ECLI:NL:RBLIM:2026:6843

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
11 juli 2026
Zaaknummer
C/03/339154 / FA RK 25-362
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van Mil
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 lid 2 RvArt. 815 lid 3 RvArt. 815 lid 6 RvArt. 3 Brussel II-terArt. 10:56 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling en verdeling vakanties en huurrecht vastgesteld

De rechtbank Limburg heeft op 3 juli 2026 de echtscheiding uitgesproken tussen partijen, gehuwd in Syrië in 2015, en erkent het huwelijk als rechtsgeldig volgens Nederlands recht. De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen wordt bij de vrouw vastgesteld, met een zorgregeling waarbij de kinderen om het weekend bij de man verblijven. De rechtbank wijst een concrete verdeling van vakanties en feestdagen toe om onduidelijkheden en conflicten te voorkomen.

De man en vrouw hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over de zorgregeling vanwege een gespannen relatie en gebrek aan communicatie. De rechtbank wijst het verzoek van de man af om wekelijks te videobellen met de kinderen op woensdagmiddag, omdat dit druk legt op de jonge kinderen. De huur van de echtelijke woning wordt aan de vrouw toegewezen vanaf de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.

De man dient een kinderbijdrage van €25 per kind per maand te betalen vanaf 2 februari 2026. De vrouw heeft haar verzoek tot partneralimentatie ingetrokken, waardoor dit verzoek wordt afgewezen. De rechtbank beveelt partijen over te gaan tot verdeling van het huwelijksvermogen onder toezicht van een notaris en benoemt een notaris en advocaat voor het geval partijen geen overeenstemming bereiken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijfplaats kinderen bij vrouw, zorgregeling en vakanties vastgesteld, huurrecht woning aan vrouw toegewezen, kinderbijdrage vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Maastricht
Zaaknummer: C/03/339154 / FA RK 25-362
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking echtscheiding met nevenverzoeken
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.P.H.J. Hermans, kantoorhoudend in Geleen,
en
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. P. Kramer-Ograjensek, kantoorhoudend in Sittard.
Gezien de stukken, waaronder de beschikking van deze rechtbank van 30 juni 2025 met zaaknummer C/03/339154 / FA RK 25/362.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
  • Het F-9 formulier met bijlagen van de vrouw, ontvangen op 21 juli 2025;
  • Het F-9 formulier van de man, ontvangen op 4 september 2025;
  • Het F-9 formulier van de man, ontvangen op 29 september 2025;
  • Het F-9 formulier met bijlage van de vrouw, ontvangen op 30 oktober 2025;
  • Het verweerschrift tevens houdend zelfstandig verzoek van de man, ontvangen op 27 oktober 2025;
  • Het verweerschrift op het zelfstandig verzoek van de vrouw, ontvangen op 26 november 2025;
  • Het F-9 formulier van de vrouw, ontvangen op 21 januari 2026;
  • Het F-9 formulier van de man, ontvangen op 21 januari 2026;
  • Het F-9 formulier met bijlage van de man, ontvangen op 5 februari 2026.
1.2
Op 16 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat.

