Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Nu het opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel ontbreekt, dient de verdachte ook van het subsidiair tenlastegelegde vrijgesproken te worden.
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- de aangifte van [slachtoffer] van 8 april 2025;
- de bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 23 juni 2026;
- de aangifte van [aangever] van 8 april 2025;
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
spreektde verdachte
vrijvan feit 2;
- verklaart het tenlastegelegde
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de
- verklaart de verdachte
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat de verdachte
- stelt ter bescherming van de veiligheid van anderen de volgende voorwaarden:
toezichtte houden op de naleving van de voorwaarden en de ter beschikking gestelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] , van een bedrag van
5.000,00 euro, bestaande uit immateriële schade; - bepaalt dat de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de
- veroordeelt verdachte tevens in de
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige
- legt aan verdachte op de
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat de vergoeding van materiële en immateriële schade wordt vermeerderd met de
- bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
- wijstde vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij
toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, [naam cafetaria] , van een bedrag van
1.830,50 euro, bestaande uit materiële schade; - bepaalt dat de vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de
- veroordeelt verdachte tevens in de
- legt aan verdachte op de
- bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt
- bepaalt dat de vergoeding van materiële schade wordt vermeerderd met de
- bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Beslag
gelast de teruggave vanhet volgende inbeslaggenomen goed aan de rechthebbende: