ECLI:NL:RBLIM:2026:6626

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
7 juli 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
03.049866.24
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 OpiumwetArt. 10a OpiumwetArt. 47 SrArt. 63 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling tot gevangenisstraf voor voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs

De rechtbank Limburg heeft op 7 juli 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs, bezit van amfetaminepasta en MDMA, en productie, handel en vervoer van MDMA.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was van het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid aceton, een grondstof voor synthetische drugs, die op 29 november 2022 in België werd gekocht en naar zijn woning in Landgraaf werd vervoerd. De verdachte had beschikkingsmacht en wetenschap van de aceton en wist of had ernstige reden om te vermoeden dat deze bestemd was voor drugproductie. Voor de overige feiten sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van zes maanden op, lager dan de eis van twaalf maanden, mede vanwege een eerdere veroordeling van acht jaar voor soortgelijke feiten. De straf weerspiegelt de ernst van het voorbereiden van drugproductie met een grote hoeveelheid aceton en het misbruik van vertrouwen tijdens voorlopige hechtenis. De redelijke termijn werd overschreden, maar dit leidde niet tot strafvermindering.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs met aceton.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03.049866.24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 7 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboortegegevens] 1976,
wonende te [adres 1] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. B.G. Janssen, advocaat te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen [medeverdachte 1] (03.278996.22) en [medeverdachte 2] (03.049916.24).

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
de import/export/productie van of handel in synthetische drugs heeft voorbereid of bevorderd;
amfetamine(pasta) en MDMA aanwezig heeft gehad;
MDMA heeft geproduceerd, verhandeld of vervoerd.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft tot bewezen verklaring gerekwireerd van feit 1 voor zover het betreft het bezit van aceton als zijnde voorbereidingshandeling voor de productie van synthetische drugs. De officier van justitie heeft voor het overige, te weten de andere onderdelen van feit 1 en de volledige feiten 2 en 3, tot vrijspraak gerekwireerd.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. De rechtbank zal in haar overwegingen nader ingaan op de concretere standpunten van de verdediging.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het medeplegen van het voorhanden hebben van aceton, zoals onder feit 1 ten laste gelegd, wettig en overtuigend bewezen. Van de feiten 2 en 3 spreekt de rechtbank de verdachte vrij.
3.3.1
Feit 1: voorbereidingshandelingen harddrugs
Bewijsmiddelen
Ter bevordering van de leesbaarheid van dit vonnis, heeft de rechtbank de bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in bijlage II.
Overwegingen van de rechtbank
Op grond van die bewijsmiddelen overweegt en concludeert de rechtbank als volgt.
Op 29 november 2022 zijn bij de bouwmarkt de Amerikaanse Stock in Maasmechelen (België) 90 jerrycans met in totaal 450 liter aceton gekocht. Ook is een onbekende hoeveelheid lege jerrycans meegenomen. Op de beelden is onder meer de zoon van de verdachte herkend als een van de personen die de aceton kopen en meenemen. De personen die de aceton kochten, waren daar met drie auto’s, waaronder een auto die op naam stond van de verdachte en een auto die op naam stond van zijn zoon. Die auto’s waren op dat moment voorzien van een peilbaken. Uit de gegevens van die peilbakens, blijkt dat de kopers met de aceton rechtstreeks van Maasmechelen naar de woning van de verdachte en zijn zoon zijn gereden.
Op 22 december 2022 werd bij en in de garage van de woning van de verdachte aan de [adres 2] in Landgraaf een grote hoeveelheid jerrycans met een capaciteit van 5 liter aangetroffen. Dat waren in elk geval 46 jerrycans met een etiket met opschrift “aceton”. Ook werden nog meerdere soortgelijke jerrycans zonder etiket aangetroffen. De rechtbank gaat ervan uit dat de op 29 november 2022 aangekochte aceton diezelfde dag is afgeleverd bij de woning van de verdachte. Een kleine maand later werden de restanten daarvan nog aangetroffen, te weten de (lege) jerrycans, losse doppen en afgehaalde etiketten.
Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen van het ten laste gelegde feit moet er bij de verdachte sprake zijn van beschikkingsmacht over en wetenschap van de aceton en wetenschap dan wel ernstige reden om te vermoeden dat die aceton bestemd was voor de productie van harddrugs.
Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte beschikkingsmacht over en wetenschap had van de jerrycans met aceton. De verdachte had als eigenaar van de woning waar de aceton is afgeleverd, en als eigenaar van de auto waarmee die aceton naar de woning is vervoerd, namelijk de beschikkingsmacht over de aceton. Verder geldt volgens vaste jurisprudentie als uitgangspunt dat een persoon wordt geacht wetenschap te hebben van de in zijn woning (inclusief de garage) aanwezige goederen, tenzij er omstandigheden aannemelijk zijn geworden waaruit voortvloeit dat dit in dit specifieke geval anders is. Van zulke omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De verdachte heeft elke betrokkenheid bij en wetenschap van de aanwezigheid van de aceton ontkend, mede onder verwijzing naar het medisch traject dat hij destijds doorliep en zijn gedeeltelijke verblijf elders. Dat brengt de rechtbank echter niet op andere gedachten. De verdachte was wel degelijk (ook) aanwezig in zijn eigen woning, zo ook op de dag van de doorzoeking. En de summiere alternatieve, eerst ter zitting afgelegde verklaring van de verdachte over het gebruik van zijn auto en garage, niet meer inhoudende dan “iedereen kon die gebruiken en ik weet niet wie dat deed”, kan niet opgevat worden als een aannemelijke, de redengevendheid van het bewijsmateriaal ontzenuwende, verklaring.
Naar het oordeel van de rechtbank kan ook wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat die lading, de aceton, bestemd was voor het vervaardigen of bewerken van verboden harddrugs.
De aangekochte 450 liter aceton is namelijk een uitermate grote hoeveelheid. En dan geldt dat hoewel aceton legale toepassingen kent, bij dergelijke hoeveelheden uitgegaan mag worden van een illegaal doel. Bekend is namelijk dat voor de bewerking en vervaardiging van (meth)amfetamine en/of MDMA grote hoeveelheden aceton worden gebruikt. Zo kan met behulp van 450 liter aceton bijvoorbeeld 90 tot 150 kilo MDMA worden gekristalliseerd. Verder is gebleken dat van meerdere jerrycans de etiketten zijn verwijderd. De rechtbank ziet daarin geen andere reden dan het afschermen van de daadwerkelijke inhoud met een illegale bestemming.
Dat maakt dan ook dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte, als medepleger, aceton voorhanden heeft gehad ter bevordering van de productie van harddrugs.
De rechtbank heeft geen bewijs aangetroffen dat het de verdachte zelf is geweest die de aangekochte aceton gebruikt heeft bij de productie van synthetische drugs. Dit is ook in lijn met het medisch toestandsbeeld van de verdachte destijds.
Zo bezien, zal de verdachte de aceton dus voor een of meer andere, wel bij de daadwerkelijke productie betrokkenen opgeslagen hebben. Wetende waarvoor hij de aceton opsloeg, oftewel: voorhanden had, kan de verdachte daarmee als medepleger van voorbereidingshandelingen worden gezien met degenen voor wie hij de aceton in voorraad hield.
Dat die aceton zelf op het moment van de doorzoeking niet meer aanwezig was, doet daar niet aan af nu de rechtbank heeft geconcludeerd dat die wel ter plekke aanwezig is geweest na de aanschaf in België op 29 november 2022.
Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat in België niet daadwerkelijk aceton is aangekocht, maar slechts lege jerrycans, vindt dat zijn weerlegging in de kassabon van 1.800 euro en de mededeling dat die ging over de aankoop van 90 jerrycans aceton van elk 5 liter.
De raadsman had nog voorwaardelijke verzoeken gedaan over informatie uit het onderzoek Asbroek en het horen van de anonieme melder(s) / informant(en). Nu de rechtbank die betreffende stukken niet gebruikt voor het bewijs, behoeven die voorwaardelijke verzoeken geen bespreking.
Tot slot merkt de rechtbank op dat zij dus niet bewezen acht dat de verdachte ook betrokken was bij een dumping van drugsafval op 27 oktober 2022 of bij de in de woning van [naam 1] aangetroffen drugs en daaraan gerelateerde goederen.
