Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie van Juwon met producties 1 tot en met 26;
- de mondelinge behandeling van 17 november 2025 ter gelegenheid waarvan aan de zijde van zowel [eisende partij] als Juwon spreekaantekeningen zijn overgelegd.
2.De feiten
3.De vorderingen en de standpunten van partijen
- een verklaring voor recht dat Juwon is tekort geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst en Juwon dekking moet verlenen voor de schade;
- Juwon te veroordelen tot het verlenen van medewerking aan de vaststelling van de schade en het vast te stellen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 september 2024, te betalen;
- Juwon te veroordelen tot verwijdering van de persoonsgegevens van [eisende partij] uit het incidentenregister en uit de gebeurtenissenadiministratie van Juwon op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;
- Juwon te veroordelen tot betaling van € 3.282,13 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- Juwon te veroordelen tot betaling van € 3.031,05 aan kosten van de ingeschakelde deskundige;
- Juwon te veroordelen in de kosten van het geding.
- € 9.312,50 aan kosten voor de door Juwon ingeschakelde schade-expert;
- € 2.754,35 aan kosten voor de door Juwon ingeschakelde tactisch onderzoeker;
- € 532,00 aan kosten voor de fraudecoördinator van Juwon.
4.De beoordeling
- het gestelde schadevoorval en de geclaimde schade zijn niet aangetoond;
- er is geen sprake van diefstal zoals bedoeld in artikel 2 van Pro de Algemene Polisvoorwaarden;
- sporen van buiten- en binnenbraak, zoals bedoeld in artikel 6.2 van de Algemene Polisvoorwaarden, ontbreken;
- de schade is ontstaan door roekeloosheid van [eisende partij] , zodat de schade op grond van artikel 9 van Pro de Polisvoorwaarden Kostbaarhedenverzekering en artikel 6.1 van de Algemene Polisvoorwaarden niet wordt gedekt;
- over de omvang van gestelde schade heeft [eisende partij] in strijd met de waarheid verklaard.
- er zijn geen foto’s getoond waarop het bezit van de kostbaarheden in Armenië kon worden aangetoond,
- van de diamanten konden geen aankoopnota’s worden overgelegd,
- de door [eisende partij] geclaimde schade klopt niet, omdat
5.De beslissing
28 januari 2026.