2.Het gewijzigd verzoek, het gewijzigd zelfstandig verzoek en het verweer

2.1
De vrouw heeft verzocht, na wijziging van haar verzoek tijdens de zitting, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
  • tussen partijen, gehuwd d.d. [datum 1] 2015 te [plaats] (Syrië) de echtscheiding uit te spreken;
  • het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw te bepalen,
  • dat de man t.b.v. de twee kinderen een bedrag ad € 100,- per maand per kind, bij vooruitbetaling, dient te betalen aan de vrouw, telkens te vermeerderen met het bedrag van iedere uitkering krachtens geldende wetten of regelingen ten behoeve van de kinderen kan of zal worden verleend; althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
  • dat de man aan de vrouw voor levensonderhoud bij vooruitbetaling dient te voldoen een bedrag van € 100,- bruto per maand, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;
  • een zorgregeling tussen de kinderen en de man vast te stellen, die als volgt zal gelden:
 de kinderen zullen één weekend per veertien dagen bij de man verblijven en wel van vrijdag 14.30 uur tot zondag 17.00 uur;
- voor de vakanties en verlof- en feestdagen de volgende verdeling wordt vastgesteld:
 kerstvakantie:
even jaren: 1e week bij de man, 2e week bij de vrouw,
oneven jaren: 1e week bij de vrouw, 2e week bij de man;
 carnavalsvakantie:
even jaren: bij de man vrijdagmiddag tot en met woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de vrouw,
oneven jaren: bij de vrouw vrijdagmiddag tot en met woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de man tot en met zondag 17.00 uur;
 meivakantie:
even jaren: 1e week bij de man, 2e week bij de vrouw,
oneven jaren: 1e week bij de vrouw, 2e week bij de man;
 zomervakantie:
even jaren: eerste drie weken bij de man, laatste drie weken bij de vrouw,
oneven jaren: eerste drie weken bij de vrouw, laatste drie weken bij de man;
 herfstvakantie:
even jaren: bij de man vrijdagmiddag tot en met woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur bij de vrouw,
oneven jaren: bij de vrouw vrijdagmiddag tot en met woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de man tot en met zondag 17.00 uur;
 dan wel een in goede justitie te bepalen vakantieregeling;
- te bepalen dat wat betreft de feestdagen de volgende verdeling wordt vastgesteld:
 verjaardagen van de kinderen: oneven jaren bij de man, even jaren bij de vrouw;
 verjaardag man en vrouw: de kinderen zijn bij de ouder die jarig is;
 suikerfeest: bij helfte verdelen in overleg;
 offerfeest: bij helfte te verdelen in overleg;
 dan wel een in goede justitie te bepalen feestdagenregeling;
  • te bepalen dat het huurrecht van de echtelijke huurwoning gelegen aan [adres] , [woonplaats] (hierna: de woning), aan de vrouw zal worden toegewezen;
  • er een notaris en onzijdig persoon als volgens de wet worden benoemd;
  • althans een beslissing in goede justitie te nemen.
2.2
De man is het eens met de verzoeken van de vrouw voor wat betreft het uitspreken van de echtscheiding en het toekennen van het huurrecht van de woning aan de vrouw. In het ouderschapsplan hebben partijen al afspraken opgenomen over de hoofdverblijfplaats van de kinderen en de kinderbijdrage. De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek tot het vaststellen van een onderhoudsbijdrage ten behoeve van de vrouw. De man voert daartoe aan dat hij momenteel geen inkomen uit werk heeft en leeft van een bijstandsuitkering, waardoor hij financieel niet in staat is tot het bijdragen in kosten van levensonderhoud van de vrouw. De man voert verweer ten aanzien van de zorgregeling en verzoekt bij een ter zitting gewijzigd zelfstandig verzoek:
  • een zorgregeling in de vorm van co-ouderschap vast te stellen waarbij de kinderen de ene week bij de man en de andere week bij de vrouw zullen verblijven;
  • althans te bepalen dat de kinderen bij de man zullen verblijven
 elk weekend van vrijdag 14.30 uur tot zondag 17.00 uur;
 elke woensdagmiddag van 13.00 uur tot 17.00 uur;
 als de kinderen niet bij de vader zijn, dan wordt dagelijks om 19.00 uur door de kinderen met de vader gebeld;
 althans een videobelmoment met de kinderen elke woensdag(na)middag gedurende tien minuten;
  • althans een in goede justitie te bepalen zorgregeling;
  • te bepalen dat de reguliere zorgregeling tijdens de schoolvakanties en feestdagen blijft doorlopen;
  • dan wel een in goede justitie te bepalen verdeling van de schoolvakanties en feestdagen.
2.3
De vrouw voert verweer op het zelfstandig verzoek van de man met betrekking tot de zorgregeling en de verdeling van de schoolvakanties en feestdagen. Nadat de man het verzoek voor een zorgregeling tijdens de schoolvakanties en feestdagen ter zitting wijzigt in het hierboven genoemde gewijzigd verzoek, vult de vrouw haar verzoek ter zitting aan met betrekking tot de schoolvakanties en feestdagen en doet zij hetzelfde verzoek als de man eerder deed.