3.3.2
Feiten 2 en 3: vrijspraak
Net als de officier van justitie en de verdediging oordeelt de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte amfetaminepasta en MDMA aanwezig heeft gehad (feit 2) en dat hij MDMA heeft geproduceerd, verhandeld of vervoerd (feit 3). De rechtbank spreekt de verdachte vrij van die feiten.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht ten laste van de verdachte bewezen dat:
Feit 1:
hij in de periode van 28 september 2022 tot en met 23 december 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of chrystal meth en/of XTC, in elk geval (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
voorwerpen en/of stoffen, een grote hoeveelheid jerrycans aceton, die gebruikt worden bij de productie van (synthetische) drugs voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1:
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De straf

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over de op te leggen straf.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De verdachte heeft de productie van synthetische harddrugs zoals MDMA of amfetamine bevorderd met het bezit van een forse hoeveelheid aceton die gebruikt wordt bij de productie van die drugs. Met deze hoeveelheid aceton was het mogelijk om een aanzienlijke hoeveelheid synthetische drugs te produceren.
Met het plegen van de voorbereidingshandelingen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van een in een vele opzichten kwalijke industrie. Niet alleen vormen de geproduceerde drugs schadelijke stoffen voor de volksgezondheid, maar de productie zelf gaat ook gepaard met allerlei gevaren en bezwaren. Het is niet zelden dat een productielocatie in vlammen opgaat of ontploft en ook het dumpen van bij de productie vrijgekomen afval, met alle schadelijke gevolgen voor het milieu en risico’s voor de volksgezondheid van dien, lijkt tegenwoordig schering en inslag te zijn. Daar lijkt de verdachte zich echter niets van aangetrokken te hebben. En dat oordeelt de rechtbank een kwalijke houding te zijn. Een houding die nog kwalijker wordt wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, maar zich aan die veroordeling kennelijk niets gelegen heeft laten liggen.
Voor het feit dat verdachte heeft gepleegd, bestaan geen landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Uitgaande van de hoeveelheid MDMA die gekristalliseerd had kunnen worden, geldt als oriëntatiepunt een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Weliswaar is ‘slechts’ sprake van voorbereidingshandelingen, maar gelet op de grote hoeveelheid harddrugs die met de aceton geproduceerd had kunnen worden, is een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf daarvoor op zijn plaats. De rechtbank heeft voor de hoogte van de op te leggen straf gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd.
Maar dat niet alleen. De verdachte is namelijk op 7 februari 2024 voor onder andere voorbereidingshandelingen voor productie van amfetamine en MDMA, handel in en productie van amfetamine en MDMA en deelname aan een criminele organisatie die dit tot oogmerk had, veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en een geldboete van € 80.000. Nu onderhavige feiten dateren van vóór die veroordeling, is artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing en zal de rechtbank moeten beoordelen in hoeverre de onderhavige feiten nog van invloed waren op de op te leggen straf als alle feiten gezamenlijk waren behandeld.
Vooral gelet op de tussentijds opgelegde forse gevangenisstraf van acht jaren, is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie in dit geval te hoog is. De rechtbank is wel van oordeel dat geen andere dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. De verdachte heeft dit feit gepleegd tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis van voornoemde zaak. Hij heeft misbruik gemaakt van het bij de schorsing in hem gestelde vertrouwen en is doorgegaan met illegale praktijken. Dat neemt de rechtbank hem zeer kwalijk.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden gerechtvaardigd.
Het betreft hier feiten uit 2022, maar naar het oordeel van de rechtbank nam de redelijke termijn ex artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens pas een aanvang in april 2024. De verdachte is niet aangehouden voor deze zaak, naar eigen zeggen werd hem ook verteld dat de politie bij de doorzoeking niet voor hem kwam en nadien werd hij slechts ontboden op het politiebureau voor verhoor. In 2024 werd aan de verdediging verzocht om opgave van eventuele onderzoekwensen, waaruit afgeleid kon worden dat de officier van justitie toch van plan was om de verdachte ook daadwerkelijk te vervolgen. Dat maakt dat de redelijke termijn van 24 maanden met ruim twee maanden is overschreden. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding zouden kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. Het forse tijdsverloop heeft er evenwel voor gezorgd dat de rechtbank al rekening heeft gehouden met de tussentijdse veroordeling. Daarom volstaat de rechtbank nu met de enkele constatering van de schending van de redelijke termijn, zonder verdere matiging van de straf.
