ECLI:NL:RBLIM:2026:6679

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
11959832 / CV EXPL 25-4844
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Boekhorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevordering wegens ontbreken roekeloos rijgedrag bij ongeval met huurauto

LongTerm Car Rental Curaçao vordert schadevergoeding van de bestuurder die als extra bestuurder was opgegeven bij een huurovereenkomst voor een auto op Curaçao. De bestuurder veroorzaakte op 25 december 2024 een ongeval waarbij de auto total loss raakte. LongTerm Car Rental Curaçao stelt dat de bestuurder roekeloos heeft gereden om een politiecontrole te vermijden, mede vanwege alcoholgebruik, en vordert vergoeding van de schade.

De bestuurder erkent de botsing, maar bestrijdt roekeloosheid en stelt dat hij niet meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken. De rechtbank stelt vast dat LongTerm Car Rental Curaçao onjuiste verklaringen heeft afgelegd over de verzekeringsstatus en dat de dagvaarding onjuist vermeldde dat de vordering niet was betwist.

De rechtbank beoordeelt het alcoholgebruik als niet doorslaggevend en stelt dat roekeloosheid meer vereist dan een verkeersfout. Uit de camerabeelden blijkt dat de bestuurder een inschattingsfout maakte, maar dit is onvoldoende om roekeloosheid aan te nemen. De vordering wordt daarom afgewezen en LongTerm Car Rental Curaçao wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens roekeloos rijgedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 11959832 \ CV EXPL 25-4844
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
LONGTERM CAR RENTAL CURAÇAO,
te Willemstad (Curaçao),
eisende partij,
hierna te noemen: LongTerm Car Rental Curaçao,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.G.M. Reinaerts.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in het bevoegdheidsincident van 11 februari 2026 en de daarin genoemde stukken;
- de conclusie van antwoord met bijlagen;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 2 juni 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Waar gaat het in deze zaak om?

2.1.
Tussen LongTerm Car Rental Curaçao en een derde is een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een auto. [gedaagde] was als extra bestuurder opgegeven en hierdoor gemachtigd om met de auto te rijden.
2.2.
Op 25 december 2024 om 03.00 uur is [gedaagde] op Curaçao betrokken geweest bij een ongeval waarbij de auto beschadigd is geraakt en later total loss is verklaard.
2.3.
LongTerm Car Rental Curaçao vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.995,00 aan schadevergoeding, nog te vermeerderen met rente en kosten.
2.4.
LongTerm Car Rental Curaçao stelt daartoe dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld. Volgens LongTerm Car Rental Curaçao heeft [gedaagde] namelijk roekeloos gereden en is daardoor schade aan de auto van LongTerm Car Rental Curaçao ontstaan. [gedaagde] had alcohol op en LongTerm Car Rental Curaçao vermoedt dat [gedaagde] een politiecontrole wilde vermijden. [gedaagde] heeft de auto snel willen keren en is vervolgens met een direct volgend voertuig in botsing gekomen. LongTerm Car Rental Curaçao wil dat [gedaagde] haar schade vergoedt, bestaande uit a) de marktwaarde minus de restwaarde van de auto, b) de kosten van het opgestelde taxatierapport, c) de kosten van de autoambulance, d) inkomstenderving en
e) koersschade.
2.5.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van LongTerm Car Rental Curaçao, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van LongTerm Car Rental Curaçao in de kosten van deze procedure.
2.6.
[gedaagde] stelt voorop dat LongTerm Car Rental Curaçao voor het geval van schade een borg inhoudt en er verder sprake is van een verzekeraar alsook dat LongTerm Car Rental Curaçao geen bewijs overlegt waaruit blijkt dat de verzekeraar niets heeft uitgekeerd. [gedaagde] sluit niet uit dat LongTerm Car Rental Curaçao dit bewust doet met het oog op het verkrijgen van een dubbele vergoeding. [gedaagde] erkent dat hij de botsing heeft veroorzaakt, maar hij bestrijdt dat sprake is van onrechtmatig handelen door roekeloos rijgedrag en/of alcoholgebruik. Hij zegt dat hij niet méér dan de toegestane hoeveelheid alcohol genuttigd had. [gedaagde] wijst erop dat de politie ter plaatse is geweest en dit heeft niet in verder onderzoek geresulteerd.
2.7.
Partijen zijn er in onderling overleg niet uitgekomen, waarna LongTerm Car Rental Curaçao [gedaagde] heeft gedagvaard.