2.4
De rechtbank zal in de beoordeling van de verzoeken – voor zover dat relevant is voor de beoordeling – ingaan op de standpunten van partijen.

3.Wat vaststaat

3.1
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum 1] 2015 in [plaats] , Syrië.
3.2
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3.3
Tijdens het huwelijk van partijen zijn geboren:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] , en
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna samen te noemen: de kinderen.

4.De verdere beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1
Aangezien het huwelijk van partijen in Syrië is voltrokken, dient de rechtbank eerst ambtshalve te beoordelen of haar rechtsmacht toekomt en, zo ja, welk recht op de verzoeken van toepassing is.
4.2
Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de vrouw, als verzoeker, zich in Nederland bevond en zich nog steeds bevindt en zij sedert ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek in Nederland verblijft komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding en is Nederlands recht op het verzoek van toepassing. [1]
De erkenning van het huwelijk
4.3
Het gaat over een huwelijk dat is gesloten in het buitenland. Voordat de rechtbank kan beslissen over het verzoek tot echtscheiding, dient ambtshalve te worden beoordeeld of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk. Volgens de toepasselijke regels wordt een in het buitenland gesloten huwelijk naar Nederlands recht erkend, indien het ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden. [2] Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. [3]
4.4
Partijen hebben geen (uittreksel van de) Syrische huwelijksakte overgelegd. De vrouw heeft wel een beschikking van de rechtbank voor familiezaken te Al Tall van [datum 2] 2018, voorzien van een beëdigde Nederlandse vertaling, overgelegd. In die beschikking is vastgesteld dat sprake is van een in stand zijnde huwelijk tussen partijen gesloten op [datum 1] 2015 te [plaats] (Syrië). De rechtbank constateert op basis van deze stukken dat partijen op die datum naar Syrisch recht met elkaar een rechtsgeldig huwelijk hebben gesloten.
4.5
Dat huwelijk komt voor erkenning in Nederland in aanmerking, tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde in Nederland en in ieder geval als een van de echtgenoten op het tijdstip van de sluiting van dat huwelijk niet de leeftijd van achttien jaar had bereikt, tenzij de echtgenoten op het moment dat erkenning van het huwelijk gevraagd wordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. [4] Hiervan is niet gebleken.
4.6
Het huwelijk tussen partijen wordt in Nederland dan ook als rechtsgeldig huwelijk erkend.
Echtscheiding
4.7
Daarmee komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het verzoek tot echtscheiding.
Ouderschapsplan
4.8
Op grond van artikel 815, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), voor zover hier van belang, dient een (inleidend) verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815, lid 6 Rv).
4.9
Door partijen is weliswaar een ouderschapsplan overeenkomstig artikel 815, lid 2 Rv overgelegd, maar dit ouderschapsplan voldoet niet aan de eisen, die de wet daaraan in artikel 815 lid 3 Rv Pro stelt. In het ouderschapsplan is niets over de wijze van verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de man en de vrouw opgenomen. Door de man en de vrouw is gesteld dat zij niet met elkaar communiceren. Ook is hun onderlinge verhouding zeer gespannen. De ouders diskwalificeren elkaar en maken verwijten over en weer.
Door hun onderlinge wantrouwen en gebrek aan communicatie is het niet mogelijk overeenstemming te bereiken over een zorgregeling. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aangetoond dat het op dit moment redelijkerwijs niet mogelijk is een door beide partijen akkoord bevonden ouderschapsplan dat aan de wettelijke maatstaven voldoet, over te leggen. De vrouw is daarom ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding.
Inhoudelijke beoordeling verzoek echtscheiding
4.1
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft zich gerefereerd.
4.11
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken. Het verzoek tot echtscheiding zal, als onbetwist en steunend op de wet, worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.12
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd [5] om naar het recht van Nederland [6] te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
4.13
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar zal zijn.