Dat betekent dat de rechtbank de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van zes maanden.
De verdachte verblijft tijdens de gevangenisstraf in een penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor een programma dat de verdachte helpt terug te keren in de maatschappij (penitentiair programma).

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten;
Bewezenverklaring
  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
  • verklaart dat het bewezen verklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
  • verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
- veroordeelt de verdachte voor feit 1 tot een
gevangenisstraf van 6 maanden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. el Jerrari, voorzitter, mr. M.B. Bax en mr. S.L.M. van Venrooij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. O.A.G. Corten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 juli 2026.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1:
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2022 tot en met 23 december 2023 in België en/of een of meer plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, en/of
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of chrystal meth en/of XTC, in elk geval (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
een ander heeft/hebben getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door (meermalen) grote hoeveelheden jerrycans met grondstoffen en/of (pre)precusoren en/of andere middelen die bestemd zijn voor en/of onmisbaar zijn bij de productie van (synthetische) drugs te kopen en/of te vervoeren en/of te bewaren en/of op te (laten) slaan, en/of zijn auto en/of zijn woning daarvoor ter beschikking te stellen en/of
(meermalen) voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen, onder meer een grote hoeveelheid jerrycans aceton en/of een weegschaal en/of (andere) spullen die gebruikt worden bij de productie van (synthetische) drugs voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit;
Feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2022 tot en met 23 december 2022 in de gemeente Landgraaf, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- (ongeveer) 85,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine(pasta) en/of
- (ongeveer) 28,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,
zijnde amfetamine en/of MDMA telkens (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Feit 3:
hij in of omstreeks de periode van 28 september 2022 tot en met 23 december 2022 in de provincie Limburg, in elk geval in Nederland, en/of in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) op lijst I, zijnde amfetamine en/of MDMA telkens (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
BIJLAGE II: De bewijsmiddelen [1]
1. Een
proces-verbaal van de Belgische politievoor zover inhoudende: [2]
Op 20 december 2022 ontvingen wij van de Nederlandse collega’s de vraag om de beelden van de Amerikaanse Stock in Maasmechelen veilig te stellen. In hun onderzoek betreffende de aanmaak van synthetische drugs is geweten dat verschillende van hun verdachten grote hoeveelheden aceton zijn gaan aankopen in deze doe-het-zelf zaak.
Op 22 december 2022 werden de beelden van de bewakingscamera's van de Amerikaanse Stock door onze diensten veilig gesteld en vernamen wij volgende informatie:
 de grote aankoop van aceton heeft plaatsgevonden op 29 november 2022. Er werd toen 1 pallet aceton aangekocht en meegenomen;
 de aankoop werd cash betaald (1.800 euro);
 men is de aceton komen ophalen met drie voertuigen (vijf personen in totaal) met de kentekens: KS244F, 13TFGS en L604ZX;
 de bidons aceton werden van het pallet afgeladen en verdeeld over de drie voertuigen;
 naast de aceton heeft men ook een deel lege witte bidons aangekocht (vermoedelijk 20 liter bidons);
 er zijn beelden van aan de kassa, als ze van de parking afrijden en beelden van het inladen van de lege bidons;
 in de hal waar de aceton werd ingeladen staan geen camera’s.
Bijlage 01: kopie kasticket Amerikaanse stock in Maasmechelen.
Datum : 29 november 2022
Omschrijving : Diverse
Aantal : 90
Betaald : 1.800 €
Betalingswijze : contant.
2. Een proces-verbaal van
bevindingenvoor zover inhoudende: [3]
Naar aanleiding van de bij het proces-verbaal van de Federale gerechtelijke politie Limburg (België) gevoegde kwitantie werd op 19 januari 2023 door mij telefonisch contact opgenomen met het op de bon genoemde bedrijf. Dit bedrijf betreft Amerikaanse stock. Na uitleg van de reden van mijn telefonisch contact en verstrekking van de informatie op de bon werd mij medegedeeld dat het in deze de aankoop van 90 x 5 liter vaatjes aceton betrof.