3.De beoordeling

Toepasselijk recht
3.1.
Ter zake het toepasselijk recht stelt de kantonrechter vast dat partijen hun stellingen naar Nederlands recht hebben ingericht. Na partijen hierover gehoord te hebben op de mondelinge behandeling, stelt de kantonrechter vast dat partijen een (impliciete) rechtskeuze hebben gemaakt voor Nederlands recht. De kantonrechter zal de zaak dan ook beoordelen op grond van Nederlands recht.
Artikel 21 Burgerlijke Pro Rechtsvordering (Rv)
3.2.
Artikel 21 Rv Pro bepaalt dat partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.
3.3.
[gedaagde] stelt dat LongTerm Car Rental Curaçao dit voorschrift heeft geschonden. De dagvaarding vermeldt namelijk:
“Gedaagde partij heeft de onderhavige vordering niet betwist, maar deze zonder opgaaf van redenen onbetaald gelaten.”. Uit overgelegde correspondentie blijkt dat [gedaagde] wel degelijk verweer had gevoerd voordat de dagvaarding werd uitgebracht.
3.4.
De kantonrechter stelt vast dat LongTerm Car Rental Curaçao inderdaad ten onrechte heeft vermeld dat [gedaagde] de vordering niet heeft betwist. Uit de overgelegde correspondentie blijkt simpelweg anders.
3.5.
Verder constateert de kantonrechter dat LongTerm Car Rental Curaçao in de dagvaarding heeft opgenomen:
“De schade wordt daarom ook niet door de verzekeringsmaatschappij vergoed.”en in de akte uitlating bevoegdheid / forumkeuze:
“De verzekeringsmaatschappij van eiseres heeft de door eiseres geleden schade niet vergoed, nu zij van oordeel is dat deze schade het directe gevolg is van onrechtmatig handelen van gedaagde. Daarmee wordt de door eiseres aangevoerde rechtsgrond bevestigd door een onafhankelijke derde.”. Op de mondelinge behandeling is echter gebleken dat LongTerm Car Rental Curaçao niet (in voldoende mate) verzekerd is en om die reden de verzekering helemaal niet is gevraagd om uit te keren. LongTerm Car Rental Curaçao heeft dan ook op dit punt niet één maar twee keer in strijd met de waarheid verklaard en daarmee het voorschrift van artikel 21 Rv Pro geschonden.
3.6.
Tot een afzonderlijke sanctie leidt dat niet, omdat de kantonrechter ook op inhoudelijke grond komt tot afwijzing van het gevorderde, zoals hierna zal worden toegelicht.
Onrechtmatige daad: roekeloos rijgedrag?
3.7.
De kantonrechter stelt bij de verdere beoordeling voorop dat zij kennis heeft genomen van de camerabeelden, maar niet van de geluidsopname, zoals ook met partijen besproken op de mondelinge behandeling. Ten eerste omdat bij de geluidsopname geen transcriptie is overgelegd en niet concreet is aangegeven wat bij welke minuut te horen zou zijn. Ten tweede omdat volgens de gemachtigde van LongTerm Car Rental Curaçao op de mondelinge behandeling de geluidsopname geen ander beeld op de manoeuvre werpt. Het bezwaar van [gedaagde] tegen toelating behoeft gelet hierop verder geen bespreking.
3.8.
De vorderingen van LongTerm Car Rental Curaçao zijn gegrond op onrechtmatige daad (artikel 6:162 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). LongTerm Car Rental Curaçao vult de onrechtmatige daad in met de stelling dat [gedaagde] roekeloos heeft gereden. Dat zou [gedaagde] hebben gedaan om een vermeende politiecontrole op alcohol te vermijden, nu hij alcohol had gebruikt. De manoeuvre die [gedaagde] toen maakte, is roekeloos volgens LongTerm Car Rental Curaçao en daardoor is schade aan de auto van LongTerm Car Rental Curaçao ontstaan.
3.9.