4.14
De man stemt in met het verzoek.
4.15
De rechtbank zal, conform de overeenstemming van partijen, het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van de kinderen als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.
Verdeling zorg- en opvoedingstaken
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.16
Nu de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van de indiening van deze zaak in Nederland was (en daar nog steeds is), is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op de verzoeken betreffende de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. [7] De rechtbank past op dit verzoek Nederlands recht toe [8] .
Inhoudelijke beoordeling regulier zorgregeling
4.17
Partijen hebben beiden verzocht, na wijziging tijdens de mondelinge behandeling, een zorgregeling en een verdeling van de vakanties en feestdagen vast te stellen op de door hun voorgestelde wijze (zie 2.1 en 2.2.).
4.18
Een beslissing over het aanvankelijk door partijen met betrekking tot de reguliere verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor de kinderen is verzocht en hetgeen daartegen als verweer is aangevoerd, kan achterwege blijven, omdat partijen tijdens de mondelinge behandeling verklaarden daarover grotendeels overeenstemming te hebben bereikt in die zin dat de kinderen elke vrijdag vanaf 14.30 uur tot zondag 17.00 uur bij de man verblijven.
4.19
Partijen verschillen nog van mening over een videobelmoment van de kinderen met de man op woensdag(na)middag. Daartoe voert de man aan dat hij op woensdagmiddag nog even (ongeveer tien minuten) met de kinderen wil videobellen, zodat hij ze op die manier nog even kan zien. De vrouw voert verweer en voert aan dat sprake is van een voldoende ruime zorgregeling tussen de man en de kinderen en dat het videobellen druk legt op de kinderen.
4.2
De rechtbank overweegt dat het gaat om nog zeer jonge kinderen van momenteel vier en zes jaar oud. Op het moment dat deze kinderen iedere woensdag (na)middag dienen te videobellen met de man wordt hun (spel)situatie die dag doorbroken. Dat de ouders niet met elkaar kunnen communiceren en er een gespannen verhouding tussen hen is, maakt dat de kinderen met elk belmoment met die situatie worden geconfronteerd. Met de moeder is de rechtbank het eens dat dit druk legt op de kinderen, ook al is het belmoment maar voor de duur van tien minuten. Daarbij komt dat de kinderen voldoende tijd met de man kunnen doorbrengen aangezien ze bij de man op basis van de reguliere zorgregeling ieder weekend verblijven. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de man af voor zover dat ziet op een belmoment met de kinderen iedere woensdag.
4.21
De rechtbank zal, conform de overeenstemming van partijen, de reguliere verdeling van de zorg- en opvoedtaken (zoals opgenomen onder 4.18.) als op de wet gegrond toewijzen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet.
Inhoudelijke beoordeling verdeling vakanties en feestdagen
4.22
De rechtbank is van oordeel dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (in beginsel) de verantwoordelijkheid van de ouders is. Nu het de ouders niet lukt in onderling overleg tot overeenstemming te komen, zal de rechtbank de verdeling van de vakanties en feestdagen bepalen. Ter voorkoming van onduidelijkheden en discussies tussen de ouders, waar de kinderen ook last van kunnen hebben, acht de rechtbank het in het belang van beide kinderen dat er een duidelijke concrete verdeling van de vakanties en feestdagen wordt vastgelegd. De rechtbank komt de door de vrouw (aanvankelijk verzocht door de man) verzochte regeling in het belang van de kinderen het meest wenselijk voor. Het is gebruikelijk dat vakanties ongeveer bij helfte verdeeld worden en dat zou bij het verzoek van de man niet gebeuren, omdat de vrouw dan circa vijf dagen per week de kinderen zou hebben en de man twee dagen. Daarbij komt dat met het verzoek van de vader de kinderen in de vakanties elke week twee keer van verblijfplaats zouden wisselen hetgeen naar het oordeel van de rechtbank in de vakanties te veel is. Het moet voor een ouder ook mogelijk zijn om in de betreffende week of weken op vakantie te gaan met de kinderen. Dat zou met het verzoek van de man onmogelijk zijn. Tenslotte merkt de rechtbank op dat de vader lange tijd achter hetzelfde verzoek als de vrouw heeft gestaan, maar eerst op de zitting dat verzoek om onduidelijke redenen heeft aangepast. Partijen en vooral ook de kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Daarin voorziet deze regeling. De rechtbank zal daarom de door de vrouw verzochte regeling vastleggen en opnemen in het dictum. De rechtbank heeft ter zitting aan partijen meegedeeld dat zij nog kritisch zou kijken naar de verzochte regeling of die zorgregeling duidelijk is en niet tot onduidelijkheden tussen partijen kan leiden.