3. Een proces-verbaal van bevindingen “
beelden bouwmarkt” voor zover inhoudende: [4]
Ik keek naar de beelden die ontvangen werden via de Belgische autoriteiten. De beelden betreffen beelden van de bouwmarkt genaamd "Amerikaanse Stock" te Maasmechelen België. Tevens ontvingen wij diverse digitale foto's van de ANPR camera's. Op deze foto's zijn drie personenauto's te zien. De beelden van de bouwmarkt waren van verschillende camera opstellingen. Eén camera gaf een overzicht van het kassagebied. Op die beelden was te zien dat op 29 november omstreeks 13.12 uur, twee personen richting de kassa liepen. De persoon rechts op de beelden herkende ik als [naam 2] .
Omstreeks 13.20 uur zag ik op de beelden van de bouwmarkt een overzicht van een loods. Ik zag dat drie personenauto's achter elkaar de loods naar binnen reden. Het betroffen één witte Volkswagen, één rode Fiat en één grijze Volkswagen. Vervolgens zag ik dat in de grijze Volkswagen een groot aantal witte jerrycans geladen werden.
Omstreeks 13.21 uur zag ik dat een persoon gekleed in een zwarte jas, donkere broek en witte schoenen in beeld verscheen. Ik herkende deze persoon als [naam 1] .
Omstreeks 13.36 uur zag ik dat de drie personenauto's het terrein van de bouwmarkt verlieten. Op deze beelden kon ik de kentekens van de auto's herkennen. Het betrof de kentekens:
- [kenteken 1] , grijze Volkswagen Polo op naam van [naam 2] , geboren [geboortedatum 1] 1998;
- [kenteken 2] , rode Fiat Punto op naam van [naam 3] , geboren [geboortedatum 2] 1949, dit betreft de grootvader van [naam 1] ;
- [kenteken 3] , witte Volkswagen Polo, op naam van [verdachte] , geboren [geboortegegevens] 1976.
4. Een proces-verbaal van bevindingen “
analyse baken [naam 2]” voor zover inhoudende: [5]
Uit onderzoek is gebleken dat [naam 2] gebruikt maakt van een personenauto van het merk Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Onder dit voertuig werd een zogeheten peilbaken geplaatst.
Op 22 december 2022 werden via de Belgische politie camerabeelden ontvangen van een bouwmarkt in Maasmechelen van 29 november 2022. Op de camerabeelden werden [naam 2] en [naam 1] herkend.
Door het Openbaar Ministerie werd onder andere de onderzoeksvraag gesteld waar het baken heen gaat nadat de goederen in België werden gekocht. Te zien is dat het baken van het voertuig waar [naam 2] gebruikt van maakt direct vanuit Maasmechelen naar het thuisadres van zijn vader [verdachte] gaat alwaar het baken enige tijd is van 14:04:24 uur tot en met 15:19:29 uur.
5. Een proces-verbaal van bevindingen “
analyse baken [verdachte]” voor zover inhoudende: [6]
Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] gebruikt maakt van een personenauto van het merk Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken 3] . Onder dit voertuig werd een zogeheten peilbaken geplaatst.
Op 22 december 2022 werden via de Belgische politie camerabeelden ontvangen van een bouwmarkt in Maasmechelen van 29 november 2022. Op de camerabeelden werden [naam 2] en [naam 1] herkend.
Door het Openbaar Ministerie werd onder andere de onderzoeksvraag gesteld waar het baken heen gaat nadat de goederen in België werden gekocht. Te zien is dat het baken van het voertuig waar [verdachte] gebruikt van maakt vanuit Maasmechelen eerst naar de Burgemeester Beckersstaat te Landgraaf gaat. Daarna gaat het voertuig naar het thuisadres (
de rechtbank begrijpt: [adres 2] in Landgraaf) alwaar het baken enige tijd is van 14:03:45 uur tot en met 14:22:14 uur.
6. Een proces-verbaal van
doorzoekingter inbeslagneming voor zover inhoudende: [7]
Op 20 december 2022 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [adres 2] in Landgraaf. Voorafgaand aan de doorzoeking heeft de rechter-commissaris aan de bewoner gevraagd of er geld of waardevolle goederen, zoals sieraden, drugs, vuurwapens, aanwezig waren. Hierop reageerde [verdachte] met dat het geld in de woonkamer van hem was en het geld op zijn slaapkamer ook van hem was.
