ECLI:NL:RBLIM:2026:6819

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
12020156 \ CV EXPL 25-6268
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 lid 1 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leverancier aansprakelijk voor gebrekkige parketvloer en schadevergoeding

In deze civiele bodemzaak vordert In Style Interieur B.V. vergoeding van schade van [gedaagde] B.V. wegens levering van een gebrekkige parketvloer. De vloer vertoonde binnen korte tijd ernstige gebreken zoals doortekening van de dwarse tussenlaag en een te dunne laklaag, wat niet voldoet aan de redelijke verwachtingen van een consument.

Ondanks een herstelvoorstel van [gedaagde] werd dit niet toegepast omdat een deskundige en de klachtencommissie adviseerden de gehele vloer te vervangen. [gedaagde] stelde dat een minder ingrijpende reparatie volstond, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet tot deugdelijk herstel zou leiden.

De kantonrechter stelde vast dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de koopovereenkomst en veroordeelde hem tot vergoeding van de kosten van vervanging van de vloer, inclusief arbeid en bijkomende kosten, alsmede wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Uitkomst: Leverancier wordt veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten wegens gebrekkige parketvloer die niet deugdelijk hersteld kon worden.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12020156 \ CV EXPL 25-6268
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
IN STYLE INTERIEUR B.V.,
te Sliedrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: In Style,
gemachtigde: ARAG SE,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 31 maart 2026
- de akte van In Style
- de akte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen In Style en [gedaagde] is op 9 juni 2023 een koopovereenkomst met betrekking tot parketvloer tot stand gekomen, waarbij [gedaagde] aan In Style een Eiken ABC Parketvloer (15x189x1860 mm) heeft geleverd. Dit product heeft In Style door geleverd aan een klant. De vloer is tussen 22 en 25 augustus 2023 in de woning van de klant gelegd.
2.2.
De klant heeft in juni/juli 2024 geklaagd bij In Style over extreem snelle slijtage, krassen en beschadigingen. Deze klacht is doorgegeven aan [gedaagde] . Partijen hebben overleg gehad over een door [gedaagde] voorgestelde hersteloptie. Die is uiteindelijk niet toegepast.
2.3.
De klant heeft een klacht ingediend bij Parketmeester. Een onafhankelijk deskundige – [deskundige] – heeft geconstateerd dat de vloer niet voldoet aan hetgeen een consument van een parketvloer kan en mag verwachten. Daarbij is ook geadviseerd met betrekking tot het herstel, namelijk de gehele vloer vervangen.
2.4.
De klachtencommissie heeft het rapport van [deskundige] onderschreven in haar bindend advies. In Style heeft daarom de volledige parketvloer moeten vervangen.
2.5.
In Style heeft [gedaagde] bij brief van 26 juli 2025 in gebreke gesteld. [gedaagde] heeft deze ingebrekestelling bij schrijven van 28 juli 2025 van de hand gewezen.
2.6.
Bij brief van 3 oktober 2025 heeft In Style [gedaagde] gesommeerd de schade te vergoeden voor 18 oktober 2025.
2.7.
Ondanks sommatie daartoe heeft [gedaagde] de schade van In Style niet vergoed.