De rechtbank zal om onduidelijkheden te voorkomen de verzochte zorgregeling aanpassen in die zin dat het aanvangstijdstip voor de vakanties, het eventuele wisseltijdstip dat toepasselijk is bij vakanties van twee weken en meer, alsmede het eindtijdstip van de vakanties in de zorgregeling wordt opgenomen.
Bij de verdeling van de verjaardagen van de ouders en de kinderen zal de rechtbank – om meer duidelijkheid te creëren – een begin- en eindtijdstip opnemen. Omdat overleg tussen de ouders thans nog moeilijk is, zal de rechtbank bepalen dat voor het Offerfeest en het Suikerfeest de kinderen op een plek zijn. Tenslotte zal de rechtbank bepalen dat het partijen samen vrijstaat – om incidenteel of blijvend – een andere zorgregeling overeen te komen.
Ten aanzien van de huurwoning
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.23
De huurwoning is in Nederland gelegen, waardoor de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt om te oordelen over het verzoek ter zake van het huurrecht van deze woning. De rechtbank zal op dit verzoek Nederlands recht als haar interne recht toepassen. [9]
Inhoudelijke beoordeling
4.24
De vrouw heeft het huurrecht van de voormalig echtelijke woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning) verzocht.
4.25
De man heeft ingestemd met het toekennen van het huurrecht van de woning aan de vrouw, omdat de man de woning reeds heeft verlaten.
4.26
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw met betrekking tot het huurrecht van de woning als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. [10]
4.27
Ten aanzien van de ingangsdatum van toekenning van het huurrecht aan de vrouw overweegt de rechtbank nog het volgende. De vrouw heeft ten aanzien van het huurrecht geen ingangsdatum verzocht. In geval van echtscheiding bepaalt de rechter de dag van ingang van de huur met de echtgenoot die het huurrecht krijgt [11] Nu de echtscheiding pas tot stand komt door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand kan de rechter de ingangsdatum van het huurrecht niet voor die datum laten ingaan. De rechtbank bepaalt dat de vrouw vanaf de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand huurder is van de echtelijke woning.
Kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna: kinderbijdrage)
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.28
Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot bepaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. [12] De rechtbank zal het recht van Nederland op het verzoek tot bepaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen toepassen, nu de onderhoudsgerechtigden hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. [13]
Inhoudelijke beoordeling
4.29
Een beslissing over het aanvankelijk door de vrouw met betrekking tot de kinderbijdrage verzochte en hetgeen daartegen als verweer is aangevoerd, kan achterwege blijven, omdat partijen daarover overeenstemming hebben bereikt. Partijen zijn schriftelijk overeengekomen ten aanzien van de kinderbijdrage, voor zover van belang geciteerd:
“Artikel 7. Bijdrage in de kosten van de verzorging en opvoeding
Partijen zij in onderling overleg overeengekomen, gezien het inkomen uit hoofde van de Participatiewet van de vader, deze € 50,- per maand in totaal aan alimentatie zal betalen m.i.v. ondertekening van dit ouderschapsplan aan de moeder; een en ander bij vooruitbetaling te voldoen.”
