Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[zus legataris 1] ,
2.
[zus legataris 2],
3.
[zus legataris 3],
4.
[neef legataris],
5.
[nicht legataris],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, houdende voorwaardelijke eis in reconventie met producties
1 tot en met 9,
- de twee spreekaantekeningen van [de familie] ,
2.De feiten
[legataris] . Hij heeft het legaat geaccepteerd en de waarde daarvan schuldig erkend aan de overige erfgenamen.
3.De beslissing
3.Het geschil in conventie
4.Het geschil in voorwaardelijke reconventie
's-Hertogenbosch in de bodemzaak het [legataris] verboden is de certificaten van de [bedrijf 5] te decertificeren, goederen te verkopen met name bedrijfspanden, onroerend goed en landbouwgronden alsook [legataris] zal verplichten de certificaten van de [bedrijf 5] retour te leveren mocht het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch [de familie] in het gelijk stellen en tot pondspondsgewijze verdeling overgaan, op straffe van verbeurte van een dwangsom groot € 1.000.000,- voor iedere overtreding van deze verboden.
5.De beoordeling
[legataris] zijn toebedeeld, dat dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard [1] en dat er niet is voldaan aan de sommatie van [legataris] tot onvoorwaardelijke levering van de certificaten. [2] [legataris] vordert alsnog levering van de certificaten op grond van het vonnis van 26 maart 2025.
26 maart 2025 vonnis is gewezen waarbij de rechtbank de verdeling van de nalatenschap van [persoon 2] heeft vastgesteld. De verdeling van een nalatenschap is onder het huidige recht een rechtshandeling van de gezamenlijke erfgenamen die tot levering verplicht. [3] Uit voornoemd vonnis vloeit dus voor [de familie] een leveringsverplichting van de certificaten voort. [legataris] heeft belang bij spoedige nakoming van die leveringsverplichting.
26 maart 2025, ondanks dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, vanwege het lopende hoger beroep. [de familie] zijn het niet eens met de wijze van verdeling in eerste aanleg en zij hopen dat in hoger beroep een pondspondsgewijze verdeling van de certificaten wordt toegewezen. De vrees van [de familie] is dat indien [legataris] nu de certificaten verkrijgt hij deze zou kunnen decertificeren en dit zou leiden tot een onomkeerbare situatie. [legataris] heeft geen belang bij onmiddellijke levering. Als het vonnis ten uitvoer wordt gelegd, is er volgens [de familie] sprake van misbruik van recht.
V. Bepaling’ onder 2:
Vanaf [datum 2] 2019 komen de comparant [legataris] de baten ten goede, zijn de lasten voor zijn rekening en draagt hij het risico van het toebedeelde. [8] ;
VI. Slotbepalingen’ onder a:
Partijen verlenen elkaar terzake van deze levering finale kwijting. [9]
IV. Overbedelingsuitkering’:
Namens de in de comparitie sub 1 genoemde volmachtgevers wordt reeds nu voor alsdan kwijting verleend voor de betaling van de overbedelingsuitkering.
V. Bepalingenonder 1:
De deelgenoten staan ervoor in dat zij bevoegd zijn de levering tot stand te brengen en dat de certificaten vrij zijn van beslagen.en in
VI. Slotbepalingenonder b:
Partijen kiezen ter uitvoering dezer, ook voor fiscale gevolgen, woonplaats ten kantore van de bewaarder van deze akte. Verder wordt in productie 2 op diverse plekken verwezen naar de tekst van de volmacht. Een vonnis kan niet in de plaats komen van die volmacht, waarvoor overigens geldt dat in die volmacht de tekst van de akte integraal is opgenomen, waaraan voornoemde bezwaren kleven.
6.De beslissing
[legataris] via een daartoe bestemde akte, ter uitvoering van de verdeling zoals vastgesteld door de rechtbank in het vonnis van 26 maart 2025 in de zaak tussen partijen met zaaknummer C/03/294542 / HA ZA 21-377, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per persoon per dag met een maximum van € 40.000,00 per persoon;