De kantonrechter stelt vast dat uit de stellingen van beide partijen volgt dat [gedaagde] alcohol had gedronken. Wat niet is gebleken, is dat [gedaagde] meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol op had. De politie is ter plaatse geweest, maar tot bijvoorbeeld een ademanalyse heeft dat kennelijk niet geleid. Uit niets blijkt wat het alcoholpromillage van [gedaagde] was ten tijde van het ongeval. Met deze stand van zaken ziet de kantonrechter geen zelfstandige rol weggelegd voor het alcoholgebruik in het kader van onrechtmatig handelen. Op de mondelinge behandeling is ook gebleken dat LongTerm Car Rental Curaçao het alcoholgebruik heeft aangevoerd om de aanleiding van de manoeuvre te duiden. Het gaat LongTerm Car Rental Curaçao om de - roekeloze - manoeuvre.
3.10.
Daarover overweegt de kantonrechter als volgt.
3.11.
Vaststaat dat [gedaagde] met zijn manoeuvre een ongeval heeft veroorzaakt. Voor roekeloosheid is echter meer nodig dan het maken van een verkeersfout of verkeersovertreding. Het moet gaan om een in laakbaarheid aan opzet grenzende vorm van schuld, ook wel aangeduid als grove schuld. Ook wanneer men zich niet bewust is van de aanmerkelijke kans op schade die zijn handeling kan meebrengen, kan sprake zijn van roekeloosheid, wanneer men zich wel bewust had behoren te zijn van die aanmerkelijke kans op schade door zijn handeling. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat sprake is van roekeloos handelen van [gedaagde] rusten op LongTerm Car Rental Curaçao.
3.12.
LongTerm Car Rental Curaçao heeft enkel verwezen naar de camerabeelden waarop de manoeuvre te zien is. Een verdere toelichting waarom sprake zou zijn van roekeloosheid is niet gegeven. LongTerm Car Rental Curaçao vindt het, zo begrijpt de kantonrechter, evident roekeloos rijgedrag.
3.13.
Uit de camerabeelden valt op te maken dat [gedaagde] in een vloeiende beweging eerst uitwijkt naar de zijkant van de weg (daar vanaf gaat) om direct zijn keermanoeuvre in te zetten en daarom de weg meteen weer terug op rijdt. Op het moment dat [gedaagde] de weg terug op reed, raakte de achterliggende auto de auto van LongTerm Car Rental Curaçao waarin [gedaagde] reed.
3.14.
[gedaagde] stelt de achterliggende auto wel gezien te hebben, maar deze was in zijn beleving verder weg dan het geval bleek. Volgens [gedaagde] moet verder rekening worden gehouden met het gegeven dat hij een jonge bestuurder was en dat er meerdere jonge mensen in de auto zaten.
3.15.
Bij het antwoord op de vraag of gebleken is dat de schade aan de auto het gevolg is van roekeloos handelen van [gedaagde] stelt de kantonrechter voorop dat [gedaagde] een forse inschattingsfout heeft gemaakt. Deze inschattingsfout kan echter nog niet de conclusie dragen dat sprake is geweest van roekeloosheid. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de manoeuvre hoogst onvoorzichtig heeft uitgevoerd, maar dat betekent nog niet dat het door dat rijgedrag veroorzaakte ongeval het gevolg is van roekeloosheid. Dat [gedaagde] het risico op dit ongeval bewust op de koop toe heeft genomen, kan niet worden afgeleid uit zijn hoogst onvoorzichtige rijgedrag (vergelijk ECLI:NL:GHARL:2018:9486). Het lag op de weg van LongTerm Car Rental Curaçao om voldoende te stellen en onderbouwen dat [gedaagde] de grens van verkeersfout c.q. inschattingsfout naar roekeloos rijgedrag was overschreden. Dat is echter niet gebeurd. Het gevolg hiervan is dat de kantonrechter niet komt tot onrechtmatig handelen door roekeloos rijgedrag.
3.16.
De gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Vanzelfsprekend delen de nevenvorderingen datzelfde lot.
3.17.
LongTerm Car Rental Curaçao is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
864,00

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van LongTerm Car Rental Curaçao af,
4.2.
veroordeelt LongTerm Car Rental Curaçao in de proceskosten van € 864,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als LongTerm Car Rental Curaçao niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Boekhorst en in het openbaar uitgesproken op
15 juli 2026.