Ondanks dat dit betekent dat de gemaakte afspraken ten uitvoer kunnen worden gelegd, zal de rechtbank het verzoek met betrekking tot de kinderbijdrage als op de wet gegrond toewijzen, ter bevordering van eventuele executiemogelijkheden. De rechtbank zal conform de overeenstemming van partijen bepalen dat de kinderbijdrage met ingang van 2 februari 2026 zal ingaan, zijnde de datum van ondertekening van het deelouderschapsplan, dat partijen overgelegd hebben aan de rechtbank. De rechtbank zal daarbij het bedrag per kind bepalen omdat dat gebruikelijk is en duidelijkheid schept voor wie het bedrag betaald wordt.
Partneralimentatie [14]
Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.3
Aangezien de man en de vrouw hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen over het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie. [15] De rechtbank zal het Nederlands recht toepassen op het verzoek. [16]
Inhoudelijke beoordeling
4.31
De vrouw heeft aanvankelijk verzocht een door de man te betalen partneralimentatie vast te stellen van € 100,- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. De vrouw heeft dit verzoek tijdens de mondelinge behandeling ingetrokken.
4.31.1
Zolang de rechtbank geen beschikking heeft gegeven, kunnen partijen hun (neven)verzoeken intrekken. De intrekking heeft dan tot gevolg dat het verzoek niet meer kan worden onderzocht. Gelet daarop zal de rechtbank het verzoek van de vrouw met betrekking tot de partneralimentatie afwijzen.
Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime
Rechtsmacht en toepasslijk recht
4.32
Zoals hiervoor is overwogen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om over de echtscheiding te beslissen. Om die reden heeft de Nederlandse rechter ook de bevoegdheid om te beslissen op de verzoeken die gaan over het huwelijksvermogensregime van partijen. [17]
4.33
Omdat partijen zijn getrouwd op [datum 1] 2015, moet de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen worden beantwoord aan de hand van de regels van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Noch gesteld noch gebleken is dat partijen een geldige rechtskeuze over het huwelijksvermogensregime hebben uitgebracht. Het gebrek aan een geldige rechtskeuze, brengt op grond van artikel 4 lid 1 van Pro het Haag Huwelijksvermogensverdrag 1978 mee dat het huwelijksvermogensregime van partijen in beginsel wordt beheerst door het interne recht van de staat op het grondgebied waarvan zij kort na het huwelijk hun eerste gewone verblijfplaats hebben gevestigd.
Bij gebrek aan stellingname door partijen kan de rechtbank niet vaststellen welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.
Inhoudelijke beoordeling
4.34
De vrouw verzoekt een bevel af te geven om tot verdeling over te gaan. Ook verzoekt zij een notaris te benoemen en een onzijdig persoon. De man heeft geen verweer gevoerd.
4.35
Het verzoek om een bevel tot verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap, met benoeming van een notaris en een onzijdig persoon, ligt naar het oordeel van de rechtbank, als onbetwist en op de wet gegrond, voor toewijzing gereed.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.36
Partijen verzoeken de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum 1] 2015 in [plaats] (Syrië);
5.2
bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
5.3
bepaalt dat de regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt zal zijn:
  • de kinderen verblijven elke vrijdag vanaf 14.30 uur tot zondag 17.00 uur bij de man, behoudens de schoolvakanties en feestdagen;
  • Voor wat betreft de schoolvakanties wordt de volgende verdeling vastgesteld, waarbij het verblijf van de kinderen bij de betreffende ouder aanvangt op de vrijdag om 14.30 uur en voor de vrouw eindigt bij aanvang van school na de vakantie en bij de man eindigt op de zondag voor het einde van de vakantie om 17.00 uur. Indien de betreffende vakantie twee weken of langer duurt, is het tussenliggende wisselmoment van partijen op zaterdag om 17.00 uur;
  • kerstvakantie: even jaren: 1e week bij de man, 2e week bij de vrouw;
oneven jaren: 1e week bij de vrouw, 2e week bij de man;