3.Het geschil

3.1.
In Style vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 15.140,16, vermeerderd met de handelsrente en buitengerechtelijke kosten ad € 926,40 en de proceskosten.
3.2.
In Style vordert vervangende schadevergoeding, nu [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en deze ondanks in de gelegenheid te zijn gesteld, niet heeft hersteld.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van In Style. Volgens [gedaagde] had een kleinere reparatie het probleem van de klant kunnen oplossen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Volgens In Style vertoont de geleverde parketvloer een aantal gebreken.
De vloer bevat twee productfouten:
  • er is sprake van doortekening van de dwarse tussenlaag, een zogenoemd wasbordeffect;
  • de laklaag op de lamel is te dun en slechts één keer aangebracht (hetgeen drie keer had moeten zijn).
Het alsnog schuren en opnieuw lakken wordt door de deskundige en de klachtencommissie niet als oplossing gezien, vanwege de veranderende uitstraling en de kans op doortekenen van de tussenlaag.
4.2.
[gedaagde] blijft erbij dat de vloer met minder zwaar ingrijpen had kunnen worden hersteld. Zeker als In Style het advies van [gedaagde] direct had opgevolgd. Volgens [gedaagde] had de doortekening van de knoesten, alsmede de andere slijtage, echter voorkomen kunnen worden als In Style direct was overgegaan tot behandeling van de vloer zoals voorgesteld door [gedaagde] . Dat herstel hield in dat de laklaag geschuurd zou worden (niet het hout van de planken) en dat een nieuwe, deugdelijke laklaag zou worden aangebracht.
Door In Style wordt dat betwist, gelet op hetgeen [deskundige] daarover heeft gezegd en omdat het productiefouten zijn.
4.3.
De kantonrechter overweegt dat vast staat dat de laklaag onvoldoende is aangebracht. Dat heeft [gedaagde] erkend. Ook het feit dat de knoesten er doorheen komen, wordt niet ontkend door [gedaagde] . Verder zijn partijen het erover eens dat de te dunne laklaag en het zichtbaar woeden van de knoesten dingen zijn die niet (zo snel na de levering) mogen optreden. Partijen hebben toegelicht dat dit komt door een productiefout. De problemen zijn niet inherent aan dit type parketvloer. Tot slot hebben partijen desgevraagd verklaard dat een parketvloer opgewassen moet zijn tegen het meermaals schuren van de planken. Dat is namelijk het grote voordeel van een parketvloer: die kan gedurende de levensduur ervan meerdere keren geschuurd en opnieuw gelakt worden om hem fris leven in te blazen.
4.4.
Aangezien de parketvloer zonder problemen meermaals geschuurd zou moeten kunnen worden, hadden naar het oordeel van de kantonrechter de knoesten er niet reeds na één tot anderhalf jaar na het leggen ervan doorheen mogen komen en zou de door [gedaagde] voorgestelde oplossing niet tot daadwerkelijk herstel leiden. Los van de vraag of de laklaag na het opnieuw lakken zou voldoen, blijft namelijk in dit geval het probleem bestaan dat de knoesten zichtbaar zijn geworden. Die zijn zichtbaar geworden zonder dat de vloer is geschuurd. De voorgestelde oplossing zou eventueel tijdelijk bescherming bieden tegen verdere slijtage, maar de vloer zou ook gedurende de levensduur bestand moeten zijn tegen meermaals schuren van de planken. Als de knoesten al zichtbaar worden
zonderschuren, zou dit alleen maar erger worden na de diverse schuurbeurten. De vloer is daardoor niet conform de eisen en verwachtingen die aan een parketvloer mogen worden gesteld.
Daarom zal de kantonrechter het verweer van [gedaagde] dat een en ander voorkomen had kunnen worden door de voorgestelde hersteloptie toe te passen, niet volgen.
4.5.
Het vorenstaande met betrekking tot de knoesten maakt de vloer - ongeacht de discussie over de laklaag - reeds gebrekkig en voor de consument non-conform. Dit gebrek is alleen te verhelpen door een nieuwe vloer te leggen. Dit blijkt voldoende uit de rapportage van de door de klachtencommissie ingeschakelde deskundige [deskundige] . Zoals hiervoor is geoordeeld, lost een minder vergaand herstel het probleem (het zien van de knoesten) niet op.
4.6.
Aangezien [gedaagde] een gebrekkige vloer heeft geleverd aan In Style en dit gebrek, ondanks in gebreke te zijn gesteld, niet heeft hersteld, is hij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen [gedaagde] en In Style.
4.7.
In Style vordert vervolgens vervangende schadevergoeding op grond van artikel 6:87 lid 1 BW Pro. In Style heeft daarover het volgende gesteld.
In Style heeft de schade aan de klant moeten vergoeden, in die zin dat zij de oude vloer heeft moeten verwijderen en een nieuwe parketvloer heeft moeten leveren en leggen. Deze kosten dient [gedaagde] te vergoeden. Dit is [gedaagde] medegedeeld bij brief van 3 oktober 2025, maar [gedaagde] heeft geweigerd de kosten te vergoeden.
Nu is gebleken dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming en In Style haar vordering tot nakoming heeft omgezet in een vervangende schadevergoeding, is de kantonrechter van oordeel dat de vordering tot vergoeding van de schade in beginsel toewijsbaar is.
Ten aanzien van de hoogte van de schadevergoeding stelt de kantonrechter voorop dat de klant uiteindelijk een duurdere vloer heeft laten leggen als vervanging. Die kosten kunnen niet één op één op [gedaagde] verhaald worden. [gedaagde] hoeft slechts de schade te vergoeden voor zover die ziet op vervanging door hetzelfde type parketvloer. Dat type parketvloer was niet inherent gebrekkig, zodat vervanging door hetzelfde type parketvloer mogelijk was geweest. De kantonrechter gaat – anders dan In Style en gelet op het verweer van [gedaagde] – uit van een prijs van € 59,90 en 64 m2 gelet op de factuur van ‘Pul Vloerbewerking’. De kantonrechter houdt daarbij rekening met de korting die [gedaagde] structureel aan In Style verleende. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat die korting niet zou zijn toegepast bij bestelling van de vervangende parketvloer.
De kosten voor arbeid dient [gedaagde] eveneens te vergoeden, nu er causaal verband bestaat tussen deze schadepost en het gebrek. In Style heeft immers de vloer opnieuw moeten leggen en hiervoor medewerkers in moeten zetten die zij niet op een ander werk hebben kunnen inzetten.
4.8.
Inclusief btw zijn de kosten die [gedaagde] moet vergoeden dan als volgt:
  • Kosten nieuwe vloer € 3.833,60
  • Kosten verwijderen vloer en egaliseren € 3.988,93
  • MDF plinten, schuifdeur verwijderen + vloer vrij zagen € 726,19
  • Parketlijm € 578,61
  • Arbeid plaatsen parketvloer € 3.560,69
  • Arbeid plinten plaatsen € 418,15
  • Plinten en profiel
Totaal inclusief btw €13.292,99
Dit bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke handelsrente vanaf 18 oktober 2025.
4.9.
In Style vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal toewijzen. De kantonrechter berekent deze kosten via de Staffel BIK. Daarom zal een bedrag van € 907,93 worden toegewezen.
4.10.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van In Style worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
147,42
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.080,00
(2,5 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.832,42

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan In Style van een schadevergoeding van € 13.292,99, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan In Style te betalen een bedrag van € 907,93 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.832,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.