ECLI:NL:RBLIM:2026:6676

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
12294450 \ OV VERZ 26-31
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 279 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag toezichthouders levenstestament afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid kantonrechter

De heer volmachtgever heeft bij notariële akte een levenstestament opgesteld waarin de verzoekende partij tot gevolmachtigde is benoemd en twee toezichthouders zijn aangewezen, te weten de belanghebbenden, zijn zus en broer. De verzoekende partij verzoekt primair om ontslag van deze toezichthouders en benoeming van een vervangende toezichthouder. Subsidiair verzoekt zij om het vermogen van de volmachtgever onder bewind te stellen en zichzelf tot bewindvoerder te benoemen.

De kantonrechter stelt vast dat het ontslag van toezichthouders in het levenstestament is geregeld als een welwillendheidsbeslissing zonder wettelijke grondslag. Hierdoor is het een beslissing die alleen kan worden genomen indien beide partijen daarmee instemmen. In dit geval ontbreekt die consensus tussen de gevolmachtigde en de toezichthouders, waardoor de kantonrechter zich onbevoegd verklaart om het primaire verzoek te behandelen.

Het subsidiaire verzoek tot bewindvoering wordt overgedragen aan de kantonrechter van de afdeling Toezicht van de rechtbank Limburg, die bevoegd is dergelijke verzoeken te behandelen. Er wordt geen beslissing genomen over de proceskosten vanwege de aard van de zaak.

De beschikking is gegeven door kantonrechter Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd tot ontslag toezichthouders en draagt subsidiair verzoek tot bewindvoering over aan bevoegde kantonrechter.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12294450 \ OV VERZ 26-31
Beschikking van 10 juli 2026
in de zaak van
STICHTING [verzoekende partij], gevestigd te [plaats 1] ,
in de hoedanigheid van gevolmachtigde in het levenstestament van
[volmachtgever], wonende te [woonplaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna: [verzoekende partij] ,
in rechte verschenen.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
1.
[belanghebbende 1],
wonende te [woonplaats 2] ,
2.
[belanghebbende 2],
wonende te [woonplaats 2] .

1.De procedure

1.1.
Op 29 mei 2026 is ter griffie van de afdeling Burgerlijk recht, locatie Maastricht, een verzoekschrift ontvangen. Dit verzoekschrift is ter verdere behandeling doorgezonden naar de afdeling Burgerlijk recht, locatie Roermond.
1.2.
De beschikking is vervolgens bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De heer [volmachtgever] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958, heeft bij notariële akte van 15 november 2024 een levenstestament opgesteld. Daarin heeft hij [verzoekende partij] tot gevolmachtigde benoemd. Op grond van het levenstestament dient de gevolmachtigde rekening en verantwoording af te leggen aan de volmachtgever, en indien dat niet meer kan, aan de in het levenstestament benoemde toezichthouders. Tot toezichthouders zijn benoemd beide belanghebbenden in deze procedure: [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] , zus en broer van [volmachtgever] . Als reserve toezichthouder is zijn zus [reserve toezichthouder] benoemd.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekende partij] verzoekt primair om ontslag van de benoemde toezichthouders in het levenstestament, mevrouw [belanghebbende 1] en de heer [belanghebbende 2] . Zij verzoekt om tot vervangend toezichthouder te benoemen [vervangend toezichthouder] B.V., kantoorhoudende te [plaats 2] .
3.2.
Mocht het primair verzochte niet toewijsbaar zijn, aangezien het levenstestament wel de bevoegdheid tot ontslag van de toezichthouder geeft, maar niet de bevoegdheid toekent tot het benoemen van een nieuwe toezichthouder, dan verzoekt [verzoekende partij] subsidiair om het vermogen van de heer [volmachtgever] onder bewind te stellen en [verzoekende partij] tot bewindvoerder te benoemen.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt vast dat in het levenstestament is bepaald dat de hoedanigheid van de toezichthouder eindigt door - onder andere - ontslag dat de kantonrechter haar met ingang van een bepaalde dag verleent (blz 3, onderdeel 5). Een dergelijk ontslag door de (kanton)rechter op grond van een levenstestament is een zogenaamde welwillendheidsbeslissing, waaraan geen wettelijke regeling ten grondslag ligt. Gelet daarop zijn de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hierop niet van toepassing. Nu een wettelijke grondslag voor het geven van een dergelijke beslissing ontbreekt, is er geen sprake van rechtspraak en is het nakomen van een beslissing niet afdwingbaar.
4.2.
Gelet daarop is naar het oordeel van de kantonrechter een verzoek aan de rechter tot het geven van een welwillendheidsbeslissing alleen voor toewijzing vatbaar indien beide partijen een dergelijke beslissing verlangen. Hun consensus dat de rechter een beslissing neemt, en hun al dan niet impliciete wil zich aan de uitspraak te conformeren, schept de bevoegdheid voor de rechter om de welwillendheidsbeslissing te nemen. Zonder die consensus ontbreekt die grondslag. Nog los daarvan zou een beslissing die genomen is zonder dat beide partijen daarom vragen “tandeloos” zijn, want niet afdwingbaar en dus zonder betekenis.
4.3.
In het onderhavige geval is van enige consensus tussen [verzoekende partij] als gevolmachtigde en de belanghebbenden als toezichthouders niet gebleken.
De kantonrechter acht daarom geen termen aanwezig voor het geven van een welwillendheidsbeslissing, en zal zich onbevoegd verklaren om van het verzoek kennis te nemen. Nu de kantonrechter zich aanstonds onbevoegd verklaard, kan een mondelinge behandeling achterwege blijven (artikel 279 Rv Pro).
4.4.
Het subsidiaire verzoek van [verzoekende partij] tot het instellen van een bewind over de goederen van de heer [volmachtgever] zal worden overgedragen aan de kantonrechter van de afdeling Toezicht van de rechtbank Limburg, nu in het Zaakverdelingsreglement rechtbank Limburg is bepaald dat deze rechter dergelijke verzoeken in behandeling neemt.
4.5.
Gelet op de aard van de onderhavige kwestie is er geen plaats voor een beslissing over de proceskosten.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart zich onbevoegd om van het primaire verzoek van [verzoekende partij] kennis te nemen,
5.2.
bepaalt dat het subsidiaire verzoek van [verzoekende partij] zal worden overgedragen aan de kantonrechter van de afdeling Toezicht van de rechtbank Limburg.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.