Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
advocaat mr. R.P.F. Rober, kantoorhoudend in Hoensbroek, gemeente Heerlen,
gedaagde, verder te noemen de vader.
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
zijn pakkie an” is, had hij de moeder in ieder geval wel op deze mogelijkheid kunnen wijzen zodat zij – al dan niet via Slachtofferhulp of een strafrechtadvocaat – actie had kunnen ondernemen. Nu dit verbod nog geruime tijd voortduurt, bestaat voor de moeder nog steeds de mogelijkheid om, indien zij meent dat de omstandigheden daartoe aanleiding geven, langs de daarvoor geëigende weg verlenging van die bescherming te bewerkstelligen. Ook daarom kan thans niet worden aangenomen dat reeds nu sprake is van een spoedeisend belang bij een civielrechtelijke voorziening met ingang van een toekomstige datum. De voorzieningenrechter zal de moeder gelet op het voorgaande dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Aangezien de voorzieningenrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil, wordt evenmin toegekomen aan de beoordeling van de gevorderde dwangsom.