordering (deels) af te lossen. Ook de opbrengst van de verkoop van het bedrijf is niet gebruikt voor betaling van de vordering;
- het niet aannemelijk is dat verzoekers de Wsnp-verplichtingen gaan nakomen. De continuïteit van het inkomen van verzoeker is niet onderbouwd, stukken worden niet op tijd aangeleverd en verzoeker kampt met een alcoholprobleem. De verklaring van verzoekster dat de alcoholverslaving onder controle zou zijn nu verzoeker weer werkt, is geen verklaring van een hulpverlener zoals vereist in de Wsnp;
- er geen serieuze intentie is om tot een minnelijke regeling te komen.