Tijdens de doorzoeking werd (
onder meer, rb.) het volgende in beslag genomen in de garage/schuur:
Omschrijving goed
40 jerrycans, merk Pro, met sticker Aceton
15 jerrycans, zonder sticker, zonder inhoud
1 jerrycan met inhoud
6 jerrycans, merk Pro, met sticker aceton, zonder inhoud
1 witte jerrycan met zwarte dop, zonder inhoud
7. Het proces-verbaal
forensisch onderzoekwoning ( [adres 2] Landgraaf) voor zover inhoudende: [8]
Op dinsdag 20 december 2022 om 09:00 uur kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] in Landgraaf. Ik ben niet in de woning geweest maar alleen in de garage welke in de tuin gelegen is.
Op een tafel bij de achteringang van de garage stond een doos met hierin meerdere lege 5 liter cans. Deze cans hadden als opdruk “Aceton” en waren allen voorzien van een witte draaidop. Ik zag dat er links op de tafel een glazen vaas stond waarin meerdere losse witte draaidoppen lagen.
In de garage bevond zich een keuken met aanrecht. Op het aanrecht zelf bevond zich een kartonnen doos met hierin een zwarte vuilniszak. Ik zag dat deze zak volledig gevuld was met etiketten met opdruk Aceton. Deze etiketten hadden grote gelijkenis met de etiketten van de aangetroffen cans in de garage. Links naast het aanrecht bevonden zich nog meer kartonnen dozen met lege 5 liter cans met de opdruk “Aceton.”
8. Een (aanvullend) proces-verbaal van het
team LFOvoor zover inhoudende: [9]
Op donderdag 19 januari 2023 kreeg ik de vraag hoeveel MDMA-olie en metamfetamine-olie er gekristalliseerd kan worden met 450 liter aceton. Voor het kristalliseren van 1 kilo MDMA base (olie) wordt ongeveer 3 tot 5 liter aceton gebruikt. Met 450 liter aceton zou je dus, minimaal 450/5 = 90 kilo maar vermoedelijk circa 450/3 = 150 kilo MDMA HCl (kristallen) kunnen maken. Voor wat betreft het kristalliseren van metamfetamine-base kan uitgegaan worden van eenzelfde verhouding als bij de kristallisatie van MDMA base. Naast deze twee toepassingen kent aceton meer toepassingen in relatie tot de productie en/of bewerking van (synthetische) drugs zoals de kristallisatie van cathionen en cocaïne.
9. Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming voor zover inhoudende: [10]
Uit de bakengegevens bleek dat vanaf 1 november 2022 dit peilbaken, en dus deze auto met kenteken [kenteken 1] van de verdachte [naam 2] , nagenoeg elke nacht op, nabij de woning [adres 2] te Rimburg/ Landgraaf, zijnde de woning van zijn vader [verdachte] , uitstraalde.
Dit duidt erop dat de verdachte [naam 2] nagenoeg elke nacht aanwezig was, verbleef, sliep bij zijn vader [verdachte] .

Voetnoten

1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de politie eenheid Limburg, districtsrecherche Parkstad-Limburg, proces-verbaalnummer LB2R022094-18, onderzoek Saturn, gesloten op 13 april 2023, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 439.
2.Een geschrift getiteld “navolgend proces-verbaal” opgesteld door rechercheurs van de Federale gerechtelijke politie Limburg (België) op 25 januari 2023, pg. 46-47.
3.Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1] van 30 januari 2023, pg. 51.
4.Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 2] van 24 december 2022, pg. 52-59.
5.Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 3] van 28 december 2022, pg. 69-74.
6.Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 3] (ongedateerd), pg. 75-82.
7.Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisanten [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 5] van 20 december 2022, pg. 98-99.
8.Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] Landgraaf) van verbalisant [naam verbalisant 6] van 20 december 2022, pg. 130-132.
9.Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 7] , team Landelijke Faciliteit Ontmantelen, van 23 januari 2023.
10.Het proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisant [naam verbalisant 3] , van 15 december 2022, pg. 93-95.