ECLI:NL:RBLIM:2026:6778

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 juni 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
C/03/352806 / HA RK 26-99
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
  • Kleijkers
  • Quaedvlieg
  • Russel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter wegens procesbeslissingen afgewezen

Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Noelmans, rechter in de rechtbank Limburg, vanwege diens beslissingen omtrent haar verzoek tot nietigverklaring van bewindvoering en de planning van de zitting. De rechter had het verzoek tot nietigverklaring als een verzoek tot opheffing van het bewind beschouwd en de zitting op korte termijn gepland.

De wrakingskamer benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking alleen kan worden toegewezen bij uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing van partijdigheid vormen. Procesbeslissingen, zoals in deze zaak, zijn geen grond voor wraking tenzij de motivering blijk geeft van vooringenomenheid.

Na beoordeling concludeert de wrakingskamer dat er geen aanwijzingen zijn voor partijdigheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De onvrede over procedurele beslissingen en motivering rechtvaardigt geen wraking. Daarom is het verzoek zonder nadere mondelinge behandeling kennelijk ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Wrakingskamer
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/352806 / HA RK 26-99
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
dat strekt tot wraking van mr. Noelmans, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Bij e-mailbericht, ontvangen op 31 mei 2026, heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de rechter ingediend.
De rechter heeft de wrakingskamer bericht niet in het verzoek tot wraking te berusten. Hij heeft op 4 juni 2026 zijn schriftelijke reactie op het verzoek ingediend.

2.De beoordeling

Artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek tot wraking is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter jegens een procespartij partijdig is of een zwaarwegende aanwijzing dat in elk geval de vrees daarvoor bij die partij objectief gerechtvaardigd is.
De wrakingskamer heeft kennisgenomen van het verzoek en begrijpt hieruit dat de reden voor dit wrakingsverzoek is gelegen in de beslissingen van de rechter om het door verzoekster ingediende verzoek tot nietigverklaring van haar bewindvoering te wijzigen in een andere zaakaanduiding en de behandeling van het verzoek ter zitting op korte termijn doorgang te laten vinden.
De rechter heeft in zijn reactie opgemerkt dat het door verzoekster ingediende verzoek tot nietigverklaring van haar bewindvoering een niet op de wet gestoeld verzoek betreft en dat hij daarom heeft gemeend het verzoek als een verzoek tot opheffing van het bewind te moeten beschouwen. Voorts heeft hij opgemerkt dat – naar de wrakingskamer begrijpt: gelet op de datum van het verzoek (24 maart 2026) – de zitting niet plots en evenmin op relatief korte termijn gepland is.
De wrakingskamer stelt voorop dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde handelingen van de rechter zijn aan te merken als procesbeslissingen. Zij kan hierover kort zijn: de wrakingskamer mag zich geen oordeel vormen over de juistheid van procedurele beslissingen en evenmin over de motivering van een procedurele beslissing, zelfs niet als het gaat om een door verzoekster onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of het ontbreken van een motivering. Een procedurele beslissing is geen grond voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de procedurele beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven.
Naar het oordeel van de wrakingskamer is daarvan in deze zaak echter niet gebleken. Uit hetgeen verzoekster heeft gesteld en aangevoerd, is naar het oordeel van de wrakingskamer geen (schijn van) partijdigheid gebleken. Dat eventuele eerdere procedurele beslissingen betreffende de bewindvoering volgens verzoekster onterecht zijn genomen dan wel dat de motivering ervan onvoldoende zou zijn, maakt dit alles niet anders.
Omdat dit de enige grond voor wraking is, kan niet worden geconcludeerd dat de rechter ten aanzien van verzoekster vooringenomen is of dat haar vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarom is de wrakingskamer van oordeel dat het verzoek tot wraking zonder nadere mondelinge behandeling kennelijk ongegrond moet worden verklaard.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
verklaart het verzoek ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. Kleijkers, mr. Quaedvlieg en mr. Russel, bijgestaan door de griffier, mr Janssen.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.