- carnavalsvakantie:
even jaren: bij vader vrijdagmiddag tot woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de moeder tot aanvang school;
oneven jaren: bij de moeder vrijdagmiddag woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de man tot zondag 17.00 uur;
- meivakantie:
even jaren: 1e week bij de man, 2e week bij de vrouw;
oneven jaren: 1e week bij de vrouw, 2e week bij de man;
- zomervakantie:
even jaren: eerste drie weken bij de man, laatste drie weken bij de vrouw;
oneven jaren: eerste drie weken bij de vrouw, laatste drie weken bij de man;
- herfstvakantie:
even jaren: bij vader vrijdagmiddag tot woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur bij de moeder tot aanvang school;
oneven jaren: bij moeder vrijdagmiddag tot woensdagochtend 12.00 uur, vanaf 12.00 uur woensdag bij de man tot en met zondag 17.00 uur;
- Voor wat betreft de feestdagen wordt de volgende verdeling vastgesteld:
- bij de verjaardagen van de kinderen verblijven zij in de oneven jaren bij de man en in de even jaren bij de vrouw, waarbij de kinderen op de verjaardag van het kind vanaf 14.30 uur tot de dag erna tot aanvang school (en anders tot 14.30 uur) bij de betreffende ouder verblijven;
- de verjaardag van de man en de vrouw: de kinderen zijn bij de ouder die jarig is, waarbij de kinderen op de verjaardag van de ouder vanaf 14.30 uur tot de dag erna tot aanvang school (en anders tot 14.30 uur) bij de betreffende ouder verblijven;
- suikerfeest: oneven jaren bij de man, even jaren bij de vrouw;
- offerfeest: even jaren bij de man, oneven jaren bij de vrouw;
- Waarbij partijen het samen vrijstaat andersluidende afspraken te maken over de reguliere zorgregeling, de vakanties en de feestdagen.
5.4
bepaalt dat huurder zal zijn van de woning aan het [adres] te [woonplaats] met ingang van de dag waarop de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
5.5
bepaalt dat de man € 25,- per kind per maand dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, met ingang van 2 februari 2026, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
5.6
beveelt partijen over te gaan tot verdeling van hun huwelijksgemeenschap ten overstaan van een notaris;
5.7
benoemt, voor het geval partijen het binnen veertien dagen na inschrijving van de beschikking tot echtscheiding over de keuze van een notaris niet eens zijn, mr. J.P. Heerings, notaris in Geleen, of diens waarnemer of opvolger tot notaris ten overstaan van wie de verdeling plaatsvindt;
5.8
bepaalt dat wanneer de man niet meewerkt aan de verdeling mr. J.E.A. Hendrix, advocaat in Geleen, als zijn vertegenwoordiger zal optreden;
5.9
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve over de echtscheiding;
5.1
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Mil, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Spijkers-Ubachs, griffier op 3 juli 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Voetnoten

1.Echtscheiding: art. 3 Brussel Pro II-ter en art. 10:56 Burgerlijk Pro Wetboek (BW).
2.Artikel 10:31 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 10:31 lid 4 BW Pro.
4.Artikel 10:32 BW Pro.
5.Artikel 7, lid 1 Brussel II-ter.
6.Artikel 15, lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag van 19 oktober 1996 [HKV ‘96]).
7.Artikel 7, lid 1 Brussel II-ter.
8.Artikel 15, lid 1 van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning en tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Haags Kinderbeschermingsverdrag van 19 oktober 1996 [HKV ‘96]).
9.Artikel 4, lid 3, aanhef en sub a Rv.
10.Artikelen 827, lid 1, aanhef en onder f Rv en 7:266 lid 5 BW.
11.Artikel 7:266 lid 5 BW Pro.
12.Artikel 3 sub c van Pro de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008).
13.Artikel 3 van Pro het Protocol van 23 november 2007.
14.In de wet wordt dit bijdrage in de kosten van levensonderhoud genoemd.
15.Artikel 3 van Pro de Alimentatieverordening (nr. 4/2009 Raad van 18 december 2008).
16.Artikel 3 van Pro het Haags Protocol van 23 november 2007.
17.Artikel 5 lid 1 van Pro de Huwelijksvermogensverordening (EU 2016/1103 van de Raad van 24 juni 2016).