ECLI:NL:RBLIM:2026:6684

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
8 juli 2026
Zaaknummer
12078871 / EZ VERZ 26-23
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Piëtte
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:149 lid 2 BWArt. 4:149 sub f BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag executeur wegens ernstig tekortschieten en benoeming nieuwe executeur

Op 2 april 2024 overleed de heer erflater, die zijn echtgenote en drie kinderen tot erfgenamen benoemde. De verweerder werd tot executeur van de nalatenschap benoemd. Verzoekers c.s. stelden dat de executeur ernstig tekortschiet in zijn taken, zoals het niet afgeven van een legaat, weigeren van informatieverstrekking, niet betalen van erfbelasting en het zonder toestemming overmaken van € 200.000.

De kantonrechter constateerde dat de executeur op de hoogte was van de zitting maar niet verscheen en geen verweerschrift indiende. Gezien de tekortkomingen en het testamentaire beheer van de nalatenschap, oordeelde de rechter dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag van de executeur. Verzoekers c.s. verzochten tevens de benoeming van verzoekster sub 2 tot executeur, wat werd toegewezen.

De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten van € 527,00 werden aan de executeur privé opgelegd vanwege zijn nalatigheid. Alle overige verzoeken werden afgewezen. De beslissing werd op 8 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De executeur wordt ontslagen wegens ernstig tekortschieten en een erfgenaam wordt benoemd tot nieuwe executeur; proceskosten komen voor rekening van de executeur privé.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12078871 \ EZ VERZ 26-23
Beschikking van 8 juli 2026
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,

te [plaats 1] (België),
2.
[verzoeker 2],
te [plaats 2] ,
3.
[verzoeker 3],
te [plaats 3] (Frankrijk),
verzoekende partijen,
hierna samen te noemen: [verzoekers] c.s.,
gemachtigde: mr. A.M. Hoppenbrouwers,
tegen
[verweerder],
te [plaats 4] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met daarbij 19 bijlagen
- de brief van de griffier van 2 april 2026 met daarin de oproep voor de
mondelinge behandeling
- de e-mail van [verweerder] d.d. 28 april 2026
- de e-mail van de griffier d.d. 30 april 2026 waarin ook de datum van de mondelinge behandeling is vermeld
- het aanvullende verzoek van [verzoekers] c.s. d.d. 11 juni 2026 met 3 producties
- de mondelinge behandeling van 24 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens [verzoekers] c.s. is verzoekster sub 2 verschenen samen met de gemachtigde, die spreekaantekeningen heeft overgelegd. [verweerder] is niet verschenen.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 2 april 2024 is in zijn [woonplaats] (België) overleden de
heer [erflater] (hierna te noemen: erflater). Hij was geboren op [geboortedag 1] 1931 te [geboorteplaats 1] .
2.2.
Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd met mevrouw [verzoeker 1] . Verzoeksters sub 2 en 3 en verweerder zijn kinderen van erflater.
2.3.
In zijn testament van 4 mei 2018 heeft erflater zijn echtgenote en zijn drie kinderen ieder voor een gelijk deel tot zijn erfgenaam benoemd.
[verweerder] is daarin tot executeur van de nalatenschap benoemd, welke benoeming hij heeft aanvaard.
2.4.
In het testament is Nederlands Recht van toepassing verklaard en de kantonrechter van de rechtbank Limburg tot bevoegde rechter benoemd.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekers] c.s. verzoeken [verweerder] te schorsen en te ontslaan als executeur
en vervolgens verzoekster sub 2 te benoemen tot executeur danwel mw. mr. I.H.C. van Kasteren tot zodanig, die laatste tegen een uurtarief van € 235,00 exclusief btw en 4% opslag.
In het aanvullende verzoek hebben [verzoekers] c.s. de verzoeken niet gewijzigd enkel de gewichtige redenen aangevuld.

4.De beoordeling

afwezigheid [verweerder]
4.1.
Allereerst stelt de kantonrechter vast dat [verweerder] op de hoogte is van de mondelinge behandeling. Hij heeft immers zelf op 28 april 2026 daarover per e-mail (met als afzender: [e-mailadres] ) aan de griffier bericht dat hij de stukken daarover heeft ontvangen en zo spoedig mogelijk een verweerschrift zal indienen. Een dergelijk schrift is echter niet ontvangen. Ook niet naar aanleiding van het door [verzoekers] c.s. per post en per e-mail van 11 juni 2026 ingediende gewijzigde verzoek, dat in cc is verstuurd naar bovengenoemd mailadres.
ontslag [verweerder]
4.2.
[verzoekers] c.s. stellen dat [verweerder] ernstig tekort schiet in de nakomingen van zijn verplichtingen als executeur, zoals blijkt uit de navolgende feiten en omstandigheden:
4.2.1.
Hij heeft nog steeds niet het legaat van de woning aan verzoekster sub 1 afgegeven, terwijl het testament van erflater hem verplicht dat binnen zes maanden na het overlijden te doen. Deze woning, gelegen aan [adres 1] te [plaats 1] (België) is deels eigendom van erflater, deels van zijn echtgenote.
4.2.2.
Ondanks diverse verzoeken daartoe weigert hij met onderliggende stukken [verzoekers] c.s. te informeren over de door erflater aan hem versterkte leningen, de rente en de (mogelijk) gedane terugbetalingen c.q. verrekeningen daarvan.
4.2.3.
Ondanks diverse verzoeken daartoe heeft hij de aanslag van de Belgische personenbelasting voor inkomsten 2024 niet betaald terwijl dat een nalatenschapsschuld is. Door deze niet tijdige betaling is er (onnodig) rente verschuldigd. Uiteindelijk heeft verzoekster sub 1 deze schuld voldaan om verdere kosten voor de nalatenschap te voorkomen.
4.2.4.
Hij weigert de door hem opgestelde voorlopige boedelbeschrijving met stukken waaruit de vermelde bedragen blijken, te onderbouwen en een afschriften van de aangifte en aanslagen erfbelasting te verstrekken.
4.2.5.
Hij weigert een verzoek van DJBS Notarissen te accorderen zodat de bankrekening die erflater bij de Belfius Bank aanhield, kan worden opgeheven en het saldo wordt vrijgegeven.
4.2.6.
Tijdens het beheer van de nalatenschap heeft hij aan zichzelf een bedrag van
€ 200.000,00 overgemaakt zonder dat het testament daarvoor een grondslag biedt en zonder overleg en toestemming van de andere erfgenamen.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat de artikelen 4:149 lid 2 BW en 4:149 sub f BW (in samenhang) bepalen dat de kantonrechter op verzoek van een erfgenaam de executeur kan ontslaan indien er sprake is van gewichtige redenen. Het ernstig tekortschieten in de uitvoering van de taak van executeur, kan als gewichtige reden worden beschouwd.
4.4.
De kantonrechter constateert dat in het testament (onder meer) nadrukkelijk is bepaald dat de executeur als taak heeft de goederen van de nalatenschap te beheren en de daarvan deel uitmakende schulden tijdens zijn beheer uit die goederen te voldoen, binnen negen maanden na overlijden een boedelbeschrijving met inbegrip van een voorlopige staat van de schulden der nalatenschap op te maken en de erfgenamen daarvan een afschrift te verstrekken, jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen met inbegrip van een fiscaal overzicht en tussentijds aan de erfgenamen alle gewenste inlichtingen te verstrekken.
4.5.
Gelet op deze door de erflater in zijn testament aan de executeur opgelegde verplichtingen en de onder 4.2. weergegeven feiten, is de kantonrechter van oordeel dat er in casu sprake is van een ernstig tekortschieten door de executeur in het uitvoeren van zijn taak. Dit is een zodanige gewichtige redenen dat ontslag van de executeur dient te volgen.
De feiten zijn immers niet door [verweerder] tegengesproken, zodat de kantonrechter uit gaat van de juistheid daarvan.
benoeming executeur
4.6.
[verzoekers] c.s. verzoeken verzoekster sub 2 tot executeur van de nalatenschap te benoemen. Zij heeft zich daartoe bereid verklaard en aangegeven niet handelingsonbekwaam te zijn, niet in surseance of in staat van faillissement te verkeren en dat op haar geen schuldsaneringsregeling natuurlijke persoenen van toepassing is verklaard.
[verzoekers] c.s. hebben daarbij aangegeven dat zij het executeurschap liever “in de familie” houden omdat benoeming van een derde tot executeur, kosten voor de nalatenschap met zich brengt. Omdat niet gebleken is van enig bezwaar tegen de verzochte benoeming van verzoekster sub 2, zal de kantonrechter dit toewijzen.
uitvoerbaar bij voorraad
4.7.
Deze beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De verzochte schorsing van [verweerder] als executeur kan daardoor achterwege blijven.
proceskosten
4.8.
Door het gedrag van [verweerder] is deze beslissing noodzakelijk geworden. Daarom ziet de kantonrechter af van het uitgangspunt om bij familierelaties de proceskosten te compenseren. De proceskosten komen dan ook voor rekening van [verweerder] privé.
Deze kosten worden tot op heden begroot op een totaal van € 527,00 zijnde € 93,00 aan griffierecht en € 434,00 (2x salarispunt van € 217,00). De nakosten worden, met inachtneming van de richtlijnen van het LOVCK, toegewezen op de hierna in het dictum te vermelden wijze.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontslaat per heden de heer [verweerder] voornoemd als executeur in
de nalatenschap van de heer [erflater] voornoemd,
5.2.
benoemt mevrouw [verzoeker 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 1958, wonende te [plaats 2] aan [adres 2] tot executeur in de nalatenschap van de heer [erflater] voornoemd,
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verzoekers] c.s. gevallen en aan die zijde begroot op € 527,00, en
veroordeelt [verweerder] als deze niet binnen twee weken na aanschrijving door [verzoekers] c.s. aan de beschikking voldoet, in de na deze beschikking, begroot op:
- € 108,50 aan salaris gemachtigde,
- te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking,
5.5.
wijst al het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.