Uitspraak
1.[verzoeker 1] ,
2.
[verzoeker 2],
3.
[verzoeker 3],
Rechtbank Limburg
Op 2 april 2024 overleed de heer erflater, die zijn echtgenote en drie kinderen tot erfgenamen benoemde. De verweerder werd tot executeur van de nalatenschap benoemd. Verzoekers c.s. stelden dat de executeur ernstig tekortschiet in zijn taken, zoals het niet afgeven van een legaat, weigeren van informatieverstrekking, niet betalen van erfbelasting en het zonder toestemming overmaken van € 200.000.
De kantonrechter constateerde dat de executeur op de hoogte was van de zitting maar niet verscheen en geen verweerschrift indiende. Gezien de tekortkomingen en het testamentaire beheer van de nalatenschap, oordeelde de rechter dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag van de executeur. Verzoekers c.s. verzochten tevens de benoeming van verzoekster sub 2 tot executeur, wat werd toegewezen.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten van € 527,00 werden aan de executeur privé opgelegd vanwege zijn nalatigheid. Alle overige verzoeken werden afgewezen. De beslissing werd op 8 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De executeur wordt ontslagen wegens ernstig tekortschieten en een erfgenaam wordt benoemd tot nieuwe executeur; proceskosten komen voor rekening van de executeur privé.