Uitspraak
h.o.d.n. [bedrijf 2],
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure heeft de kantonrechter van de rechtbank Limburg de vrijwaringszaak van eiser tegen [bedrijf 2] ambtshalve verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag. Dit volgt uit het vonnis in incident van dezelfde dag in de hoofdzaak, die reeds naar die rechtbank is verwezen.
De verwijzing is gebaseerd op artikel 216 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat voorschrijft dat hoofdzaak en vrijwaringszaak door dezelfde rechter behandeld dienen te worden. De kantonrechter wijst partijen erop dat zij na verwijzing alleen bij advocaat kunnen procederen en dat het griffierecht verschuldigd is, dat binnen vier weken na oproeping moet zijn voldaan.
De procedurele stappen voor voortzetting zijn toegelicht, waarbij een partij de andere partijen bij exploot moet oproepen en de zaak bij de aangewezen rechter aanhangig moet maken. De zaak wordt vervolgens voortgezet in de stand waarin zij zich bij verwijzing bevindt. De gedaagde partij was niet verschenen en verstek is verleend.
Uitkomst: De vrijwaringszaak wordt verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag.