ECLI:NL:RBLIM:2026:6896

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
13 juli 2026
Zaaknummer
12143523 \ CV EXPL 26-1157
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Dohmen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eigenaar aansprakelijk voor levering energie zonder contract in verhuurde panden

In deze civiele bodemzaak vordert Enexis Netbeheer B.V. betaling van een bedrag van €3.054,79 wegens levering van elektriciteit en gas aan twee panden zonder dat er een leveringsovereenkomst was afgesloten. De eigenaar van de panden, eiser in verzet, betwist de vordering en stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de energielevering zonder contract.

De kantonrechter oordeelt dat eiser als eigenaar van de panden verantwoordelijk is voor de betaling, ongeacht de rol van haar zoon die het beheer en de verhuur verzorgt. Het verzet wordt ontvankelijk verklaard, maar de inhoudelijke bezwaren worden verworpen omdat de levering zonder contract niet is weersproken en de hoogte van de vordering voldoende is onderbouwd met facturen.

Ook de incassokosten worden toegewezen, aangezien voldaan is aan de vereisten voor zowel ondernemers als consumenten. Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en eiser wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De eigenaar wordt veroordeeld tot betaling van de energiekosten en incassokosten wegens levering zonder contract, en het verstekvonnis wordt bekrachtigd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12143523 \ CV EXPL 26-1157
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij in verzet,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. Y.L. Ramakers,
tegen
ENEXIS NETBEHEER B.V.,
te 's-Hertogenbosch,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: Enexis,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het navolgende:
  • het door de kantonrechter op 12 november 2025 tussen Enexis als eisende partij en [eiser] als gedaagde partij bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer 11942960 CV EXPL 25-4608
  • de verzetdagvaarding
  • de conclusie van antwoord in verzet
  • de conclusie van repliek in verzet.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser] is eigenaar van de panden gelegen aan de [adres 1] en aan de [adres 2] . Deze panden zijn of waren verhuurd.
2.2.
Voor het eerstgenoemde adres is elektriciteit en gas afgenomen in de periode 6 december 2021 tot 29 januari 2022 en voor het tweede adres in de periode 26 februari 2021 tot en met 10 december 2021 zonder dat er een leveringsovereenkomst met een energieleverancier was afgesloten.
3. Het geschil
3.1.
Enexis heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [eiser] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 3.054,79, vermeerderd met de wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
Bij verstekvonnis van 12 november 2025 is de vordering toegewezen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
3.3.
[eiser] vordert in het verzet te worden ontheven van de bij het verstekvonnis uitgesproken veroordeling en dat de vordering van Enexis alsnog wordt afgewezen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [eiser] in het verzet kan worden ontvangen.
4.2.
Het gaat in deze procedure om de vraag of [eiser] het door Enexis in rekening gebrachte bedrag moet betalen en of de vordering in de verstekprocedure terecht is toegewezen. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Hij zal dit hierna toelichten.
4.3.
[eiser] stelt dat zij niet wist dat in beide panden energie is geleverd zonder dat er een overeenkomst met een energieleverancier was gesloten. Haar zoon is verantwoordelijk voor de verhuur en het beheer van de woningen, en ook over de afspraken die in de huurovereenkomsten zijn opgenomen met betrekking tot het afsluiten van de energiecontracten. Door een sterfgeval binnen de familie heeft zij haar zoon hierover nog niet kunnen bevragen. Wat hiervan ook zij, [eiser] is eigenaar van de betreffende woning en daarmee draagt zij de verantwoordelijkheid. Voor zover zij van mening is dat haar zoon dan wel de huurders verantwoordelijk zijn voor de schade die Enexis heeft geleden, dan had zij een incidentele vordering tot oproeping tot vrijwaring kunnen indienen. Dit heeft zij niet gedaan. De kantonrechter ziet daarom ook geen aanleiding om [eiser] in staat te stellen bewijs te leveren over de vraag wie verantwoordelijk is voor de energiecontracten in de betreffende woningen. Het verzetvonnis is op 2 februari 2026 aan [eiser] betekend en de gemachtigde van Enexis heeft de dagvaarding op 6 februari 2026 aan [eiser] toegestuurd. Zij heeft daarom meer dan genoeg tijd gehad om navraag bij haar zoon of huurders te doen.
4.4.
Ook geldt nog het volgende. [eiser] stelt niet op de hoogte te zijn geweest van de vorderingen van Enexis. Bij de inleidende dagvaarding zijn de betreffende facturen en aanmaningen overgelegd. Deze zijn gestuurd naar het adres waar [eiser] ook nu nog woont. Het is daarom, zonder verdere uitleg die ontbreekt, onbegrijpelijk dat geen enkel stuk [eiser] zou hebben bereikt.
4.5.
Omdat niet althans niet onderbouwd is weersproken dat Enexis energie heeft geleverd zonder dat daaraan een contract ten grondslag lag en Enexis daardoor schade heeft geleden, is [eiser] daarvoor als eigenaar verantwoordelijk. Tegen de hoogte van de gevorderde schade is geen verweer gevoerd, zodat de gevorderde hoofdsom van Enexis voor toewijzing gereed ligt. Enexis heeft de hoogte daarvan met de overlegging van de facturen bovendien voldoende onderbouwd. Ook de gevorderde rente kan worden toegewezen.
4.6.
De kantonrechter is verder van oordeel dat ook de gevorderde incassokosten kunnen worden toegewezen. Het is niet duidelijk of [eiser] handelt in de uitoefening van een onderneming (zij verhuurt immers twee panden) of moet worden aangemerkt als consument. In beide gevallen is voldaan aan de vereisten voor toewijzing van incassokosten. Enexis heeft in het ene geval voldoende aangetoond dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die toewijzing van incassokosten rechtvaardigen, terwijl ook de voor consumenten vereiste 14-dagenbrief is verstuurd.
4.7.
De conclusie luidt daarom dat het verstekvonnis op grond van het vorenstaande zal worden bekrachtigd.
4.8.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van Enexis begroot op € 238,00 aan salaris voor de gemachtigde van Enexis.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bekrachtigt het door de kantonrechter op 12 november 2025 onder zaaknummer 11942960 CV EXPL 25-4608 gewezen verstekvonnis,
5.2.
veroordeelt 5.3. in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Enexis tot op heden begroot op € 238,00, voor gemachtigdensalaris,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.